Duurbetaalde leugens

Irvin D. Yalom: De therapeut. Uit het Engels vertaald door Han Meijer. Balans, 374 blz. ƒ 49,50

'Stel je voor, honderdzestig dollar per uur betalen om te liegen.' De psychotherapeuten uit het nieuwste boek van lrvin D. Yalom kunnen het zich niet voorstellen; zij zijn ervan overtuigd dat hun patiënten de waarheid spreken. 'Niemand zal toch willen ontkennen', zo stelt één van hen, 'dat het therapie-uur is bedoeld als tempel van oprechtheid?' Al vanaf het begin van De therapeut druipt de ironie van de pagina's.

Yalom spreekt als een insider in deze satire op het therapeutenwereldje in San Francisco. Hij is zelf therapeut en hoogleraar psychiatrie aan de Stanford University in Californië, en heeft een aantal standaardwerken over groepstherapie op zijn naam staan. Bij een breder publiek is hij vooral bekend als de auteur van Scherprechter van de liefde (1989), een bundel met beschrijvingen van gevallen uit zijn eigen praktijk. Een aantal jaren geleden waagde hij de sprong naar fictie in zijn eerste serieuze roman, Nietzsches tranen (1992).

Zijn nieuwste boek, evenals de vorige twee een bestseller in het van therapieën bezeten Amerika, is wat luchtiger van aard, maar houdt zich in feite bezig met dezelfde thema's. Zoals het een psychiater betaamt, is Yalom gefascineerd door de vraag in hoeverre we werkelijk kunnen weten wat er in anderen omgaat. In De therapeut schetst hij een beeld van de relaties tussen een aantal wat al te zelfgenoegzame therapeuten en hun patiënten, waarbij leugens, bedrog en vooral zelfbedrog een hoofdrol spelen.

De plot van het boek draait allereerst om twee therapeuten, die op diverse manieren met elkaar te maken hebben. Ernest Lash is een idealist die sterk betrokken is bij zijn patiënten: 'Ernest vond het heerlijk om psychotherapeut te zijn. Elke dag weer openden zijn patiënten de meest intieme vertrekken van hun leven voor hem. Elke dag weer bood hij hun troost en genegenheid, verlichtte hij hun wanhoop. En in ruil daarvoor kreeg hij bewondering en respect.' Ernest staat een vernieuwende aanpak voor, en streeft naar meer openheid en menselijk contact tussen therapeut en patiënt. Hij is echter ook vol twijfels over zichzelf, en raakt wel erg makkelijk afgeleid door vrouwelijk schoon.

En dan is er Marshal Streider, Ernests supervisor, en in alle opzichten zijn tegenpool. Marshal is een therapeut van de oude stempel, orthodox in zijn methodes, die vasthoudt aan traditie en discipline en gelooft dat het leven even maakbaar is als zijn rigoureus bijgesnoeide bonsaiboompjes. Hij vindt Ernest eigenlijk 'therapeutisch incontinent', en concentreert zich liever op zijn machtsspelletjes in het Psychoanalytisch Instituut Golden Gate. Uiteraard wordt de arrogante en egocentrische Marshal geconfronteerd met patiënten die net zo manipulerend zijn als hijzelf, en moeiteloos zijn zwakke plek weten te vinden: zijn ontzag voor geld en status.

Ernest besluit ondertussen om zijn therapeutische idealen in de praktijk te brengen door bij wijze van experiment volkomen open en eerlijk te zijn tegen een nieuwe patiënte, Carolyn Leftman. Uitgerekend zij is echter vervuld van wrok tegen Ernest omdat ze meent dat haar man haar onder diens invloed heeft verlaten. Ze heeft zich aangemeld onder een valse naam en met een gefabriceerd levensverhaal, met de bedoeling Ernest seksueel te compromitteren en zo zijn carrière te verwoesten.

De integriteit van beide therapeuten komt danig onder druk te staan naarmate ze verder verstrikt raken in de leugens van hun patiënten, en hun zelfbeeld loopt flinke deuken op. Ernest, die in zijn methodes nog het meeste op Yalom zelf lijkt, wordt uiteindelijk in het gelijk gesteld met zijn betrokkenheid en nadruk op de relatie tussen patiënt en therapeut, wat hem een beetje tot vehikel maakt voor Yaloms ideeën over psychotherapie.

Dit roept de vraag op hoe een psychiater als schrijver omgaat met fictieve personages. Yaloms neiging tot expliciete interpretaties wordt enigszins verdoezeld door zijn verhaallijn: een aanzienlijk gedeelte van het boek bestaat uit therapeutische sessies. Deze dialogen zijn soms wel erg lang uitgesponnen, waardoor sommige hoofdstukken op afzonderlijke case-study's gaan lijken. Misschien beschikt Yalom wel over te veel psychologische vakkennis om zijn personages ook tot literair volwaardige creaties te maken; hij laat vaak net te weinig over aan de verbeelding van de lezer. Desondanks is De therapeut vlot en met gevoel voor zelfspot geschreven en biedt zo een hoogst onderhoudende blik op de behandelkamer van binnenuit.

bDaar staat tegenover dat bij een interessant perspectief biedt op het therapeutenwereldje van binnenuit. Yalom is geen groot stilist, maar De therapeut is vlot en onderhoudend geschreven, en een boek van een psychiater waarin iets te lachen valt, mag toch wel een zeldzaamheid heten.