De tempelreiniging

Geliefd bij de leerkrachten van onze zondagsschool was het verhaal van de tempelreiniging. Met behulp van het flanelbord kon prachtig uitgebeeld worden hoe Jezus de geldwisselaars afranselde en hun tafeltjes omkeerde. Helaas bleef een kritische bespreking achterwege van deze 'moeilijk te interpreteren actie' (E.P. Sanders in The Historical Figure of Jesus).

De evangelist Johannes plaatst de reiniging aan het begin van Jezus' optreden (Johannes 2), terwijl de andere evangelisten juist vermelden dat deze driftuitbarsting eerst vlak voor Jezus' kruisdood plaatsvindt. Sommige theologen hebben indertijd dan ook geopperd dat Jezus tweemaal de tempel heeft gereinigd. Maar ik betwijfel of je nu nog nieuw-testamentici kunt vinden die dat geloven.

Johannes vermeldt dat Jezus, voorafgaande aan zijn actie, zelfs een zweep van touw maakte. Dat zou duiden op een weloverwogen, planmatige actie. Daar lijkt het bij de andere evangelisten niet op. Markus vermeldt slechts: “En zij kwamen te Jeruzalem: en Jezus, in de tempel gegaan zijnde, begon diegenen die in de tempel verkochten en kochten, uit te drijven en de tafels der wisselaars en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten, keerde hij om. En hij liet niet toe dat iemand enig vat door de tempel droeg.”

Twee feiten maken het verhaal, zoals het hier verteld wordt, onwaarschijnlijk. In de eerste plaats moet je je bij de mensenmenigte in de voorhof van de tempel minstens zo iets voorstellen als de Albert Cuyp. Of zoals Charles Vergeer in zijn boek Een nameloze zegt: “Op het terrein van de tempel stroomden dagelijks - en zeker in de week voor het paasfeest - duizenden gelovigen samen. Er waren niet tientallen, maar honderden mensen nijver bezig met alles wat met bidden, offeren, geld wisselen en andere zaken te maken had. Het gewelddadige optreden van Jezus op het tempelplein voorstellen als een eenmansactie gaat de grenzen van het denkbare te buiten.” In de tweede plaats bevonden zich altijd gewapende wachters in de tempel. Hebben die werkeloos toegezien? Hoogst onwaarschijnlijk.

David Flusser, die eerst al heeft opgemerkt dat de evangelist Johannes de scène 'overdrijft en versterkt', is van mening dat de tempelreiniging niet veel kan hebben voorgesteld. “Jezus heeft,” zegt hij, “zijn voornemen niet kunnen uitvoeren.” Volgens hem staat het niet eens vast of het Jezus gelukt is “enkele tafeltjes van de handelaren omver te werpen”. En hij is van mening dat “de tempelwachters tenslotte hebben ingegrepen”. Daarover is echter in het Nieuwe Testament niets te vinden.

Een totaal andere visie op de tempelreiniging vinden we in het zo even al genoemde, onlangs verschenen boek Een nameloze, Jezus de Nazarener van Charles Vergeer. Jezus, zonder twijfel niet in zijn eentje maar gesteund door grote groepen Galileeërs, doet “een radicale poging om met geweld het heiligdom van heidense smetten te reinigen”. En de tempelwachters dan? Uiteraard heeft Vergeer die niet over het hoofd gezien, maar hij is van mening dat “de altijd aanwezige Joodse tempelwacht het (liet) afweten”. En waarom? Volgens Vergeer omdat de overmacht zo groot was dat zij werkeloos moesten toezien. Vergeer denkt zelfs dat de opstandelingen ook de volgende dag nog 'het gehele tempelplein in handen' hadden. Als bewijsplaats daarvoor citeert hij Markus 11 vers 27. Daarin lezen we dat Jezus ook daags na de reiniging rustig rondwandelt in de tempel.

Dat alles past naadloos in zijn visie op het Markus-evangelie. Daarin zou Markus de feitelijke toedracht van alle gebeurtenissen tijdens het leven van Jezus thelogisch zodanig verdraaid hebben dat ze aansloten bij het Paulinische beeld van Jezus als zoenoffer voor onze zonden. Maar, zo meent Vergeer, als je het Marcus-evangelie goed leest kun je nog steeds sporen vinden van wat zich werkelijk heeft afgespeeld. En in zijn boek De nameloze behandelt hij griezelig nauwkeurig, haast tekst voor tekst, het hele Markus-evangelie en komt daarin tot opzienbarende resultaten. Ik beveel u dat boek van Vergeer sterk aan. Ik heb het ademloos gelezen.

Zoveel is intussen wel zeker: of de tempelreiniging nu een eenmansactie was, of een raid van vele Galileeërs onder leiding van Jezus, onbegrijpelijk blijft ze. Waartoe die tempel gereinigd? Omdat het, zoals Jezus zelf zegt, een rovershol was geworden? Maar E.P. Sanders merkt in zijn boek over Jezus terecht op dat God zelf had bevolen dat men in de voorhof offerdieren aanbood. “Als”, zo zegt hij, “de mensen geen offerdieren konden kopen in de commerciële ruimte van de tempel, hoe konden ze er dan aan komen? Indien ze de duiven meebrachten van hun duiventil thuis, konden de vogels besmet worden.” En over de wisselaars merkt Sanders op: “En de geldwisselaars zaten er alleen om het de pelgrims gemakkelijk te maken. Ze moesten immers tempelbelasting betalen in een betrouwbare munt. De mensen konden deze munt om het even waar verkrijgen, als het van de tempel afhing, maar kennelijk verkozen velen hun eigen geld mee te brengen en het in de tempel te wisselen.” Sanders vraagt zich vervolgens af: “Wat zou Jezus in de plaats stellen als hij deze handel verwijderde?”

Die tempelreiniging, kortom, was een onbegrijpelijke, onzinnige daad. Al honderden jaren was het gebruikelijk om in de voorhof geld te wisselen en offerdieren te kopen en te verkopen. Niemand was daar ooit over gevallen, of had zich ooit geroepen gevoeld om tafeltjes en stoelen om te keren.

“Als”, zo zegt A.N. Wilson in zijn boek over Jezus, “de reiniging van de tempel werkelijk heeft plaatsgevonden, wat was dan de betekenis ervan? Jezus moet dit als demonstratie bedoeld hebben.” Als demonstratie van wat? Wilson weet daarover evenmin uitsluitsel te geven als enige andere schrijver over Jezus. Uiteraard ben ook ik niet in staat om begrijpelijk te maken waarom Jezus zo'n zinloze, tegen eeuwenoude tempelmores indruisende actie ondernam. Vergeer zou best eens gelijk kunnen hebben dat die onderdeel was van een veel grotere opstand waarvan de sporen in de evangelieën om theologische redenen zoveel mogelijk zijn uitgewist.

    • Maarten ’t Hart