De calculerende burger, schuldig of niet, eist schadevergoeding; Pech moet weg

Schade en pech worden steeds meer als onverdraaglijk en onaanvaardbaar gevoeld. De burger eist en claimt er lustig op los. Met een behoorlijke kans op succes. Bij de veroorzaker van de schade is de koppeling tussen schuld en aansprakelijkheid verbroken en ook bij het slachtoffer telt de schuld vaak niet meer. Loopt de claimdrift uit de hand? Kunnen we ook hier 'Amerikaanse toestanden' verwachten?

'Recht op schadevergoeding'; 'Kan ik effe vangen'; 'Even Apeldoorn bellen'; 'Ik ben de Amersfoortse niet' of 'Pech moet weg'. Allemaal eigentijdse leuzen die een samenleving tekenen waarin schade en pech steeds meer als onverdraaglijk en onaanvaardbaar worden gevoeld. Dat zijn immers zaken voor de dommen en de verliezers. De al of niet calculerende burger - slachtoffer of dader, onschuldig of niet - eist schadevergoeding. Hoe dan ook. Zo niet vlot via de verzekering, dan maar met verdergaande juridische actie.

Daarom zijn claims en eisen tot schadevergoeding aan de orde van de dag. Het zijn vaste bestanddelen van het dagelijks nieuws geworden. Ze staan centraal in ontelbare affaires: van Securitel, varkenspest, overstroming of stroomstoring, tot radioactieve vervuiling, door aardgaswinning verzakkende bodems of het ongerief van weg- of spooraanleg. Al deze pech ontketent een wassende stroom claims. En de kans dat ze worden gehonoreerd neemt toe.

Neem het geval van mevrouw Van de W. die een paar jaar geleden tijdens een modeshow in een Amsterdams hotel per abuis haar tasje met 49.000 gulden erin een moment op het toilet alleen liet. Een minuut later ging ze al kijken maar toen was het tasje weg. De verzekeringsmaatschappij van mevrouw Van de W. weigerde uitkering omdat zij zich 'niet zorgvuldig' zou hebben gedragen. Rechtbank en Hof gaven de verzekering gelijk. Dame en tasje hadden onafscheidelijk moeten zijn. Maar de Hoge Raad oordeelde anders. De korte scheiding tussen dame en tasje was het gevolg van 'een moment van onbedachtzaamheid' en zo'n menselijke zwakte is niemand vreemd. Dus moest de verzekering mevrouw Van de W. toch betalen.

Ook het aloude adagium 'risico kennen is risico accepteren', waarmee verzekeraars generatieslang 'nee' konden verkopen aan allerhande eisers, is niet meer wat het was. De Hoge Raad oordeelde in 1991 dat er in het recht geen behoefte bestaat aan een afzonderlijke rechtsfiguur 'risicoaanvaarding'.

Dat is heel andere koek dan de rechtlijnige stelregel 'ieder draagt zijn eigen schade', die gold sinds de invoering van het Burgerlijk Wetboek in 1838 en tot ver in deze eeuw grote invloed had en meestal nog heeft op mensen die uit de eerste helft van deze eeuw dateren.

Nu eist en claimt de burger er lustig op los. Met een behoorlijke kans op succes. Loopt de claimdrift uit de hand? Kunnen we ook hier 'Amerikaanse toestanden' verwachten? Zoals in Los Angeles waar in 1993 een inbreker van een steile wenteltrap in een woonkamer viel. Geveld door een gebroken been kon de onfortuinlijke crimineel eenvoudig worden overgedragen aan de politie. Maar dat was geen einde verhaal. De man kreeg weliswaar en paar jaar voor z'n inbraak, maar diende tegelijk een schadeclaim in tegen de eigenaar van het huis wegens de gevaarlijke constructie van de wenteltrap. Die won hij. Waarna door de welgestelde wijken van Los Angeles de suggestie waarde dat je een inbreker voor de zekerheid beter direct een kogel door het hoofd kon jagen.

Mr. Roelf Stutterheim, wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam, wil niet spreken over een verontrustende explosie van schadeclaims. Wel bevestigt hij dat er sprake is van een forse stijging. “Je ziet dat de mensen zich sterk bewust worden van geleden schade en ook meer bereid zijn er achter aan te gaan”, vertelt de Amsterdamse jurist. “Daarnaast zijn er meer mogelijkheden gekomen om schade vergoed te krijgen.”

Voor 'Amerikaanse toestanden' in onze polder is hij evenwel niet bang. Stutterheim: “Er is aan weerszijden van de Atlantische Oceaan weinig verschil in aansprakelijkheidskwesties zelf. Wel is er verschil in de hoogten van de schadevergoeding. Dat heeft te maken met typisch Amerikaanse zaken als juryrechtspraak, met advocaten die een deel van de toegewezen claim - soms tot de helft - plegen op te strijken, met het smartengeld waar ze veel ruimer mee zijn dan wij, en met de mogelijkheid in de VS om nog eens extra strafheffingen op te leggen.”

Blijft het feit dat 'pech moet weg' ook bij ons een dominante leuze is geworden. Hoe is dat zo gekomen? De mogelijkheid tot het indienen van schadeclaims nam sinds 1919 eigenlijk al toe, doceert Stutterheim. Toen zag het fameuze arrest Lindenbaum/Cohen het licht. Dat bepaalde dat de schade van élk onzorgvuldig gedrag, of het nu onwettig is of niet, dient te worden vergoed. Mevrouw X zet haar tuinsproeier zo aan dat de slaapkamer van buurman Y waterschade oploopt. Tot 1919 redeneerde de rechter: mevrouw X handelde niet in strijd met een wettelijke bepaling en daarmee vervalt buurman Y's schadeclaim. Na het arrest van 1919 gold: mevrouw X handelde 'onzorgvuldig' dus kan Y met kans op succes een claim indienen. Stutterheim: “Het lijkt wel of pas aan het eind van deze eeuw door het brede publiek de reikwijdte van het arrest Cohen wordt beseft.”

Intussen is de norm van 1919 verder opgerekt en multi-interpretabel geworden. “Lange tijd moest je nog bewijzen dat iemand schuldig was aan onzorgvuldig handelen”, aldus de jurist. “Maar ook dat raakt steeds meer op de achtergrond.” Hij noemt het klassieke geval van een verhuizer die de piano uit het huis van een pianist takelt. Helaas knapt het touw en valt het instrument op de Mercedes van buurman. De verhuizer is niets te verwijten omdat hij het touw elke morgen laat controleren door TNO. Dus werden de schadeclaims van de pianist en de buurman destijds afgewezen omdat verhuizer niet schuldig was.

Kortom, pianist en buurman hadden gewoon pech en die moest maar in lijdzaamheid worden gedragen. Dat is allang niet meer het geval en zeker niet sinds de komst van het Nieuw Burgerlijk Wetboek per 1 januari 1992. Toen werd een al langer lopende tendens vastgelegd, namelijk die van risicoaansprakelijkheid waarbij noties als schuld of verwijtbaarheid niet meer relevant zijn voor de vraag of er schade moet worden vergoed. De verhuizer is aansprakelijk, ook al treft hem geen enkele blaam. Roelf Stutterheim: “De verhuizer is dus in beginsel altijd aansprakelijk omdat hij nu eenmaal verhuizer is en dat is voor hem geen enkel probleem. Want hij is daarvoor verzekerd en hij berekent z'n premie gewoon door aan de klant. Anders gezegd: de schade van pechpogels wordt gecollectiviseerd.” Stutterheim: “De mogelijkheid van verzekeren is het onmisbare en noodzakelijke sluitstuk van de risicoaansprakelijkheid.”

Volgens de Amsterdamse jurist is niet alleen bij de veroorzaker van de schade de koppeling tussen schuld en aansprakelijkheid verbroken, ook bij het slachtoffer telt de schuld vaak niet meer. “Neem fietsers en voetgangers die volgens de laatste regelingen praktisch altijd gelijk krijgen”, zegt hij. “Je moet zichtbaar vrijwillig voor een auto springen, een duidelijke kamikazeactie ondernemen, wil je eigen schuld nog meetellen.” Kortom, 'eigen schuld, dikke bult' is weg. De burger wil dat nu eenmaal en rechtspraak volgt.

Ook het aspect van de causaliteit is verwaterd, volgens Stutterheim. “Wilde je kans maken op schadevergoeding dan moest je vroeger nog altijd zien te bewijzen dat er tussen onwettig of onzorgvuldig gedrag enerzijds en schade anderzijds een causaal verband was. Nu wordt alles steeds meer toegerekend aan het ene moment, het moment van onzorgvuldigheid. De causaliteitsvraag wordt dan een redelijkheidsvraag. Ook daarbij speelt de verzekering een grote rol. Bij het al of niet toewijzen van een schadeclaim wordt er steeds gekeken of er verzekering is.”

Vroeger stonden elementen als onrechtmatigheid, onzorgvuldigheid, schade, schuld en vergoeding keurig op een rijtje, zegt Stutterheim. “Nu is er chaos, worden van de elementen wisselende doses gebruikt, mits de conclusie maar luidt dat de schade betaald moet worden. Dat staat centraal.” Schadevergoeding wordt, volgens de jurist, nu zelfs mogelijk als gevolg van een rechtmatige daad. Als vroeger een spoorlijn werd aangelegd, betekende dat pech voor een enkeling. Hij draaide dus op voor de schade bij de behartiging van het algemene belang, de spoorlijn. Nu is pech hoe dan ook onaanvaardbaar geworden. Dus kunnen de winkeliers in de Ferdinand Bolstraat met succes schade claimen als gevolg van de aanleg van de noord-zuidmetrolijn door Amsterdam.

Stutterheim: “Verzorgers, ouders, werkgevers en -nemers, bezitters van auto's of dieren, allemaal zijn ze tegenwoordig tegen aansprakelijkheid verzekerd. Dus is er recht op schadevergoeding, redeneert de burger in zijn dagelijkse strijd tegen de risico's van pech. En het schadevergoedingsrecht is hem daarin goeddeels gevolgd.” Op het eerste gezicht lijkt dat geen probleem. De pechvogel in spe - dat zijn wij allemaal - kan tevreden zijn. De veroorzaker van de schade is ook gedekt. Lang leve de verzekering. Toch kent de explosie van risicoaansprakelijkheid schaduwkanten, zegt Stutterheim.

Allereerst wordt alles duurder door pech, schade of smart te verzekeren. De premies worden immers hoger en alles wordt doorberekend. De hoogte van die premies stelt echter ook grenzen aan riskant gedrag, aldus de jurist. Want gedrag met te veel schade maakt producten via hoge verzekeringspremies voor consumenten duur en ongeliefd. Zo werkt de vrije markt ook preventief.

Al zijn er ook op dit punt uitzonderingen. Neem de varkenspest. Stutterheim: “De pest woekert voort omdat de varkens boven op elkaar leven en geforceerd slachtrijp worden gemaakt. Dat is een bewust genomen risico. Nu beloopt de schade door de noodzakelijke massaslachting al ruim een miljard. Maar de risiconemende boeren zijn daarvoor niet aansprakelijk. In de agrarische sector werkt de vrije markt niet. Brussel en Den Haag betalen de rekening, mede uit naam van moslims, joden, scharreldiervoorstanders, vegetariërs en alle anderen die geen varkensvlees eten.”

Een tweede nadeel van de risicoaansprakelijkheid, ofwel scheiding tussen schuld en boete, is volgens Stutterheim van meer principieel-fundamentele aard. “Risicoaansprakelijkheid pleegt namelijk een aanslag op het normgevende karakter dat het recht heeft en ook hoort te hebben”, oordeelt hij. “Als er in het recht niet meer wordt gesproken over schuld en verwijtbaarheid, over zorgvuldig en onzorgvuldig, over onschuld en schuld, dan verliest het recht zijn normgevende karakter.”

De jurist zegt niet te kunnen overzien welke consequenties dat heeft voor de individuele verantwoordelijkheid. “Wij leven in een maatschappij waarin alles moet kunnen en we tegelijk in de starthouding staan om ons recht te claimen.” Toch wil Stutterheim niet alarmistisch klinken. Per slot van rekening verwachtte het Vaticaan destijds met de komst van de 'normloze' pil ook chaos en onverantwoordelijkheid in het seksuele verkeer. En dat gebeurde evenmin.

Maar als het recht door zaken als risicoaansprakelijkheid steeds minder regels en normen stelt, wie doet dat dan wel? Daarmee doemt een derde nadeel op van de risicoaansprakelijkheid. Roelf Stutterheim: “Het zijn de verzekeringsmaatschappijen die in groeiende mate het gedrag van hun verzekerden sturen door het stellen van zorgvuldigheidseisen en door de hoogte van eigen risico en premie. De zorgvuldige fabrikant en de voorzichtige automobilist hebben lagere eigen risico's en premies dan hun minder zorgvuldige en verantwoordelijke collega's.

Stutterheims conclusie: “De verzekeraars stellen zo in laatste instantie vast wat zorgvuldig en verantwoord is, hoe we ons moeten gedragen. Is dat een goede zaak?” Hij is er niet gerust op: “Verzekeringsmaatschappijen denken economisch en dat moeten zij als ondernemingen ook wel. De normen worden er bedacht vanuit het streven naar winst. Het is wat anders als parlement of rechter ze vaststellen.”

De oorzaken van de pech-moet-wegmentaliteit - met als spiegelbeeld de huidige 'slachtoffercultuur' - zijn gevarieerd. Stutterheim wijst op het betere opleidingsniveau van de burger, de toegenomen communicatie en mobiliteit waardoor zij sneller met schade, claim en recht in aanraking komen. Hetzelfde geldt voor de welvaartsexplosie in de tweede eeuwhelft waardoor er meer ruimte kwam om schade en pech via overheid en verzekering 'weg te collectiviseren'.

De Amsterdamse socioloog Cees Schuyt vermoedt nog een oorzaak, namelijk de afnemende sociale cohesie van onze samenleving en het teruglopende vertrouwen. Daardoor krijgt het recht zijns inziens een prominenter rol toebedeeld als een substituut of surrogaat voor die sociale cohesie. In een beschouwing in het Nederlands Juristenblad van 23 mei j.l. spreekt Schuyt in dit verband over de oprukkende juridisering ofwel “het verschuiven van het primaat van het sociale naar het juridische in het ordenen van sociale relaties”.

De Amterdamse hoogleraar sociologie ziet dat op tal van terreinen gebeuren: in familiezaken, in de relaties tussen docent en leerling, arts en patiënt, bestuurder en burger, enzovoort. Kortom, waar vroeger kwesties informeel werden afgedaan of geschikt, wordt er nu meer naar reglement en recht gegrepen. “Juridisering kan inderdaad een teken zijn dat het vertrouwen tussen personen in de samenleving aan het verminderen is”, schrijft Schuyt. Tegelijk vreest hij dat door het steeds sterker terugvallen op juridische regels het sociale verkeer kan worden doodgefloten, zoals een voetbalscheidsrechter dat met het spel kan doen, zeker als hij steeds meer regels tot zijn beschikking zou krijgen.

Toch wil Schuyt geen doemdenker zijn. Dus schrijft hij: “Juridisering kan in een meer optimistische kijk gezien worden als een noodzakelijke vervanging voor het wegvallende vertrouwen. Als kerkgang en politieke partijgang en andere traditionele vormen van sociale binding niet meer zo goed werken, dan neemt het recht hun plaats in en vervult het recht de functie van een minimale, meestal neutrale en formele moraal.”

Volgens de socioloog valt met zo'n minimale binding in een moderne samenleving best (samen) te leven. “Tenzij deze opvatting van recht - als nieuwe vorm van sociale cohesie - zelf ook weer een nieuwe religie of volksneurose wordt. Een excessieve procedeerlust omwille van de materiële schadevergoedingen die 'liggen te wachten' is een moderne en merkwaardige vorm van intolerantie”. Schuyt: “Het niet meer kunnen en willen schikken of op andere wijzen conflicten beslechten is niet erg gezond. Het recht wordt dan in plaats van een substituut voor sociale cohesie een motor voor versnelde vermindering van sociale cohesie.”