Dandy en hooligan

Anatoli Mariëngof: Roman zonder leugens. Uit het Russisch vertaald door Robbert-Jan Henkes en Elena Pereverzeva. Perdu, 111 blz. ƒ 35,-

Na de roman Cynici is Roman zonder leugens het tweede boek van Anatoli Mariëngof dat in vertaling verschijnt. Het eerste werk was een roman, het tweede zijn herinneringen aan Sergej Jesenin en werd in 1926, nog geen jaar na diens overlijden, gepubliceerd.

Het woord roman is in het Russisch dubbelzinniger dan in het Nederlands. De betekenis 'romance, verhouding' is bijna even sterk als die van 'in prozastijl geschreven verhaal'. Proza is het wel, 67 hoofdstukken in 111 pagina's. De stijl lijkt sterk op die van Cynici. De Nederlandse uitgave is terecht voorzien van nuttige aantekeningen, helder nawoord en toepasselijke gedichten van Jesenin en Mariëngof.

Sergej Jesenin was 'een ziek ventje' volgens Lenin, 'de enige dandy van de Republiek' volgens Meyerhold, de man die Jesenin op het verkeerde pad bracht, volgens de biografen van laatstgenoemde. Anatoli Mariëngof (1897-1962) was een opvallende verschijning in de Russische literatuur. Een deftige stadsjongen. Lang en slank, hoge hoed, wandelstok, scheiding in het haar, vouw in de broek, een echte gentleman op zoek naar de literatuur, eind 1918.

De ander was toen al een beroemde dichter. Sergej Jesenin (1895-1925) arriveerde in 1912 in Moskou en trouwde daar in 1913, 1917, 1922 en 1925. Hij zocht de kortste weg naar beroemdheid via mensen die dat al waren, hij zag er uit als een 'knappe jonge kapper uit de provincie', hij was ziekelijk wantrouwig en doodsbang voor eenzaamheid, de literaire kritiek maakte hem uit voor 'hooligan', hij maakte er zijn geuzennaam van. Zo zet Mariëngof zijn tijdgenoot neer. Toch werden ze dikke vrienden, Tolik en Sergoen.

De eerste jaren na de revolutie was een dolle tijd. Talloze artistieke groepen en richtingen streden om aandacht. Een groepje literaire provo's, die zich 'Imaginisten' noemden, ging het verst in het epateren van de onttroonde bourgeoisie. De macht aan het beeld, de verbeelding aan de macht. Blasfemische dichtregels werden als graffiti op kloostermuren geschilderd, straatnaambordjes werden vervangen: de 'Imaginist Jeseninstraat', de 'Imaginist Mariëngofstraat'. Drie dagen bleven ze hangen. Ruim drie jaar duurde de onafscheidelijke vriendschap tussen twee totaal verschillende hemelbestormers.

Ze woonden samen, ze aten samen, ze sliepen samen, alles in het nette voorzover we weten. Ze dreven een eigen boekwinkel, een eigen uitgeverij. Een jongensdroom. Dan komt Mariëngof zijn eerste vrouw tegen en Jesenin zijn derde (de danseres Isidora Duncan). In een gedicht van Mariëngof heet het: 'Vriendin komt in de plaats van vriend.' Jesenin bereist Europa en Amerika. De Europeanen zijn niet geïnteresseerd in (zijn) poëzie, de Amerikanen zien hem als 'de jeugdige man van'. Het derde huwelijk brengt niet wat Jesenin ervan moet hebben gehoopt: wereldroem. De boerenzoon loopt tegen de grenzen van zijn verbeelding aan en keert gedesillusioneerd terug naar Rusland. Uit Oostende had hij Mariëngof op 9 juli 1922 al geschreven: 'Mijn lieve, beste, enige, wat wil ik graag weg van hier, weg uit deze nachtmerrie Europa, terug naar Rusland, naar ons hooligan-leventje en jeugdige overmoed van weleer.' Zo gaan die dingen niet. Tijden veranderen, mensen veranderen. De wegen van de vrienden scheiden zich. Mariëngof sluit zich op in zijn deftige zelf. Jesenin grijpt naar de fles en drinkt zich te gronde.

Roman zonder leugens is een hartstochtelijk boek. Het is tegelijk tijdloos ('zo gaan die dingen') en tijdsdocument ('zo ging dat toen in Moskou'). Ruim zestig jaar nadat het boek is geschreven heeft het met zijn schat aan uit het leven gegrepen details, weinig aan frisheid ingeboet.

'In het algemeen komt liefde - van liefde. Jesenin hield van niemand, en iedereen hield van Jesenin', schrijft Mariëngof. Hijzelf in elk geval ook. Dat moge blijken als Jesenin na anderhalf jaar ruzie en stilte langs komt om het goed te maken en Mariëngof niet treft. Mariëngof is er kapot van. De rest van de nacht lag ik wakker. Ongenode tranen maakten mijn kussen nat.' Hij doet verwoede pogingen zich over de dronken dichter te ontfermen, maar het is al te laat.

Eind december 1925 pleegt Sergej Jesenin zelfmoord. Een stortvloed vanhagiografieën (ruwe bolster, blanke pit) breekt los. Koortsachtig schrijft Mariëngof zijn roman zonder leugens, nuchter en waarheidsgetrouw. De hooligan is dood en leeft voort. Decennia lang, tot op de dag van vandaag. De dandy leeft en sterft voort. De dichter Chlebnikov had het goed gezien: hij dichtte: 'Golgofa / Mariengofa / Voskresenie / Jesenina (het Golgotha / van Mariengof / de Opstanding / van Jesenin).' Of, zoals Brodski in zijn voorwoord bij de Franse editie van de roman Cynici schrijft: 'Mariëngof verdween van het toneel zoals het een gentleman betaamt.' Hij zweeg. Decennia lang, tot ver na zijn uiteindelijke dood. Pas eind jaren tachtig wordt zijn stem weer gehoord. Een beetje gerechtigheid. Het wachten is op meer.