Concertgebouworkest: Geen opvolger voor Zekveld, wel adviseur

AMSTERDAM, 8 AUG. Het Koninklijk Concertgebouworkest zal de Duitse componist en artistiek organisator Peter Ruzicka voor een periode van vijf jaar aanstellen als artistiek adviseur.

Het Concertgebouworkest ziet daarmee voor langere tijd af van het benoemen van een nieuwe artistiek directeur als opvolger van Jan Zekveld, die per 1 april vorig jaar ontslag nam. De functie van artistiek adviseur is veel lichter en afstandelijker dan die van een artistiek directeur in vaste dienst. Ook de chef-dirigent Riccardo Chailly en de artistieke commissie van orkestleden bemoeien zich met het artistieke beleid van het Concertgebouworkest.

Piet Veenstra, de voormalige artistiek leider van het Residentie Orkest die tot artistiek adviseur werd benoemd na het vertrek van Zekveld, blijft als adviseur verbonden aan het Concertgebouworkest. Veenstra, die ook een soortgelijke functie heeft bij het Noordhollands Philharmonisch Orkest, houdt zich vooral bezig met de Nederlandse en eigentijdse muziek.

Zekveld, die bijna drie jaar artistiek directeur was, nam ontslag omdat hij onvoldoende ruimte en financiën kreeg voor het verwezenlijken van zijn eigen ideeën. Hij streefde naar een 'hoogwaardige vernieuwing' van het repertoire van het orkest met meer aandacht voor 20ste eeuwse en eigentijdse muziek. Ook vond Zekveld dat het orkest een te commerciële koers voer en te veel afhankelijk was van platenmaatschappijen, waardoor de artistieke en ideële doelstellingen van het orkest dreigden te worden overvleugeld.

Peter Ruzicka blijft in Duitsland wonen en zal om de paar weken naar Amsterdam komen. Sinds begin deze maand is Ruzicka artistiek leider van de Münchener Biennale, een festival voor nieuwe kleine opera's dat in 1988 is gesticht door de componist Hans Werner Henze. Tot het eind van het afgelopen seizoen was Ruzicka intendant van de Hamburgse Staatsopera. Een van zijn laatste successen daar was in oktober vorig jaar de wereldpremière van de opera Der König Kandaules van Zemlinsky. Ruzicka ontdekte de vrijwel voltooide schetsen in de nalatenschap van de in 1942 overleden componist.

Voordat Ruzicka in 1988 aantrad in Hamburg, samen met Gerd Albrecht als chef-dirigent, was hij verbonden aan het Berlijns Radio Symfonie Orkest, toen geleid door Riccardo Chailly, die in 1988 aantrad bij het Concertgebouworkest.

Ruzicka componeerde onder andere ...das Gesegnete, das Verfluchte (1991), een requiem voor de Zweedse componist Allan Pettersson, wiens Vijftiende symfonie hij ook als dirigent op cd heeft gezet. Verder schreef Ruzicka kamermuziek, zoals Stille (1976), Drei Nachtstücke für Klavier 'Ausgeweidet die Zeit...' (1971) en Preludes (1987). Voor de compositie van Introspecione - 'Dokumentation für Streichquartett' nam Ruzicka onder dokterstoezicht bewustzijnsverruimende middelen in.