Brokkendiplomatie plaagt Z-Afrika

Zuid-Afrika maakt dezer dagen de ene na de andere diplomatieke blunder. Een brief die bij de verkeerde ambassade wordt bezorgd, een telefoontje dat verkeerd wordt begrepen. Wat is er aan de hand met de Zuid-Afrikaanse diplomatie?

JOHANNESBURG, 8 AUG. Iedereen in Zuid-Afrika die iets voorstelt, heeft een zaktelefoon, dus ook Nelson Mandela. Probleem is dat de ontvangst, zeker op grote afstand, te wensen overlaat, evenals het gehoororgaan van de president. Dat leidde begin deze week tot een komisch, zij het voor de president pijnlijk diplomatiek misverstand. Kofi Annan, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, aan de lijn. Na wat vriendelijkheden over en weer zegt Annan (kraak, kraak) naar Pretoria te zullen komen om de kwestie Oost-Timor te bespreken. Mandela antwoordt in de trant van: “Fijn Kofi, ik ben blij je te zien, tot vrijdag”. Einde gesprek. De Zuid-Afrikaanse regering kondigde op maandag de komst van Annan met veel poeha aan, om een dag later tandenknarsend te moeten melden dat Mandela het verkeerd had verstaan: niet Annan, maar een van zijn medewerkers komt naar Zuid-Afrika.

Hoewel het hier gaat om een simpel misverstand, ligt de fout bij het bureau van de president. Na het telefoontje van Annan kwam het kennelijk bij niemand op na te gaan hoe laat het VN-hoofd zou komen en andere praktische zaken met 'New York' te regelen. Had men dat wel gedaan, dan was de miscommunicatie meteen aan het licht gekomen. “De Zuid-Afrikaanse diplomatie is een puinhoop”, zegt Peter Vale, de directeur van het Centrum voor Zuidelijk Afrika Studies aan de Universiteit van de Westkaap. Volgens Vale is het ambtenaren- en diplomatenkorps van Zuid-Afrika een ongelukkige mengelmoes van een oude garde Afrikaners en onervaren nieuwkomers.

Dit heeft mogelijk ook geleid tot een andere blunder, vorige week, eveneens rond de kwestie Oost-Timor. Mandela had, zei hij vorige week, een brief geschreven aan de Indonesische president Soeharto, waarin hij om de vrijlating vroeg van de Oost-Timorese guerrillaleider 'Xanana' Gusmão. In Jakarta zei men van niets te weten.

De brief had bezorgd moeten worden bij de Indonesische ambassade in Pretoria, maar kwam aanvankelijk niet dààr aan, maar op de Portugese missie. De Portugese ambassadeur, zo wil het verhaal, stuurde de brief niet door, maar maakte hem open en vervolgens wereldkundig. Voor Zuid-Afrika was dit aanleiding Lissabon te verzoeken zijn ambassadeur te vervangen.

Reconstructie van het voorval leert dat de fout in Zuid-Afrika ligt. Portugal kreeg, als voormalige koloniale machthebber in Oost-Timor, van de Zuid-Afrikanen een afschrift van de brief aan Soeharto, maar het origineel bleef dagenlang in een Zuid-Afrikaanse bureaula liggen en werd derhalve veel te laat bezorgd. “De afhandeling van deze zaak is buitengewoon knullig”, zegt Peter Vale, “de uitwijzing van de Portugese ambassadeur is een grote blunder, temeer daar de ambtstermijn van de man nota bene deze maand afliep.”

Volgens Vale strijden in de Zuid-Afrikaanse diplomatie twee interpretaties van de buitenlandse politiek om de voorrang. Nelson Mandela stelt de mensenrechten voorop en spreekt dat uit, terwijl het ministerie van Buitenlandse Zaken, daarin vermoedelijk gesteund door vice-president Thabo Mbeki, meer belang hecht aan goede betrekkingen met andere regeringen, onafhankelijk van hun staat van dienst, en zich bij voorkeur bedient van de 'stille diplomatie'. “Ik sluit niet uit dat deze kwestie (de blunders rondom Oost-Timor) een poging is de politieke lijn van de president te saboteren”, aldus Vale.

Er had nog een ander pijnlijk incident plaats, ditmaal een aanvaring tussen Zuid-Afrika en Nigeria. Het begon met een uitlating, twee weken geleden, van de Nigeriaanse minister van Informatie, Walter Ofonagoro, die Mandela “een blank land het een zwart staatshoofd' noemde. Hij refereerde daarmee aan de aanhoudende kritiek die Pretoria heeft geleverd op de militaire dictatuur in Nigeria. Zo protesteerde Zuid-Afrika in 1995, als een van de weinige landen op het continent, tegen de executie van de Nigeriaanse activist voor de mensenrechten Ken Saro-Wiwa. Dat nam Nigeria Zuid-Afrika zeer kwalijk. Vorige week donderdag reisden twee Nigeriaanse gezanten naar Zuid-Afrika. De twee bevonden zich in een privé-vliegtuig boven Zuid-Afrika en hadden de luchthaven van Johannesburg als eindbestemming, toen hun toestel werd gedwongen te landen op de militaire basis Wonderboom, vijftig kilometer noordelijker. Daar werden de diplomaten gearresteerd. De gezanten mochten na korte tijd weer gaan; over de reden van hun arrestatie werd niets meegedeeld, behalve dat het ging om een “gevoelige kwestie”.

Volgens waarnemers botsten ook hier de twee lijnen binnen de Zuid-Afrikaanse buitenlandse politiek: de vertegenwoordigers van de 'mensenrechtenlijn' wilden opheldering van de Nigeriaanse gezanten over de standpunten van hun regering, terwijl de 'lijn van de stille diplomatie' de zaak in der minne wilde schikken. De laatste factie won: president Mandela zag zich gedwongen de twee diplomaten op hoffelijke wijze in zijn villa in Johannesburg te ontvangen en maakte zijn excuses. Einde verhaal, maar wel met groot gezichtsverlies voor Zuid-Afrika.

Wat zich bij de incidenten van de afgelopen tijd heeft gewroken, is volgens Peter Vale het gebrek aan ervaren diplomaten. In de periode dat Pik Botha minister van Buitenlandse Zaken was - tussen 1977 en 1994 - bouwde Zuid-Afrika weliswaar een netwerk van contacten op, maar de status van internationale paria leidde ertoe dat Zuid-Afrikaanse diplomaten een geïsoleerd bestaan leidden, zo legt Vale uit. Een deel van die out of touch-garde is na de politieke overgang van 1994 blijven zitten, terwijl de nieuwe lichting diplomaten door hun onervarenheid fouten begaan.

Het overwegend blanke diplomatenkorps maakt geleidelijk plaats voor diplomatiek personeel dat een betere afspiegeling vormt van de ZuidAfrikaanse samenleving, maar ook dat gaat niet zonder problemen. Jonge zwarte diplomaten ambiëren topposten op de ambassades in Europa, Amerika en Azië, voor stationering in een Afrikaans land passen ze.