Bijna niets

Op een dag werd de meerkat boos. Hij zette een bordje voor zijn deur:

“Niet storen. Boos.” en ging in zijn kamer zitten denken.

Hij dacht aan iedereen die hij een klap zou willen geven of de waarheid zou willen zeggen, ook al wist hij niet precies wat de waarheid was.

Hij dacht aan de zee, die hij zou willen weggooien, en aan de hemel, die hij heel graag eens door elkaar zou willen rammelen. Maar hij wist niet hoe hij de hemel zou moeten beetpakken. Daar zal wel nooit wat van komen, dacht hij, en knarste met zijn tanden.

Hij schreef boze brieven aan iedereen:

“Verschrikkelijke mier”, schreef hij, met daaronder zijn naam.

“Afschuwelijke eekhoorn.”

“Ellendige krekel.”

“Slechte slak.”

Hij legde die brieven onder zijn bed, want hij wist niet zeker of hij ze wel wilde versturen. Hij stond op en keek in zijn spiegel. Hij schudde langzaam zijn hoofd en zei dat hij zichzelf ook wel eens de waarheid zou willen zeggen.

“Wat wil je dan zeggen?” vroeg hij.

“Dat ik mezelf zo tegenval,” zei hij.

“O ja?”

“Ja.”

Meer wist hij niet tegen zichzelf te zeggen.

Hij had één stoel, die hij optilde en met een harde klap kapot sloeg. Daarna ging hij met zijn gezicht omlaag op zijn bed liggen.

Tegen de avond was zijn boosheid over. Hij maakt de stoel, verscheurde de brieven en zei tegen zichzelf in de spiegel: “De waarheid is, meerkat, dat je eigenlijk wel meevalt.”

“Ja?”

“Ja.”

Hij gooide zijn deur met een brede zwaai open en zette een ander bordje neer:

“Gaarne storen. Niet boos.”

Maar niemand stoorde hem, want hij woonde heel afgelegen. Het werd donker en hij zat alleen voor zijn raam. Hij keek de duisternis in.

De waarheid is, dacht hij, dat ik iets mis. Maar wat?

Laat in de avond ging hij aan zijn tafel zitten en schreef een brief aan de mier:

Beste mier

Er is iets dat ik mis.

Wat zou dat zijn?

De meerkat.

De mier wilde juist gaan slapen toen hij die brief kreeg. Hij dacht lange tijd na en schreef toen terug:

Beste meerkat

Ik denk dat het hetzelfde is dat ik

ook mis.

Het is bijna niets.

De mier.

Toen hij die brief gelezen had slaakte de meerkat een zucht van opluchting. Gelukkig dacht hij. Het is bijna niets. Hij stapte in zijn bed, draaide zich op zijn zij en sliep in.