'Banenverlies 'ramp' voor Friesland

LEEUWARDEN, 8 AUG. In Leeuwarden is grote onrust ontstaan over het verdwijnen van mogelijk 480 arbeidsplaatsen bij PTT Telecom in de Friese hoofdstad. De Leeuwarder burgemeester Apotheker (D66) spreekt van een “ramp” en trad in spoedoverleg met de ondernemingsraad van het bedrijf. Hij vindt dat Leeuwarden met een structureel werkloosheidspercentage van 24 procent onevenredig zwaar wordt getroffen door de sanering.

De OR en het Leeuwarder college eisen gezamenlijk van de directie dat er tenminste 600 van de 737 arbeidsplaatsen in Leeuwarden behouden blijven. In het slechtste geval zouden dat er slechts 263 zijn. Volgende week spreekt Apotheker met zijn partijgenoot W. Dik, voorzitter van de Raad van Bestuur van KPN.

Landelijk verdwijnen er bij PTT Telecom 1.100 van de 30.000 arbeidsplaatsen. Directeur S. Harmelink van PTT Telecom Leeuwarden wil niet bevestigen dat er 480 arbeidsplaatsen op de tocht staan bij het Friese district. “Het aantal van 480 is uit de lucht gegrepen. Ik wil niet uitgaan van het meest zwartgallige scenario.” Wel bevestigt hij dat een aantal personeelsleden zijn huidige baan zal verliezen.

De afdelingen Netwerk Operations (190 mensen) en Netwerk Bouw (104 mensen) om bedrijfeconomische redenen vanuit Leeuwarden overgeheveld worden naar respectievelijk Zwolle en Groningen. Harmelink sluit niet uit dat er gedwongen ontslagen zullen vallen. Volgens secretaris S. de Vries van de Ondernemingsraad van het Leeuwarder Telecom-district is de verwachting van het verlies van 480 banen gebaseerd op “reële cijfers”. De OR heeft berekend dat er in totaal 353 arbeidsplaatsen in Friesland verdwijnen. Tevens zouden 131 medewerkers hun huidige baan verliezen.

Harmelink bevestigt dat een aantal medewerkers “overcompleet” zal worden, maar hij verzekert dat er alles aan gedaan zal worden hen aan een andere werkkring te helpen. In Leeuwarden blijft volgens hem “een kleinere, maar levensvatbare, klantgerichte organisatie” bestaan. De stad behoudt een verkoopkantoor, storingsdienst en een Business Center. Bij een sanering bij PTT Telecom in Leeuwarden in 1989 werd het aantal arbeidsplaatsen verminderd van 1.200 naar 737.

OR-secretaris De Vries heeft begrip voor het feit dat PTT Telecom, in verband met de oprukkende concurrentie, kosten moet besparen, maar vindt dat alle districten gezamenlijk arbeidsplaatsen moeten inleveren. “Waarom wordt de pijn niet verdeeld over alle dertien districten? Nu vallen de grootste klappen in de kleinste. Van de personeelsleden is 55 procent ouder dan 40 jaar. Het is de vraag of ze ooit nog aan de bak komen.” De sociale begeleidingsregeling vindt De Vries onvoldoende. De regeling bestaat eruit dat werknemers gedurende twee jaar begeleid worden in het vinden van een baan.

PvdA-fractiesecretaris J. van Olffen, die bij het Leeuwarder college van B en W aandrong actie te ondernemen, is bang dat er in Leeuwarden slechts een “veredelde primafoonwinkel” zal overblijven. Hij vindt het onverteerbaar dat Leeuwarden een groot aantal hoogwaardige arbeidsplaatsen zal verliezen. De PvdA eist vervangende werkgelegenheid van de overheid.

Het Tweede Kamerlid J. Liemburg (PvdA) dringt hierop ook aan in de kamervragen die ze over de zaak aan de regering stelt. De staat is nog steeds bijzonder aandeelhouder van KPN, het moederbedrijf, waarvan PTT Telecom deeluitmaakt. Het verkoopkantoor Noord-Nederland dat nog te vergeven is en een landelijk call-center zouden in het geval van het banenverlies Leeuwarden toekomen, vindt de plaatselijke politiek.

Het Leeuwarder PvdA-raadslid vindt dat PTT Telecom een maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft om werkgelegenheid te behouden in een economisch zwakke regio. Directeur Harmelink verwerpt dit argument. “Ons enige doel is de toekomst en continuïteit van ons bedrijf veiligstellen. Als je daarvoor zorgt, ben je sociaal bezig.” Harmelink zegt zich door de actie van Apotheker niet te laten beïnvloeden. “Een zakelijke afweging zal de doorslag geven waar we overige diensten zullen plaatsen.”

De inzet van het bedrijf is om de reorganisatie zonder gedwongen ontslagen uit te voeren, stelt hij, “maar een garantie daarvoor kunnen we niet geven.” De sociale begeleidingsregeling noemt hij “uitstekend”. “We spannen ons maximaal twee jaar in om een baan voor overcomplete medewerkers te vinden. Van hen vragen we overigens zich mobiel op te stellen.” Sommige medewerkers zullen volgens hem bereid moeten zijn naar het buitenland te verhuizen. Pas wanneer er “met de allerbeste wil” geen andere werkkring binnen of buiten het bedrijf kan worden gevonden, zal een ontslagvergunning worden aangevraagd, aldus Harmelink.

    • Karin de Mik