Albanezen weinig geliefd bij Grieken

Rechtse kranten in Griekenland waarschuwen voor een 'nieuwe nationale minderheid' nu Albanië en Griekenland een akkoord hebben gesloten over het lot van de honderdduizenden illegale immigranten uit Albanië.

ATHENE, 8 AUG. “Een uitnodiging tot nieuwe illegale immigratie”, loeit de rechtse oppositiepers na de overeenkomst die deze week in Tirana is gesloten tussen de kersverse Albanese regering en een zevenkoppige Griekse regeringsdelegatie onder leiding van minister van Buitenlandse Zaken Pángalos. De naar schatting 350.000 illegale immigranten uit Albanië zullen van de Griekse autoriteiten op aanvraag een 'groene kaart' kunnen krijgen, die negen à twaalf maanden geldig zal zijn. Daarmee krijgen ze voor die periode de rechten en plichten van Griekse arbeiders en ze zullen ook hun familie kunnen laten overkomen. Wat er daarna gebeurt is nog niet duidelijk vastgelegd, maar complete legalisering en onbeperkte verblijfsvergunningen worden hun in het vooruitzicht gesteld.

Al eerder dit jaar hadden de Griekse ministeries van Buitenlandse Zaken en Arbeid een decreet uitgegeven waarin legalisering van de 450.000 buitenlandse illegalen werd vastgelegd. Onder invloed van de chaotische gebeurtenissen in Albanië werden de Albanezen, verreweg de meerderheid van de illegalen, echter in een latere fase aan deze regeling onttrokken. Nu zijn ze er weer bij opgenomen.

De rechtse kranten waarschuwen allang dat er op deze manier een nieuwe nationale minderheid in het leven wordt geroepen. Wat hen nu met de meeste angst vervult is het vooruitzicht dat dit jaar, zolang de legalisering nog niet op gang is gekomen, een nieuwe stroom van tienduizenden immigranten zijn weg zal vinden naar Griekenland met het vooruitzicht op spoedige 'inschrijving'. In Tirana zijn weliswaar afspraken gemaakt over verbeterde grensbeveiliging, waarbij Griekse en Albanese militairen zullen samenwerken en Grieken Albanezen zullen opleiden, maar het is de vraag of dit alles al dit jaar zijn vruchten zal afwerpen.

Gisteren is bij Preveza in Noord-Griekenland een vrachtauto aangehouden die met 24 Albanese jongemannen op weg was naar Athene. De immigranten in spe zaten bijna letterlijk als haringen in een ton (met twee ventilatoren). Ze hadden voor deze reis ieder 40.000 drachmen (320 gulden) moeten betalen. Onmiddellijk zijn ze op transport gesteld, terug naar de grens. De Griekse chauffeur, inmiddels gearresteerd, bleek de rit al menigmaal te hebben gemaakt. Als de drang bij de jonge Albanezen zo groot is, hoe zal hij dan de komende herfst kunnen worden ingetoomd?

Dat de Albanese economie zowat drijft op de inkomsten uit Griekenland is al een gemeenplaats geworden, maar ook de Griekse economie kan het nauwelijks meer zonder de gastarbeiders stellen, die - ook op het platteland - het moeizaamste en vuilste werk doen tegen de laagste lonen, soms nog onder die welke de zigeuners worden uitbetaald. Tegen deze achtergrond wordt de kreet 'Alle Albanezen het land uit' zonder meer hypocriet.

De rechtse oppositiebladen moeten het natuurlijk ook hebben van de groeiende weerzin tegen een groot aantal stuitende misdrijven die door Albanezen zijn gepleegd of die aan hen worden toegeschreven. Dat toeschrijven is al bijna een vaste gewoonte geworden, zowel bij het publiek als bij de media. Laffe aanslagen op kioskhouders en taxichauffeurs kunnen eigenlijk alleen maar door Albanezen zijn gepleegd, zo denkt men, en op de televisie worden de meldingen voorafgegaan door de mededeling dat Albanezen weer in actie zijn geweest, ook als daar geen bewijzen voor zijn.

Nog meer, en begrijpelijk, is men onder de indruk van de onveiligheid die in het grensgebied is gaan heersen, doordat bendes vanuit Albanië roofovervallen plegen tot diep in Grieks gebied, waarbij ze zelfs al enige keren gijzelaars hebben meegenomen. Het toerisme op het eiland Korfoe is al gaan lijden onder deze plaag. De Griekse minister van Orde, Roméos, die deel uitmaakte van de delegatie naar Tirana, kwam terloops met de klacht over het verdwijnen van 78 vaartuigen langs de Griekse kust, en het verzoek om daar een onderzoek naar in te stellen. De Albanezen beloofden een catalogus te verstrekken met de namen van misdadigers die dit jaar uit Albanese gevangenissen zijn ontsnapt.

Maar Albanezen hebben ook klachten over Grieken, zoals bleek tijdens de nogal woelige persconferentie die Pángalos voor zijn vertrek uit Tirana gaf. Daar werd gevraagd naar de opeenvolgende acties 'Bezem' die in Griekenland worden uitgevoerd elke keer dat de publieke opinie daar weer ontdaan is over een Albanese gewelddaad. Bij deze jacht op illegalen gaat het niet zachtzinnig toe, en Amnesty International heeft al geklaagd over de condities waaronder ze worden bijeengedreven alvorens te worden uitgewezen (waarna ze weer even hard terugkomen). “Je moet de hand die je voedert niet bijten”, zei Pángalos, misschien iets minder tactvol, op de persconferentie en hij herinnerde eraan dat Italië zelfs geen begin heeft gemaakt met het gedogen van illegale toestanden.

De hint tegen Italië was veelbetekenend, want het hele bezoek, met zijn vele beloften (onder andere een lening van drie miljoen dollar), investeringsaankondigingen enz. had ten doel de vriendschap met het socialistische buurland zo hecht mogelijk te maken en daarbij het sterk rivaliserende Italië voor te zijn.

    • Frans van Hasselt