AEX-aandelenindex sluit voor het eerst boven duizend punten; De god van de handel krijgt het nog warm

Meer hypotheken, minder sparen, stijgende uitgaven en meer beleggen: een dreigende spiraal van lenen en beleggen door particulieren jaagt de temperatuur op het Damrak verder op.

AMSTERDAM, 8 AUG. “Mercurius, god van de handel en beschermer van de Amsterdam Exchanges, is bijzonder goed gemutst,” schrijven de optie- en effectenbeurs vandaag in hun dagbladadvertenties waarin zij zichzelf feliciteren met het feit dat de AEX-index gisteren voor het eerst boven de 1.000 punten is gesloten. Arme Mercurius: het nieuwe beursrecord vindt plaats onder tropische weersomstandigheden, hij had al een helm op en nu is hij ook nog gemutst. De index sloot gisteren op bijna 1011 punten en hield vanmorgen stand boven de 1000-grens. “Waar gaat dit heen?” vragen de Amsterdam Exchanges zich af.

De hitte buiten correspondeert met de hoge temperaturen op de aandelenmarkt, waar de koerswinst dit jaar al 55 procent bedraagt. De bedrijfswinsten over het eerste halfjaar vallen tot nu toe over het algemeen mee. De hoge dollar die vanmorgen op 2,11 gulden stond, zorgt voor optimisme over de winstontwikkeling in de rest van het jaar.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) rapporteerde gisteren dat beleggingsfondsen in aandelen in de eerste helft van dit jaar 1,4 miljard gulden aan inleg hebben opgehaald. Dat cijfer is van ongeveer de zelfde orde van grootte als in 1996, toen over het gehele jaar 3,03 miljard gulden in deze fondsen werd gestoken. Maar in de eerste helft van dit jaar kwam er nog eens een inleg van 1,7 miljard gulden in nieuwe 'click'-fondsen bovenop. Dat zijn beleggingsfondsen die hun behaalde koerswinst consolideren met optie- en termijntransacties.

Naast de inleg in beleggingsfondsen staat een onbekende hoeveelheid aan directe aandelenbeleggingen door particulieren die - een incidentele steekproef daargelaten - in het geheel niet in kaart wordt gebracht.

Sparen is geheel uit de gratie. De 5,5 miljard gulden die in de eerste helft van het jaar op spaarrekeningen is ingelegd lijkt veel, maar een medewerker van het CBS tekent aan dat zo'n 4,5 miljard gulden daarvan het resultaat is van bedrijfsspaarregelingen. Als deze semi-contractuele besparingen buiten beschouwing worden gelaten, dan rest nog maar 1 miljard aan nieuw spaargeld. Het inzakken van de besparingen wordt door het CBS in verband gebracht met de opkomst van de click-fondsen: particulieren beschouwen deze aandelenfondsen als risicovrij en dus te vergelijken met sparen, waardoor het clicken het sparen heeft verdrongen.

De inleg in obligatiefondsen is met nog geen 300 miljoen gulden het laagste in de recente geschiedenis: in 1993, toen de rente op langlopende obligaties nog in de negen procent liep, vloeide 7,9 miljard gulden naar obligatiefondsen - op jaarbasis het dertienvoudige van het bedrag van de eerste helft van dit jaar.

De overgang van rentedragende beleggingen als spaargeld en obligaties naar aandelenbeleggingen heeft alles te maken met de lage rente: een tienjaars-obligatie rendeerde vanmorgen 5,6 procent. Spaargeld doet een procent of vier. Die lage rente komt ook aan de aanbodszijde terug. Het CBS berichtte gisteren een record aan oversluitingen van hypotheken.

Met een oversluiting kan worden ingespeeld op de lage hypotheekrente en kan geld worden vrijgemaakt uit de overwaarde van het eigen huis. De 71.000 oversluitingen in het tweede kwartaal waren een record. Het aantal tweede hypotheken onder de 50.000 gulden bleef met 19.000 hoog. Het is moeilijk te becijferen hoeveel geld er vrijkomt uit de verzilvering van de overwaarde van het eigen huis. Vast staat wel dat het gemiddelde hypotheekbedrag per woning in een kwartaal tijd is opgelopen van 137.000 gulden naar 150.000 gulden. Die stijging met bijna 10 procent is veel groter dan de huizen zelf in die drie maanden in waarde zijn toegenomen.

Tegenover de gestegen vermogens uit aandelenbeleggingen en het huizenbezit staat klaarblijkelijk een eveneens gestegen schuldpositie. De ongerealiseerde vermogensgroei wordt vervolgens besteed. Die bestedingen komen terug in de consumptieve uitgaven, die tot verrassing van het gros van de analisten dit jaar in een hoog tempo van meer dan drie procent blijven groeien.

Maar hoeveel van het geleende geld gaat naar de effectenbeurs? Hier wreekt zich het onontgonnen terrein van het particuliere beleggersgedrag. Een mogelijke spiraal van beleggen en lenen, beleggen en vervolgens weer lenen maakt de beurskoersen nog gevoeliger dan gewoonlijk voor een hogere rente.

De vraag of en wanneer die rente werkelijk zal oplopen is open. Een belangrijk onderwerp voor analisten op dit moment is hoe snel de stijgende koers van de dollar zich vertaalt in hogere invoerprijzen die een rente-reactie uitlokken van de centrale banken en de kapitaalmarkt. Vandaar de belangstelling op de beurs voor de eerste vergadering sinds haar zomerreces van de Duitse centrale bank, de Bundesbank, volgende week.