Vogels eerder aan de leg dan vroeger

ROTTERDAM, 7 AUG. Veel vogels in Groot-Brittannië leggen hun eieren een week eerder dan hun soortgenoten 25 jaar geleden deden. Ornithologen van de British Trust for Ornithology vonden na statistische bewerking van bijna 75.000 meldingen van vogelaars dat bij 20 vogelsoorten van 65 onderzochte soorten het eerste ei 4 tot 17 dagen eerder wordt gelegd dan een kwart eeuw geleden.

Deze vervroeging is statistisch gezien significant. Slechts de holenduif legt significant later. Onder de overige soorten is er een duidelijke trend naar eerder leggen, maar wiskundig is die vervroeging niet hard. De ornithologen schrijven in het wetenschappelijke tijdschrift Nature dat vandaag uitkomt dat het vroeger leggen waarschijnlijk een effect is van het warmere klimaat van de laatste jaren.

Scholekster, wulp, winterkoning en boomklever, tjiftjaf en fitis, zwarte kraai, ekster en vink behoren tot de soorten die vroeger aan de leg gaan. De vervroeging komt voor bij de vogelsoorten die vroeg in het seizoen hun eieren leggen, als bij de vogels die in mei hun ei leggen, maar ook bij de juni- en julileggers. De grauwe gors verschoof zijn legdatum van begin juli naar half juni. De fluiter ging van eind mei naar het begin van die maand en de ekster van de tweede naar de eerste helft van april. Watervogels, zaadeters en insecteneters leggen allemaal eerder. Het maakt ook niet uit of het stand- of trekvogels zijn.

Vroeger broeden kan voor de vogels die in voorjaar en zomer in grote haast hun jongen moeten grootbrengen voordelig zijn. De dieren kunnen eerder hun vetvoorraad voor de wintermaanden of voor de najaarstrek aanleggen. Maar het voorkeursvoedsel moet wel aanwezig zijn.

Sporadisch is de vervroeging van de natuur al eerder gemeld. In NRC Handelsblad besprak Karel Knip de waargenomen vroegere terugkeer van de gierzwaluw (een zomergast) in Amsterdam in de laatste 25 jaar. Maar een lezer die de gierzwaluw al vanaf de Tweede Wereldoorlog in de gaten houdt, wees er op dat er voor 1975 ook perioden van vroegere terugkeer zijn geweest. Een nachtvlinderkundige rapporteerde dat de meeste soorten nachtvlinders tussen 1955 en 1975 niet vroeger in het seizoen voorkwamen, maar sinds 1975 is er een trend naar vroeger uitkomen.