Vluchtige ontmoetingen; De kunst van het wild kijken

Wroetende zwijnen, foeragerende edelherten, schuwe dassen: geen beter tijdstip om wild te zien dan op lange zomeravonden. Wie rekening houdt met de windrichting, zich hult in schutkleuren en regen op de koop toe neemt, heeft de meeste kans op succes. Let wel: je kunt er aan verslaafd raken. Want wild zien maakt de indiaan in je los. Nog een tip: meld dit soort bezigheden nooit aan een psycholoog of psychiater!

De tijd is goed, de plaats ook. Twee uur voor zonsondergang passeer ik het klaphek bij restaurant De Echoput, aan de weg Apeldoorn-Voorthuizen, waarachter ruim 6000 hectaren Kroondomein beginnen. Ook het weer werkt mee: de zon schijnt en het waait nauwelijks, al toont het zwerk tussen grote stukken kraakhelder blauw een krachtige turbulentie van witte, roze en donkere wolken, sommige met schitterende randen, en bundels licht daar tussendoor. Beneden overheerst groen: afwisselend loof en naaldbos met hier en daar een weitje of wat hei. Van de miljoenen bezoekers die de Veluwe jaarlijks trekt, hopen velen op ontmoetingen met grofwild. Maar de beste kansen blijven vaak onbenut: in twee uur zal ik niemand tegenkomen - geen mensen althans.

In zijn bespreking in de Nieuwe Rotterdamse Courant van Wild Zien van A. Langenbach sprak dr. A. Scheygrond van 'de edele vreugde van het waarnemen van zoogdieren [...] in de vrije natuur'. Dat is het. Wild zien maakt de indiaan in je los. Op de plaats van [...] stond en vogels - leuk, zeker als ze zeldzaam zijn, maar naar mijn waarschijnlijk genetisch bepaalde smaak minder spannend dan zo'n wroetend, vretend of voorbij zoevend hoefdier. Vossen zijn ook prachtig, maar het mooist blijft natuurlijk de zeer zelden zichtbare das.

Ik kreeg Wild zien kort na mijn eerste ontmoeting met een wild zwijn, augustus 1965 op De Hoge Veluwe. Hoewel voorbereid en geen moment echt in levensgevaar, stond ik aan de grond genageld. Dat zoiets oers en wilds zomaar midden in Nederland een pad kon oversteken, raakte me diep. Ik brak definitief met speeltuinen en pretparken en begon een jaar later met het noteren van de variabelen van elke wildontmoeting op de Veluwe (tijdstip, plaats, soort, aantal, afstand, weer, bijzonderheden). Misschien nuttig voor de statistiek: de aantallen waarnemingen per soort en de gemiddelde groepsgrootte bedroegen: edelhert 136 (11,2), zwijn 98 (5,2), ree 142 (1,5), moeflon 28 (29,1), vos 10 (1), das 2 (2).

Waarneming 406 wacht iets minder dan een kilometer na vertrek, in de rechterberm: een reebok, op een meter of veertig. Direct stilstaan, kijken of hij niks gemerkt heeft, een paar passen verder totdat een dikke boom me aan zijn zicht onttrekt en een plan maken voor het aanbersen ofwel het ongemerkt naderbij komen. Sommigen doen dat met een geweer in de aanslag (het is een jagersterm), of met een camera plus zware telelens, maar met losse handen blijft toch het leukst. Doorgaans heb ik ook geen verrekijker bij me. Zo'n riem in je nek gaat irriteren, je verspeelt kansen om je blik te verscherpen, je mist andere beesten die buiten beeld opduiken of daar allang stonden, en je gaat onder het verrekijken minder goed luisteren. Vanuit een esthetisch oogpunt - ook een kwestie van smaak natuurlijk - telt het verlies van de landschappelijke context. En: onze waarneming ís doorgaans al zo indirect. De wereld komt grotendeels tot ons via televisie, radio, multimedia, foto's, drukwerk, exposities, verkeersborden en de verhalen en opinies van anderen. Als tijdelijk goodbye to all that gaat er weinig boven wild zien zonder verrekijker.

Het ree foerageert intussen zoals reeën dat al duizenden jaren doen, weloverwogen en selectief: een blad, een paar stappen, de top van een grashalm, weer een paar stappen. Als hij al stappend half achter een struik verdwijnt, is het tijd voor een snelle verplaatsing over het pad, met één oog op eventuele takken en de ander op het object van aanbersing, tot een volgende dikke boom. Nogmaals dezelfde procedure, en de afstand van veertig meter is gehalveerd. M'n verrekijker komt nu toch wel goed van pas, om z'n gewei te bekijken of om vast te stellen wat hij precies eet. Doorlopen zonder hem te verontrusten is in dit geval onmogelijk, maar de schade blijft beperkt. Met zweefsprongen die geen edelhert of zwijn hem na zou doen, verdwijnt hij enkele tientallen meters terreininwaarts om daar rustig verder te eten.

Op naar de volgende ontmoeting, als die komt. Bedenk dat het nooit gaat om wild zien, maar om het niet missen van wild dat wel in je blikveld vertoeft. Ik ervaar het altijd als een kleine nederlaag als iemand anders een dier eerder ziet. Regel drie voor maximaal succes is volgens Langenbach: beweeg u uitermate langzaam. Echter: hoe sneller je loopt, hoe groter het gebied dat je onder ogen krijgt. De kans om wild te zien is recht evenredig met het kwadraat van je wandelsnelheid, gedeeld door het lawaai dat je niet had moeten maken - bijvoorbeeld door te hard te lopen. Zorg verder voor geruisloze kleding (thuis uittesten), uiteraard in schutkleuren. Je gezicht insmeren met camouflagepatronen helpt vast, maar gaat mij te ver.

Een kwartier voorbij de reebok - een geluid! Maar wat? Ik speel het bandje in mijn hoofd nog een paar keer terug en hou het op een korte, gesmoorde zwijneschreeuw (zwijnen zeggen nooit oink), geproduceerd bij kaartcoördinaten 187.75/473.20, in een perceel met hoge vliegdennen en tamelijk dichte loofvegetatie ertussen. Geheid dat er meer zitten. Zwijnen alleen houden zich stil, maar met meer dan één hebben ze vaak bonje, inclusief geschreeuw over en weer. Minuten luisteren levert niets op, dus heel langzaam volg ik het belendende zandpad een paar honderd meter naar het oosten, en weer terug. Dan ineens krakende takken, voorbij flitsende fragmenten kastanjebruine vacht, staarten, poten en soms een kop. Het zijn er zeker tien, op een meter of twintig. Dit is geen moment voor een kijker, want alles is beweging en verrassing: de soort sus scrofa heeft lucht gekregen van de soort homo sapiens, en dat ik geen geweer bij me heb weten ze niet. Ze willen heel snel weg, zonder te weten in welke richting. Toch is er één zwijnekleuter die me ziet. Ik heb me al zeker een minuut staan amuseren om de heen en weer rennende groep als ik hem ook zie, pal aan de rand van het pad op een meter of acht, half verscholen onder een boomtak. Een paar tellen kijken we elkaar aan, dan stormt hij als een raket de flora in en even later heeft de hele familie het goede spoor te pakken.

Meld dit soort bezigheden overigens nooit aan een psycholoog of psychiater, want voor je het weet heeft hij je hele hobby gedecodeerd. Bijvoorbeeld: vervang bos door school, heide door huiswerk, zandverstuiving door leerplicht, ree door spijbelen, hert door weekend, wild zwijn door vakantie, en das door Bianca de Wit van de Berkenlaan, en je begrijpt ineens waar je al die tijd mee bezig bent geweest. (Om nog maar te zwijgen over de 'Zen and the Art of Motorcycle Maintenance'-variant: The real animal you're looking for is an animal called yourself'.)

We slaan twee zwijnen, weer twee zwijnen, dertig edelherten, nog eens vier zwijnen en twee etmalen over. Als ik opnieuw het klaphek door ga, hoost het. Goed zo. Gevaar van tegenliggers die een wildloos spoor hebben getrokken is nihil en loopgeluiden gaan op in het zachte razen van de regen; alleen verandert mijn kaart binnen een paar kruispunten in een vod. Drie kwartier geen beest, tot iets donkers en nondescripts zich tweehonderd meter verder aftekent in het hoge bermgras van de Dalweg. De regel dat iets bij aanvankelijke twijfel haast nooit wild blijkt te zijn, gaat voor de verandering niet op. Zwijn! Tijgersluipgang en robbegang (vraag een dienstplichtige infanterist b.d. om een demonstratie) kunnen onbenut blijven door op de rand van het pad te lopen, met lage boomtakken tussen ons in. Nog één. Dekking ontbreekt op het laatste stuk, maar ze staan met de staarten naar me toe. Dichterbij komen dan een meter of twintig geeft te veel kans op verstoring. Rustig kijken respectievelijk wroeten is leuker.

Een bosbessen etend zwijn, twee zwijnenfamilies op een voederwei en een reegeit verder is het al half donker, hoewel de zon nog maar net onder is. Kleuren verdwijnen, wild wordt onzichtbaar. Een maggi-achtige lucht verraadt nog één keer de nabijheid van varkens, terwijl de meteorologische depressie het bos in een mantel van geruis en duisternis hult. Spoedig ben ik terug in de beschaving, doorweekt, maar vol opklaringen.

INFORMATIE

Algemeen

*Waar mogelijk tegen de wind in lopen.

*Geruisloze kleding in schutkleuren.

*Niet dichter bij komen dan nodig.

*Nooit rustgebieden betreden.

*Geen hond meenemen.

*Kleine gezelschappen.

*Wilde verhalen ten spijt vallen zwijnen bijna nooit aan. Wel gevaarlijk: door dichtbegroeid terrein lopen als er jonge biggen zijn. Pas ook op met varkens die hun schuwheid hebben verloren: afstand houden, nooit voeren. 'Mocht het dier toch toestormen, dan op het laatste moment opzij springen en er meteen vandoor gaan', schrijft Langenbach. (Thuis oefenen.)

Literatuur

*Wild speuren op de Veluwe, ƒ 10,70 overmaken op giro 6261271 van Stichting Jac. Gazenbeek, Barneveld, o.v.v. titel.

*Diersporengids, uitg. Tirion, ƒ 45, ISBN 9052102228

Kaarten

Onder meer bij VVV's en ANWB. Hoge Veluwe ook bij ingang. Kroondomeinen ook bij ingang paleis Het Loo.

Excursies naar het wild

*De Hoge Veluwe. Van 6 september tot 5 oktober. Inl. (vanaf medio augustus) 0318-591627.

*Vanuit Vierhouten, fietstocht, wo.avond, juni-half september. Inl. 0577-411400.

*Vanuit Elspeet, fietstocht, ma.avond, juni-half september. Inl. 0577-491450.

*Vanuit Nunspeet, carpool/wandeltocht, di.avond, half april-half september. Inl. 0341-253041.

*Naar wildkansel bij Ede. Elke di. en do. avond. Inl. 0318-614445.

Tijden

Kort na zonsopgang en tegen zonsondergang. Beste kansen wanneer de nachten kort zijn.

Locaties

Reeën komen bijna in heel Nederland voor en overal op de Veluwe; zwijnen en herten in wisselende dichtheden op hele Veluwe, behalve ten zuiden van de A12, ten westen van de A28 en ten oosten van de A50 tussen Heerde en Hattem. Buiten de Veluwe: zwijnen alleen ten oosten van Roermond en edelherten alleen in de Oostvaardersplassen. Door een combinatie van terreinomstandigheden en relatief dichte populaties zijn De Hoge Veluwe en de Kroondomeinen de beste gebieden. De omrasterde delen van de Kroondomeinen zijn gesloten van 15 sept. tot 25 dec. De Hoge Veluwe (niet gratis) is in aug. open van 8-22 uur, in sept. van 9-20 uur. Op De Hoge Veluwe zijn tegen zonsondergang vrijwel altijd edelherten en/of moeflons te zien vanaf de autoweg van de Compagnieberg naar het westen. Vrij veel wild is ook te verwachten in de bossen ten oosten van Vierhouten, het Staatswildreservaat tussen Hoenderloo en Ugchelen, en het Nationaal Park Veluwezoom.

Een paar wandelroutes met veel kansen

Voor alle routes geldt: halverwege beschikbare tijd omkeren en langs een iets andere weg terug. Bij avondwandelingen altijd horloge mee en weten wanneer het donker wordt. Kompas en kaart zijn noodzakelijk.

OV betekent dat het startpunt ook bereikbaar is met openbaar vervoer. Inl. 06-9292.

*Kroondomeinen. OV. Vanaf restaurant De Echoput door klaphek, pad twee kilometer volgen, bij vijfsprong tweede rechts en door blijven lopen.

*Kroondomeinen. Van Gortel per as richting Niersen, bij T-splitsing rechts, parkeren na passeren wildraster en linksaf het terrein in over lang recht pad (C-weg).

*Hoge Veluwe. OV. Ingang Hoenderloo. Na 600 meter bij eind heideveld linksaf en globaal zuidwestelijke richting aanhouden.

*Vierhouter Bos. OV. Over de verharde weg dorp uit richting Gortel tot begin verhard fietspad en daar naar rechts. Zuidelijke richting aanhouden.

*Loenermark/Veluwezoom. Vanuit Loenen smalle verharde weg naar het zuidwesten, tot verbodsbord voor auto's (of iets verder per fiets). Via Loenermark naar de Imbosch.