Twist over opvang jonge asielzoekers

Per jaar vragen zo'n tweeduizend 'alleenstaande' kinderen in Nederland asiel. De stichting Valentijn, die een kwart van hen opvangt, vindt dat zij te veel moet bezuinigen.

NUNSPEET, 7 AUG. Een vijftienjarige jongen uit Soedan zat wekenlang opgesloten in een scheepshut voor hij terechtkwam in Rotterdam, vertelt hij. Waar de boot naar toe voer wist hij niet. Vanuit de Rotterdamse haven werd hij overgebracht naar het opvangcentrum Valentijn in de bossen bij Nunspeet, bestemd voor 'alleenstaande minderjarige asielzoekers'. Hier krijgt hij drie maanden voorbereiding op het leven in Nederland. De jongen, die zegt in Soedan geen familie te hebben, is “happy” in Valentijn. “De mevrouws zijn mijn moeder en de meneers mijn vader. And here nobody beating you.”

De stichting Valentijn, de enige particuliere asielzoekersopvang in Nederland, wordt bedreigd, zegt directeur J.W. de Jonge. Het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) dat alle overige opvang verzorgt en subsidie verstrekt aan Valentijn, eist voor volgend jaar een bezuiniging van twee ton op het jaarlijks budget van zeven miljoen. Over verdere bezuinigingen wordt nog onderhandeld. De Jonge vreest dat het centrum deze klappen niet te boven komt.

Per jaar passeren circa tweeduizend asielzoekende kinderen zonder begeleiding van volwassen familieleden de Nederlandse grens. Ze komen uit de hele wereld maar relatief vaak uit Somalië, China, Ethiopië en Zaïre, zo blijkt uit cijfers van 1994. Velen hebben ervaring met geweld of gevangenschap, de meesten hebben een of beide ouders verloren. Kinderen beneden de twaalf gaan naar een pleeggezin, oudere kinderen naar een opvangcentrum. Van de kinderen van twaalf tot vijftien gaat een deel naar de Valentijnhuizen in Nunspeet en Lochem (ongeveer vijfhonderd per jaar), de rest naar de reguliere centra van het COA. Staatssecretaris Schmitz (Justitie) heeft zich vorig jaar uitgesproken voor beperking tot één benadering. “Dezerzijds gaat de voorkeur uit naar opvang in Valentijn” aldus Schmitz in een brief aan het COA. De meeste kinderen mogen uiteindelijk in Nederland blijven.

De Jonge vindt dat Valentijn de kinderen het best voorbereidt op het leven hier. In de reguliere centra verblijven zij in groepen van vijftig, in Valentijn in groepen van twintig. Het COA wil dat ook Valentijn de groepen vergroot. De Jonge: “Dat past niet eens in ons gebouw. En zo verdwijnt het goede pedagogische klimaat.” Directeur T. Veenkamp van het COA: “Gezien de korte duur van de opvang kan dat best. De kwaliteit komt aan op andere dingen zoals duidelijkheid over het verblijf, een vast ritme, zo snel mogelijk naar school.” Bezuinigingen bij Valentijn zijn volgens Veenkamp nodig omdat de twee instanties een gemeenschappelijk beleid moeten gaan voeren. “Ons uitgangspunt is gelijke monniken, gelijke kappen. Valentijn mag niet meer kosten dan wij. En bij ons is de opvang al duurder geworden. De groepen zijn kleiner gemaakt.”

Valentijn heeft een eigen schooltje, waar de kinderen 25 uur per week Nederlandse taal en cultuur krijgen. Aan de muur hangen de eerste schriftelijke resultaten: 'Je leeft om te leven, je leeft niet om te eten', getekend 'Tata'. Jongeren in reguliere centra krijgen les op een gewone basisschool. “De schoolaanwezigheid is in grote centra altijd een probleem”, zegt J.W. Westerink, onderwijscoördinator van Valentijn. “Je kunt een bus laten rijden van het centrum naar de school, maar verder valt er weinig te controleren. Als hier om tien over negen een jongen los rondloopt vatten wij hem bij de lurven en sturen hem naar school.”

Vorig jaar beperkte Justitie de duur van de eerste opvang van asielzoekers van zes tot drie maanden. Van de Valentijnkinderen gaat zestig procent na die periode naar een 'zelfstandige wooneenheid': vier kinderen in een huis. Zij krijgen daar nog 25 uur begeleiding per week. Te weinig, vindt De Jonge. “Kinderen van die leeftijd hebben nog heel veel zorg, steun en aandacht nodig. Ik zeg altijd tegen mensen: Stel dat jouw zoon of dochter van veertien op kamers ging wonen in Nigeria. Dat zou je toch ook niet willen?”

Een Chinees meisje van zestien verheugt zich op het zelfstandig wonen. Ze verblijft sinds mei in Valentijn en kan zich een beetje verstaanbaar maken. In de huiskamer van haar leefgroep staat na het middageten de muziekzender TMF keihard aan. Vier Aziatische kinderen staan fanatiek aan het tafelvoetbalspel, twee Afrikaanse jongens spelen vier op een rij. Het Chinese meisje leest. “Veel meisjes zeggen waarom jij altijd kijken boeken. Ik denk boeken goed. Zij altijd praten praten praten.” Ze wil snel naar een huis. “Dan kan ik lezen.”

Over het verdere lot van de minderjarige asielzoekers is nog weinig bekend. In Delft werden vorig jaar drie leden van een grote Somalische jeugdbende gearresteerd. Zulke berichten verbazen Westerink niet. “Veel jongens hebben hun school niet afgemaakt, spreken de taal niet, die zoeken zelf wel een manier om hun brood te verdienen.” Er staan succesverhalen tegenover. “Een Ethiopisch meisje dat een jaar geleden nog hier zat, zit nu in de vierde klas van het gymnasium. Het gaat niet altijd mis. Maar men laat het te veel afhangen van de survivors, kinderen met een enorme ruggegraat en overlevingsdrang. Gewone jongeren krijgen te weinig kans.”