Overlast van gedoogbeleid moet vergoed

AMSTERDAM, 7 AUG. De gemeente Amsterdam moet een schadevergoeding uitkeren aan een hotelhouder achter het Centraal Station omdat deze door het gedoogbeleid van de gemeente schade heeft geleden.

Deze uitspraak van het Hof dateert van juni vorig jaar, maar is nu pas in de publiciteit gekomen. Voor de deur van het hotel werd lange tijd een tippelzone gedoogd, daardoor bleven de klanten volgens de hoteleigenaar weg.

Volgens advocaat P. Snoeker van de hoteleigenaar is de uitspraak van het Hof “een principiële omkering van eerdere jurisprudentie”. Hij haalt eerdere uitspraak uit 1986 aan, waarbij de Amsterdamse rechtbank een kledingzaak in het ongelijk stelde die een vergoeding wilde voor geleden schade door de ontruiming van het kraakpand Lucky Luijk. Twee dagen voor de ontruiming had de dienst openbare werken van de stad de straat opengelegd. De krakers maakten tijdens de rellen gebruik van de losse stenen om etalages in te gooien. De rechtbank oordeelde toen dat de gemeente niet aansprakelijk was voor de daden van de krakers. In het geval van de hotelhouder oordeelde het Hof dat de gemeente “onrechtmatig heeft gehandeld door onvoldoende tegen de overlast op te treden”.

De rechtszaak kwam in de openbaarheid door een alinea in de gemeentelijke jaarrekening. Onder de zogeheten risicoparagraaf staat dat de gemeente een voorziening moet treffen in verband met de schadevergoeding aan de hotelhouder. Over de hoogte van de schadevergoeding loopt nog een procedure bij de Amsterdamse rechtbank. De advocaat van de hoteleigenaar heeft een vergoeding van 500.000 gulden geëist. De gemeente heeft inmiddels een aanbod gedaan dat volgens een woordvoerder “aanmerkelijk lager” ligt.

De gemeente ziet de uitspraak van het Hof niet als een breuk met eerdere jurisprudentie. Het geval van de hoteleigenaar is volgens de woordvoerder niet te vergelijken met de schadezaak bij de krakersrellen. Dat laatste was volgens de woordvoerder “een incident in de openbare orde sfeer”, terwijl in het geval van de hoteleigenaar sprake was van “een situatie die door de politiek jarenlang bewust in stand is gehouden”. Volgens de woordvoerder ligt de uitspraak van het Hof in het verlengde van “de trend in de rechtspraak meer aandacht te geven aan de rechten van de individuele burger”.