Kunstvliegen is niet hetzelfde als stunten

In NRC Handelsblad van 28 juli werd aandacht besteed aan het tragisch vliegongeval op zaterdag 26 juli te Oostende (België), waarbij behalve de vlieger ook acht toeschouwers om het leven kwamen. Hoewel de juiste toedracht van het ongeval nog wordt onderzocht, wordt in het verslag het vliegtuig (type Extra) verscheidene malen omschreven als een 'stuntvliegtuig' en de omgekomen piloot als een 'stuntvlieger'.

In beginsel kan elk vliegtuig gebruikt worden om te stunten in de zin van onverantwoordelijk gebruikmaken van dat vliegtuig door te laag vliegen, hetzij boven een niet-bevolkt gebied, of nog erger boven een verzameling mensen.

Iets heel anders en in geen enkel opzicht hiermee te vergelijken zijn de vliegers, die met - dikwijls speciaal hiertoe ontworpen - kleine vliegtuigen hoog in de lucht figuren vliegen, waarbij het er op aankomt dat alle technische handelingen geconcentreerd verlopen. Hierbij gaat de ene figuur dikwijls schijnbaar moeiteloos over in een andere figuur. Deze verfijnde vorm van vliegen heet kunstvliegen of luchtacrobatiek (aerobatics). Zij die deze vorm van luchtvaart hetzij als hobby dan wel beroepsmatig uitoefenen, zijn er allesbehalve gelukkig mee laatdunkend te worden aangeduid als stuntvliegers. Wat zij doen is juist het tegendeel van dit onverantwoord gedrag.

Ook de autoriteiten van de Rijksluchtvaartdienst (RLD) krijgen in het desbetreffende artikel een veeg uit de pan. Deze dienst heeft tot taak het toezicht uit te oefenen op de veilige gang van zaken in de luchtvaart in de ruimere zin van het woord. De RLD kijkt of de veiligheid bij de vliegfeesten voor wat het publiek betreft niet in gevaar komt en of de deelnemende vliegers geen grotere risico's nemen, dan zij èn hun vliegtuigen kunnen verwerken. Verder stelt de RLD zich tamelijk terughoudend op.