Kinds versterven is geen vrijwillige euthanasie

Het weigeren van voedsel is een 'klassieke' methode van zelfdoding. Weliswaar neemt versterving voor alle 1.168 gevallen waartoe mijn collectie van antieke suïcides inmiddels is uitgegroeid, pas de vijfde plaats in, met zeven procent (na doorsteking, verhanging, sprong en vergiftiging), maar voor de groep bejaarden in de oudheid is zij met dertig procent de belangrijkste manier om het leven te beëindigen.

Nog meer dan deze min of meer harde cijfers getuigt het antieke spraakgebruik van acceptatie en zelfs van waardering. Het Latijn heeft er een technische term voor, inedia, voedselloosheid. Het Grieks spreekt lovend van 'afvolharding', apokarteria. De oude mannen die zich verstierven, werden evenzeer gerespecteerd als de zelfdoders die zich in het zwaard stortten, terwijl zelfvergiftiging en zelfverhanging vaak met hoon werden bejegend.

Op het eerste gezicht heeft Chabot dus volkomen gelijk als hij bij zijn pleidooi voor versterven als goede dood (NRC Handelsblad, 5 augustus) verwijst naar mijn monografie van 1990 Zelfdoding in de antieke wereld. Bovendien heeft het weigeren van voedsel iets natuurlijks.

Ook van dieren is wel bekend dat zij zich terugtrekken om weg te kwijnen. In menige primitieve samenleving willen oude mensen niet langer 'meeëter' zijn. De dood die het gevolg is van hun vasten, wordt niet beschouwd als suïcide. Zij krijgen een normale begrafenis, terwijl echte zelfmoordenaars, vooral die door verhanging, door allerlei rituelen worden uitgestoten.

Voor onze tijd is er een belangrijke reden om Chabots geestdrift voor versterving als vorm van vrijwillige euthanasie te delen. De methode maakt niemand medeplichtig, de familie noch de arts, die een pil of een prik moet toedienen. Van de omgeving wordt slechts gevraagd terug te treden en met respect de zelfgekozen dood af te wachten.

Op deze wijze worden ook de gevallen van apokarteria in de oudheid beschreven. Toen Silius Italicus bij zichzelf een ongeneeslijk gezwel vaststelde, 'snelde hij met onherroepelijke standvastigheid naar de dood' door middel van inedia (Plinius, Brieven 3, 7,1). De filosoof Demokritos zou op 104-jarige leeftijd geleidelijk aan zijn portie dagelijks voedsel hebben verminderd omdat hij wegens de ouderdom besloten had 'zich uit het leven te leiden'. Toen het ernaar uitzag dat zijn dood op het Atheense carnaval zou vallen, rekte hij zijn leven maar wat om voor zijn huisgenoten de pret niet te bederven (Loukianos, Langlevers 18). Zo getuigde men van ware wilskracht. Niet voor niets is het centrale woord voor zelfdoding in de oudheid 'wilsdood' (Latijn: mors voluntaria).

Maar juist inzake de wilsact loopt Chabots beroep op de klassieke oudheid spaak. Hoe kan hij van 'wil' spreken bij demente bejaarden die hun eten en drinken laten staan? Misschien is het gewoon een gril of weerspannig gedrag, dat best kan worden volgehouden om de omgeving uit te dagen.

Het kan ook om een terugval in jeugdig gedrag gaan. Niet voor niets is het oer-Nederlandse woord voor dement 'kinds'. Als een baby systematisch zijn bordje laat staan, zeggen ouders ook niet: 'Laat hem. Hij wil zeker sterven'. Als een kind echt consequent voedsel weigert, wordt het aan een infuus gelegd en onderworpen aan eettherapieën.

Ook bij lijders aan anorexia nervosa wordt de 'wens' tot zelfvernietiging niet gerespecteerd. Zij worden als geestesziek beschouwd en als zodanig behandeld.

Iemand die aan de ziekte van Alzheimer lijdt en voedsel weigert, kan niet geacht worden daarmee een doodswens uit te drukken. Het versterven van een kinds iemand is allesbehalve vrijwillige euthanasie.