Hollandse landschappen op Zwakmans foto's blijken maquettes; Foto's als een pak vruchtensap

Watten worden wolken op de foto's van Edwin Zwakman, beschilderde cassettebandjes doen dienst als flatgebouwen en dinky toys duiken op als immense graafmachines. 'Door die te fotograferen, krijg je een heel ander soort werkelijkheid.'

De foto's van Edwin Zwakman zijn nog te zien t/m 31 aug in Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, Rozenstraat 59, Amsterdam. Inl. (020) 4220471, di t/m zo 11-17u.

AMSTERDAM, 7 AUG. Zouden we het Nederlandse landschap zo goed kennen, dat we er niet meer echt naar kijken? Wie de foto's van Edwin Zwakman ziet, neemt zonder meer aan dat de afgebeelde zeegezichten, verkeerspleinen, nieuwbouwwijken en doorzonwoningen ergens in Nederland zijn te vinden: we razen er immers dagelijks voorbij in de trein of parkeren er 's avonds de auto voor de deur. Maar wie beter kijkt, ziet dat er geen plantjes op de vensterbanken staan en dat er geen deurkruk aan de voordeur zit.

Zo bevatten al Zwakmans foto's aanwijzingen voor het feit dat het geen echte landschappen kúnnen zijn. “In werkelijkheid zijn het maquettes”, vertelt hij. “Alles wat je op mijn foto's ziet, heb ik in mijn atelier nagebouwd.”

Edwin Zwakman (1969) studeerde aan de kunstacademies van Rotterdam en Frankfurt en volgt momenteel een postdoctorale opleiding aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Zijn werk is deze zomer op twee plaatsen tentoongesteld. Vier levensgrote foto's hangen in Stedelijk Museum Bureau Amsterdam en de rijtjeshuizen die daarop zijn te zien, keren weer terug op zijn bijdrage (een foto op billboard-formaat) aan Framed Area, een openluchttentoonstelling in de omgeving van Schiphol.

Aan al zijn foto's gaat een lange voorbereidingstijd vooraf. Elk detail wordt nagemaakt, van vaak onverwachte materialen: watten worden wolken, beschilderde cassettebandjes doen dienst als flatgebouwen en dinky toys duiken op als immense graafmachines.

“Het is een intensief proces om een maquette er op de foto zo uit te laten zien, alsof het geen reconstructie is. Je moet je bij elk detail afvragen of het echt nodig is. Dan blijkt dat om een deur als deur te herkennen je bijvoorbeeld helemaal geen naambordjes en deurbellen nodig hebt. De context is in zo'n geval doorslaggevend.” Bovendien, zo haast Zwakman zich te beklemtonen, “geeft ook het feit dat het foto's zijn, de afgebeelde omgeving al een zekere objectiviteit mee. Alsof mensen eerder geneigd zijn om iets te geloven wat op een foto is afgebeeld.”

Uitgangspunt van Zwakmans werk is de vraag wat de status is van beelden - en van de beeldende kunst - in een tijd waarin alles reproduceerbaar is. Tijdens zijn studie experimenteerde hij, geïnspireerd door Walter Benjamin en André Malraux, met imaginaire musea en fictieve tentoonstellingen. “Het viel mij destijds op dat je tachtig procent van de kunstwerken ziet als reproductie”, zegt hij. “Het lijkt wel alsof reproducties belangrijker zijn dan originelen. Daarom heb ik vervolgens besloten om dat eens om te draaien en ben ik reproducties gaan maken van de werkelijkheid. Door die te fotograferen, krijg je een heel ander soort originelen.”

“Om iets te kunnen reconstrueren”, gaat Zwakman verder, “moet je het heel goed kennen.” En wie de werkelijkheid kent, kan haar vervolgens controleren en zelfs manipuleren. Want er ontbreken niet alleen details op zijn foto's, er klopt wel meer niet.

“Ik heb die rijtjeshuizen naar verhouding expres net iets te klein gemaakt, dat heeft iets claustrofobisch. Ook kun je er dwars doorheen kijken, waardoor het etalage-effect dat dit soort wijken toch al heeft nog eens wordt versterkt.”

Toch hoedt Zwakman zich ervoor op deze manier een eenduidig commentaar te geven op de werkelijkheid die hij namaakt. “De manier waarop wij in Nederland onze landschappen inrichten en met de openbare ruimte omgaan is representatief voor het Nederlandse denken: constructief en analytisch. Tegelijkertijd worden nieuwbouwwijken over het algemeen beschouwd als deprimerende oorden, maar je zou ook kunnen zeggen dat ze je juist geen esthetiek opdringen, zoals veel postmoderne architectuur dat wel doet. Dat wil ik namelijk ook niet. Ik wil niet zeggen: 'kijk eens hoe mooi die huizen eigenlijk zijn.' Ik vind het belangrijker om de werkelijkheid zo gedifferentieerd en lucide mogelijk weer te geven. Iets wat je in al zijn complexiteit weergeeft, is niet altijd mooi, maar wel altijd interessant, omdat de toeschouwer daar meerdere associaties bij kan hebben.”

Ruimte om zijn lege decors zelf met een anekdote, drama of bespiegeling te vullen, is er in ieder geval genoeg. Zwakmans beelden zijn kaal, scherp en zorgvuldig van belichting, compositie en kader. De foto's zijn mooi, maar proberen je nergens met hun schoonheid te verleiden. De lichte ontwrichting die zij te zien geven, zet ook bij de toeschouwer vele overpeinzingen over schijn en werkelijkheid in gang. Wat is echt, vraag je je af.

“Je zou kunnen zeggen dat ik synthetische landschappen maak. Vergelijk het maar met vruchtensap uit een pak”, licht Zwakman toe. “In de meeste gevallen is dat geconcentreerd vruchtensap dat weer met water is aangelengd. Chemisch gezien bestaat dat sap uit precies dezelfde elementen als vers geperst sap en toch proef je dat het niet hetzelfde is. Zo is het ook met mijn foto's. Ik analyseer een bepaalde setting en voeg de onderdelen weer samen. Maar is het dan nog echt? Is een onder kunstlicht en met kunstmest en chemicaliën gekweekte kastomaat wel echt? Dat zijn morele vragen die je aan de maatschappij moet stellen en niet aan diegenen die daarop reflecteren.”