Het Bureau

Nu de stormen rond Het Bureau wat zijn geluwd, lijkt het mij dat de hoofdpersoon uit Nederlands meest besproken moderne roman zelf aan de beurt is. Hier komt hij: “De tweede nacht van de vakantie werd hij wakker van de regen. Half wakend raakte hij verstrikt in ingewikkelde organisatieproblemen, die hem een tijd lang uit de slaap hielden.

Toen hij eindelijk weer was ingeslapen, droomde hij dat hij een boek over het Bureau geschreven had dat het midden hield tussen een roman en een wetenschappelijk werk. Om die laatste reden had De Heer, de voorzitter van de Commissie Volkstaal, het gelezen. Deze gaf het hem terug en zei dat het hem erg was tegengevallen: een en al leugens. Er stonden bijvoorbeeld brieven in die in werkelijkheid zeker niet zo geschreven waren. Hij hoorde het aan, zonder zich te verdedigen, onder de indruk van zijn autoriteit. Later zat hij in een kring mensen die in dat boek voorkwamen. Rentjes was daar ook bij. Hij riep luid dat Maarten een boek had geschreven waarin hij zelfs Bach had aangevallen. Daarop keek hij Rentjes vernietigend aan. “Meneer heeft slecht gelezen”, zei hij honend, niet uit kracht, maar vooral om bij de anderen het idee dat hij Bach zou hebben aangevallen, weg te nemen. Wakker wordend ergerde hem dat. Hij vond het niet zo'n moedige droom, maar wel tekenend. Maar waarom in godsnaam De Heer, dacht hij. Tot hij plotseling begreep dat het natuurlijk Onze Lieve Heer geweest was.'

(J.J. Voskuil, Plankton, blz. 219)