Gehoorapparaten (1)

Rudy Kousbroek heeft groot gelijk. De moderne elektronicatechneuten fabriceren de meest ingewikkelde en vernuftige apparaten maar zijn blijkbaar niet genegen een adequate en gebruiksvriendelijke gehoorprothese op de markt te brengen (31 juli).

Als huisarts ervaar ik dagelijks het deerniswekkend gestuntel van de - meestal bejaarde - slechthorende met zijn 'hulp'apparatuur. Vaak ligt het apparaatje bij mijn binnenkomst op tafel want de kakofonie van bijgeluiden is inderdaad niet een hele dag te harden. Maar als de dokter op bezoek komt moet het ding aangezet en in het oor geprutst worden: een wonderlijke handeling die meestal geruime tijd duurt.

Eerst dienen minuscule knopjes bediend te worden die, als de bejaarde daar in slaagt doch ze per ongeluk de verkeerde kant op draait, een trommelvliespijnigend gejank veroorzaken dat reminiscenties oproept aan de befaamde 'Mexicaanse hond' uit de beginjaren van de radio. Dan moet het oorstukje op zijn plaats gemanoeuvreerd worden, een activiteit die voor degene die zoiets nooit gezien heeft niet voorstelbaar is.

De door Kousbroek voorgestelde macro-apparatuur hoeft niet ontwikkeld te worden want zij heeft al bestaan. Ik herinner mij mijn grootvader die vlak na de oorlog ver voor de miniaturisatiewoede was losgebarsten, een machine ter grootte van een moderne mobilofoon met een clip op zijn revers droeg. Een duidelijk zichtbaar paar gevlochten stroomdraadjes leidde naar een eveneens zichtbaar gehoorapparaat achter zijn oren. Mooi was het niet maar dat deerde hem niet want hij hoorde!

De gehoorapparateningenieurs hebben onbegrijpelijkerwijs nog steeds niet door dat het de meeste slechthorenden geen zier interesseert of hun prothese te zien is of niet. Het wordt de hoogste tijd dat de door Kousbroek bepleite voorzieningen (weer) op de markt komen met als uitgangspunt: handigheid en functionaliteit gaan voor mooi. En wie meer ijdel is dan doof, hij prutse voort!