Gebruikte Japanse auto in trek

TOKIO, 7 AUG. De gemiddelde Japanner wil zijn auto glimmend en nieuw, en dankt zijn oude liefst binnen een jaar of vijf af. Maar een oude auto kwijtraken is in het overvolle Japan een kostbare en moeizame bezigheid. De oplossing van het probleem wordt gezocht in export. Japans buurlanden kunnen hun geluk niet op.

Jaarlijks gaan er circa 360.000 afdankertjes de grenzen over, die via vervoer per schip een nieuw leven tegemoet gaan. Vooral landen als Nieuw-Zeeland, Rusland, Pakistan en Peru zien de vaak smetteloze 'wrakken' graag komen.

“In Japan bestaat een soort psychologische afkeer tegen auto's die meer dan 100.000 kilometer op de teller hebben”, zo stelt een exporteur in Tokio in de Financial Times. Daar komt nog bij dat aanschafwaarde van een nieuwe auto relatief laag is, terwijl de verplichte tweejaarlijkse keuring ongeveer 2500 gulden kost. En is er dan iets mis: onderdelen zijn peperduur. Wie zijn auto naar de sloop brengt, hoeft niet te rekenen op een leuke schrootprijs. Ook op de sloop moet je geld meebrengen.

Tot voor kort lieten veel Japanners zich nog afschrikken door de enorme papierwinkel die kwam kijken bij export. Maar sinds de dereguleringen in deze sector twee jaar geleden is dit stukken makkelijker geworden. Naar verwachting stijgt de export van gebruikte auto's de komende jaren dan ook flink.

Het minder strenge overheidstoezicht heeft echter ook onbedoelde gevolgen. Zo steeg het aantal diefstallen van luxe merken als Mercedes, BMW en Toyota Lexus de laatste tijd explosief. Ook die worden gebruikt voor de export. Afnemers zijn vooral de nieuwe rijken in China en het Russische Verre Oosten. Auto's worden op bestelling gestolen en nog dezelfde dag in snelle boten naar het Aziatische continent vervoerd. (ANP)