Europese Unie is in Congo ziende blind

De Europese Unie wil de hulp aan Congo hervatten, gezien het “gunstige politieke klimaat” in dit land, zo bleek deze week bij terugkeer van een EU-missie uit Kinshasa. Dat voornemen getuigt volgens Derk Jan Eppink van politieke blindheid en naïviteit. De Congolese crisis zit dieper dan de vervanging van dictator Mobutu door alleenheerser Kabila.

Sinds de democratische republiek Congo in mei het licht zag is het nog steeds twijfelachtig of dit land, de opvolger van Mobutu's Zaïre, ooit democratisch wordt. De 'trojka' van de Europese Unie (onder wie minister Van Mierlo van Buitenlandse Zaken) bracht deze week een bezoek aan Kinshasa en besloot om de hulp aan de Congolese staat geleidelijk te hervatten.

Vorige week was de Belgische staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, Reginald Moreels, ook in Kinshasa om de eerste contacten te leggen. Hervatting van de hulp wordt gezien als een signaal aan de president Laurent-Désiré Kabila om de weg naar democratie voort te zetten. “Het is te vroeg om in twee maanden reeds te oordelen over Kabila”, zei de Luxemburgse minister van Buitenlandse Zaken, Jacques Poos. Dat is vreemd, want Kabila heeft zich de afgelopen maanden bepaald niet als democraat ontpopt. Integendeel.

Het EU-trojka kreeg ongetwijfeld dezelfde mooie woorden te horen als Moreels vorige week. De Congolese regering wil “een rechtsstaat opbouwen, met een betrouwbaar bestuur en democratische instellingen”. Maar woorden zijn in Congo, net als in het vroegere Zaïre, zeer betrekkelijk. Politici in Kinshasa, van regering tot oppositie, zijn gladde praters die de goedgelovige bezoeker snel in de luren leggen. Van Mierlo verklaarde na afloop dat de EU “op het toneel moet springen” om een partnerschap met Kabila aan te gaan. Maar een partnerschap waarin?

Kabila zegt naar “democratie” te streven, maar de eerste maatregel die hij afkondigde, was het verbod op politieke activiteiten en het muilkorven van de oppositie. En daarop beloofde de president “verkiezingen na twee jaar”. Het is niet verwonderlijk indien de Kabila's Alliantie van democratische krachten voor de bevrijding van Congo/Zaïre de beste kaarten heeft, want de oppositie moet twee jaar de mond houden. Kabila's partij neemt dan gewoon de machtspositie in die Mobutu's eenheidspartij, de Mouvement pour la Révolution, ook altijd had.

Eind vorige maand werd in Kinshasa een betoging met geweld neergeslagen. Koerst Kabila in de richting van democratie en welk soort partnerschap staat Van Mierlo voor ogen? Kabila wil twee jaar als alleenheerser “de overgang” leiden. Hij is president, premier, minister van Defensie en stafchef van het leger. Zijn beruchte voorganger die het land ruïneerde, combineerde minder functies.

De EU ziet hervatting van hulp als stimulans voor Kabila om de mensenrechten te respecteren. Terecht hamerde de EU op opheldering van het lot van de Hutu-vluchtelingen in Oost-Congo. Kabila staat nu een onderzoek door de Verenigde Naties toe, maar veel te laat; pas maanden nadat duizenden Hutu's in het oosten van het land werden vermoord of het oerwoud ingejaagd. De VN zal er weinig leven aantreffen.

De Hutu-vluchtelingen werden het slachtoffer van een macaber spel. Het door Tutsi's beheerste bewind van Rwanda schoof Kabila - voordien een onbetekenende smokkelaar in het oosten van Zaïre - naar voren als het boegbeeld in de strijd tegen Mobutu.

Rwanda en Kabila verenigden zich snel op één gemeenschappelijk belang: Kabila zou helpen de Hutu's in Oost-Zaïre uit de weg te ruimen en Rwanda zou Kabila helpen om Mobutu te verdrijven. De afspraak werkte, vooral omdat het regime van Mobutu was versleten. Rwanda's sterke man, Paul Kagame, gaf vorige maand toe dat Rwanda Kabila naar Kinshasa manoeuvreerde. Het vluchtelingenprobleem bestaat niet meer, want de vluchtelingen zijn dood.

De vraag is ook of de EU-hulp helpt. Congo is een land zonder staat, in Kinshasa is er niets meer. De departementen zijn grotendeels leeg, want al het interieur is gestolen. En alle gebouwen zijn versleten, terwijl de infrastructuur een ramp is. Congo is net zo'n bodemloze put als Zaïre: wie er een zak geld ingooit, zal nooit een plons horen.

Kabila merkte vorige week op dat hij een leger wil van maar liefst 600.000 man. Past dat nu werkelijk in het proces van democratisering of kondigt zich hier een nieuwe dictatuur aan? De EU geeft dan geld voor de opbouw van bestuur en van onderwijs, terwijl Congo's président-fondateur alle geld opmaakt aan een groot leger.

De Congolese crisis zit dieper dan een wisseling van een regime. Mobutu deed altijd voorkomen alsof er geen keuze was. “Ik of de chaos”, zei hij. Het Westen, met België voorop, trapte daar in. Maar Mobutu wás de chaos. Toch was Mobutu meer dan één persoon en hij personifieerde een mentaliteit, een manier van leven waarvoor het nieuwe regime niet immuun is. Het is de droom van elke Congolese politicus om Le Grand Chef te zijn.

Kabila kampte bovendien met een groot legitimatiegebrek. Hij is in het zadel gezet door Oeganda, Rwanda en Angola. Hij is geen èchte chef, maar een pion van anderen. Het feit dat in Kinshasa Rwandese Tutsi's topposities innemen, wekt veel wrevel bij de bevolking.

Van Mierlo zei na terugkeer uit Congo, dat de EU de hulp weer kan stoppen als “Kabila van de koers afwijkt”. Kabila zal zeker niet van zijn koers - mooie woorden naar buiten en in Kinshasa alle macht aan zich trekken - afwijken. Maar dat is waarschijnlijk niet wat Van Mierlo voor ogen heeft. Zijn uitspraak getuigt van politieke blindheid en naïviteit op een hem onbekend continent.

Er zijn voldoende voorbeelden van Afrikaanse heersers die Europese politici in de luren legden met mooie woorden. Zo had ooit de Tanzaniaanse president Julius Nyerere een zeer groot gehoor, maar hij maakte zijn land hulpverslaafd. En Zambia's Kenneth Kaunda ontroerde velen in het buitenland, terwijl zijn eigen volk hem wegens incompetentie wegstemde. Zimbabwe's Robert Mugabe deed het jarenlang ook goed bij Europese intellectuelen, totdat hij homoseksuelen met honden vergeleek. En nu is de Oegandese president Yoweri Museveni de profeet met de pan-Afrikaanse droom van de democratie van de sterke man en zonder partijen.

In Afrika wordt machtspolitiek niet zelden verpakt in pan-Afrikaanse voorwendsels. Museveni en Kagame brachten Kabila naar Kinshasa, waar ze greep kregen op een land dat vele keren groter is dan het hunne. Bij Congolezen heeft de euforie al plaatsgemaakt voor scepsis. Maar van de EU krijgt Kabila het voordeel van de twijfel.

Hulp aan Congolezen via niet-gouvernementele organisaties is prima. Maar hulp aan de Congolese staat heeft pas zin als er tastbare maatregelen in de richting van democratie worden genomen; als de regering verantwoording aflegt, vrijheden garandeert, mensenrechten respecteert en werkt aan een degelijk investeringsklimaat. Hervatting van Europese hulp aan een alleenheerser is weggegooid geld.