Etnische tolken vaak 'gevaar' voor politie-onderzoek

ROTTERDAM, 7 AUG. Tolken die informatie lekken naar criminele organisaties berokkenen “grote schade” aan opsporingsonderzoek. Dat staat in het rapport 'Pleidooi voor toezicht op tolken' van het Interregionaal rechercheteam Noord en Oost Nederland. In het rapport worden dertien gevallen van 'lekkende' tolken genoemd.

De tolken Turks, Russisch, Koerdisch en Iraanse talen blijken kwetsbaar te zijn voor chantage, omdat zij uit dezelfde gemeenschap komen als de leden van criminele organisaties. Volgens het rapport is de vader van een Turkse tolk onder druk gezet door “een Turkse man met aanzien in de gemeenschap” om hem te vertellen waar de politie mee bezig was.

Politie en justitie zijn volgens het rapport voor talen als Turks, Russisch, Koerdisch en de Iraanse talen veelal aangewezen op niet-gediplomeerde tolken van etnische komaf. Strafrechtelijke opsporingsdiensten maken volgens het rapport “vrijwel altijd” gebruik van deze tolken. Zij beschikken over veel informatie over lopende onderzoeken omdat zij door verschillende opsporingsteams worden ingeschakeld. Voor criminele organisaties zouden zij door hun kennis “een aantrekkelijke prooi” kunnen zijn.

Coördinator P. ten Dan van de Stichting Instituut van Gerechtstolken en -vertalers, het enige officieel erkende opleidingsinstituut voor tolken en vertalers bij strafopsporing, zegt evenwel dat er voldoende goedopgeleide tolken in Nederland zijn. Hij wijt de grote kennis bij tolken over verschillende lopende opsporingsonderzoeken aan de werkwijze van de politiechefs. “De ene chef belt de ander op als die een tolk nodig heeft. Daardoor put de politie uit een klein kringetje tolken.”

Ten Dan stelt dat “Jan en alleman” bij politieverhoren vertaalt zonder ooit een eed af te leggen. Bij de rechtbank moet een tolk voor de zitting beloven “naar eer en geweten zijn taak als tolk te vervullen”. Vertalers leggen overigens eenmalig een eed af bij de rechtbank.

De leiders van de regionale en interregionale rechercheteams adviseerden het ministerie van Justitie in 1993 een landelijke tolkenregistratie op te zetten. Het ministerie van Justitie bevestigt dat er nog steeds geen landelijke registratie bestaat. Het advies om landelijke criteria voor de toetsing van de betrouwbaarheid van tolken op te stellen, is evenmin opgevolgd.

Pagina 3: Tolken verdacht van lekken naar bendes

In februari is een werkgroep van het ministerie van Justitie een onderzoek begonnen naar het functioneren van tolken. Volgens een woordvoerder van Justitie richt het onderzoek zich “primair op tolken die voor rechtbanken en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) werken”, omdat zij door Justitie worden betaald. De politie betaalt haar tolken zelf. Volgens de woordvoerder “ligt het voor de hand” dat in het rapport van de werkgroep ook de situatie van tolken bij de politie wordt behandeld. Het ministerie van Binnenlandse Zaken is verbaasd over deze prioriteitstelling. “De opsporingsdiensten vallen onder het ministerie van Justitie.”

Volgens het IRT-rapport zijn sommige politieregio's en rechtbanken met “noodoplossingen” bezig. De rechtbank te Roermond wil een meldpunt instellen. De arrondissementsrechtbank Almelo, die zijn tolken van de tolkencentrale Noord-Oost Nederland betrekt, is bezig met het opstellen van een gedragscode voor 'taptolken'. Dat zijn tolken die afgeluisterde telefoongesprekken vertalen.

Door het ontbreken van overleg tussen opsporingsteams van de politie komt het voor dat een tolk bij het ene team wegens onbetrouwbaarheid van de tolkenlijst is geschrapt, terwijl hij bij een team elders in het land nog volop aan het werk is, zo meldt het rapport. Ieder team heeft een eigen lijstje. Ook bij rechtbanken circuleren dergelijke lijstjes.

Volgens P. ten Dan van de Stichting Instituut Gerechtstolken en -Vertalers houden sommige rechtbanken helemaal niet bij wie er tolkt. “Die rechtbanken hebben het inhuren van tolken uitbesteed aan tolkenbureaus.” Het rapport stelt eveneens vraagtekens bij de betrouwbaarheid van tolken die via deze bureaus worden ingehuurd. “Tolkenbureaus verklaren dat zij de tolken die zij aan opsporingsteams verhuren zelf toetsen, maar wat die toets inhoudt is onduidelijk.”

Volgens het rapport leverde een “eerste en voorzichtige inventarisatie” dertien corrupte tolken op, die soms bij toeval zijn opgespoord. Toen een opsporingsteam de telefoon afluisterde van een bij politie en justitie bekende Iraanse witwasser van drugsgelden, bleek uit de gesprekken dat diens vrouw voor een tolkencentrale werkte. Het opsporingsteam wist net op tijd te verhinderen dat de vrouw door een ander team werd ingeschakeld als tolk bij een onderzoek naar een bende Iraanse mensensmokkelaars en paspoortvervalsers.

Uit dezelfde afgeluisterde telefoongesprekken bleken twee collega's van de vrouw voor haar man “crimineel geld” van Spanje naar Duitsland te vervoeren.