Eiland hoppen in Zeeland; Fiets een rondje met een pontje

De Almanak van de Zeeuwse pontjes is verkrijgbaar bj het Bureau voor Toerisme Zeeland, inl 0118-659965

Een kort resumé van wat vooraf ging: nog geen vijftig jaar geleden bestond Zeeland uit een verzameling eilanden, die ternauwernood op hun plaats werden gehouden door een hulpbehoevend dijkenstelsel. De bewoners waren aangewezen op voetveren en andere ponten om de overkant te bezoeken. Wie bijvoorbeeld van het Walcherse Vlissingen naar het Duivelandse Bruinisse wilde, kon daar het beste een etmaal voor uittrekken. Toen kwam de watersnoodramp van 1953 en volgden de Deltawerken, met hun dijken, dammen en stormvloedkeringen. Nu, na de voltooiing daarvan, is er in Zeeland nog veel 'overkant' over, maar de waterwegen zijn nauwelijks meer een beletsel voor de reiziger. Vlissingen-Bruinisse vergt nog maar drie kwartier - per auto. Dat wil zeggen: als er geen file Duitse zonaanbidders, Belgische sportduikers of Randstaddagjesmensen staat.

Sinds kort is echter door het Bureau voor Toerisme Zeeland weer de mogelijkheid in het leven geroepen om per boot van het ene 'eiland' naar het andere te 'hoppen'. Bijna alle oude trajecten zijn in ere hersteld, vaak met ouderwetse vaartuigen. 'Fiets een rondje met een pontje' heet het initiatief, dat overigens alleen in de zomermaanden juli en augustus loopt. Eén van de langste pontroutes gaat van het Zuid-Bevelandse Wemeldinge over de Oosterschelde naar Zierikzee op Schouwen.

Op deze zonnige zaterdagmiddag is er vlak voor vertrek vreemd genoeg - elders in Zeeland is het beduidend drukker - geen hond aan boord. Nu ja, wie de Sint-Bernard van schipper Harry niet meetelt, die op de voorplecht van de oude sleepboot 'Hector' ligt te slapen. Dan komen er toch wat opvarenden opdagen. “Zaterdag is altijd een rustige dag. Doordeweeks is 't drukker”, zegt Harry, en hij laat met een dorre kuch de zestig jaar oude Deutz-diesel tot leven komen. De 'Hector', de schipper en de paar passagiers hebben geen haast. Met een snelheid van zeven knopen, iets sneller dan stapvoets, maar iets langzamer dan de alomtegenwoordige zeiljachten, tuft het scheepje noordwestwaarts. Aan de linkerkant ligt een zandbank, de Vondelingsplaat, waar vandaag helaas geen zeehond is te bekennen. “Er zijn er wel meer dan vroeger”, informeert de schipper, maar ze zitten volgens hem vooral tegen de stormvloedkering aan, die het einde van de Oosterschelde markeert. Harry kan het weten, want hij zit praktisch het hele jaar door op deze wateren. “In het voorjaar en het najaar heb ik veel sportvissers op m'n boot. Dan is er hier goed vis te vangen. En personeelsfeestjes worden er ook veel op gegeven.”

De zomermaanden waren vóór 'Rondje-Pontje' kalme tijden voor de 'Hector'. Alleen de nachtvisserij op tong en paling lokte wat klandizie. Reden waarom Harry blij was met de nieuwe 'veerdienst'. “Ik heb de instanties toegezegd dat ik de verbinding minstens vijf zomers zal onderhouden.” Dan resten nog slechts de kalme wintermaanden. “Dan hoop ik altijd dat het hard vriest, want dan word ik door Rijkswaterstaat ingehuurd als ijsbreker. Dan moet ik met de 'Hector' het ijs bij de kleppen van de stormvloedkering kapot varen.” De winter is vandaag wel erg ver weg.

Na een klein uurtje varen we onder de bogen van de drukke Zeelandbrug door. Dan draaien we met een bocht het kanaal in dat de haven van Zierikzee met de Oosterschelde verbindt. Even later komt de 'Hector' met een zachte 'bonk' aan de kade te liggen. De Sint-Bernard rekt zich eens uit, telt hoeveel mensen aan boord stappen en gaat dan maar weer liggen.