Een voorkeur voor properheid en kalme chic

Het is weer tijd om het strand op te zoeken - hier of verder weg. Ook een aantal van onze correspondenten gaat deze zomer een dagje naar zee. Vandaag: het deftige Deauville. Het echte publiek is er oud, ook de kinderen.

DEAUVILLE, 7 AUG. Een langbenig BMW-meisje met minieme taille loopt wuft te telefoneren langs het zand. Haar Porsche-vriendje kan er niet tussen komen. Voor de betegelde strandhuisjes (zoals veel in Deauville, uit het begin van de eeuw) zitten levenslange gasten, met de vanzelfsprekendheid van abonnementhouders op de serie Wereldberoemde Symphonie-orkesten.

Opeens loopt een groepje wat anders gekleurde jongens van een jaar of vijftien de planken promenade op die het strand van 'de stad' scheidt. Eén torst een giga-geluidsmachine. Een smetteloze jonge strandman snelt toe: wie hun begeleider is, waar ze logeren? Verontwaardiging helpt niet. Ze hebben geen toezichthouder en ze komen van de camping in de badplaats Trouville, aan de andere kant van het riviertje de Touques. Eén kilometer verderop, maar een wereld van verschil. Deauville houdt hen in de gaten. Ze mogen niets eten of drinken en niet aan de meisjes zitten.

Deauville doet wel vaker aan blank Zuid-Afrika denken, aan de Normandische Kanaalkust op 203 kilometer van Parijs. Drie zilverwitte heren staan geconcentreerd te biljarten in tot op de knie vallende witte shorts, onbewust van het prachtige uitzicht op zee. Voorbij de thalassotherapie en het vijftig-meterzwembad (tot 27 graden verwarmd zeewater) strekken zich groen verpakte parkeerhavens uit. Daarna volgt de boulevard met de grote hotels, het casino en villa's in anglo-Normandische stijl, een mengsel van Engelse 'mock tudor' en Duits 'vakwerk'.

Honderd jaar geleden was het anders. Toen was Trouville de badplaats waar je zijn moest. Monet heeft er onvergetelijke strandschilderijen gemaakt. De architectuur is er nog naar, met dromerige paleisjes en ooit mooie tuinen, dramatisch hoog boven de zee. Boudin, Jongkind en Baudelaire vereeuwigden nog iets meer naar het noordoosten Honfleur, met verf en met woorden. Maar Deauville kwam pas na 1860 tot leven. De hertog van Morny, halfbroer van Napoleon III, bouwde er een voornaam lustoord voor paardenliefhebbers. Twee renbanen, een polobaan en eind augustus de beurs voor toppaarden van één jaar (yearlings in het Frans) maken van Deauville een internationaal geliefd hippisch Mekka.

We zijn in de netste badplaats van Frankrijk. Biarritz is wat sleets geraakt, bovendien kun je er door de hoge golven beter surfen dan zwemmen. Cannes is gevaarlijker en lawaaiig, en een stuk vuiler. Trouwens, wie kan aan de Côte d'Azur nog een meter voor zichzelf vinden? En Bretagne, daar lijkt het altijd eb, mooi voor wie van zeewier en vissershavens houdt.

Dan Deauville, de favoriete zoutwaterbestemming van Alexandre Dumas en oud-premier Edouard Balladur. Wie Zwitserland prettig vindt, voelt zich thuis in Deauville. De Normandische badplaats en de Alpenrepubliek delen een natuurlijke voorkeur voor properheid, kalme chic en harde valuta. Toegegeven, er zijn geen bergen, maar de Eiffeltoren voelt nooit ver weg: Deauville wordt wel het 21ste arrondissement van Parijs genoemd. Bijna zonder parkeermeters en met alle vertrouwde winkels van Printemps tot en met Sonia Rykiel, Hermès en Stéphane Kélian. Zoals driekwart eeuw geleden de toneelschrijver Sacha Guitry al zei: “Deauville, zo dicht bij Parijs, zo ver van de zee.”

De Presidentiële Suite (10.000 francs per nacht) in Hôtel Normandy is bezet. Jammer, vandaag geen bezichtiging, maar het is een goed teken voor een viersterrenhotel dat de ruim bemeten salon met twee slaapkamers, voluptueuze badfaciliteiten plus balkon over de hele breedte van de eetzaal is verhuurd. We zullen het nog chiquer aantreffen, dit is niet de duurste overnachting in Deauville.

Waarom gaat stijl altijd gepaard met hoge prijzen? De bar en de tuin van Hôtel Normandy zijn zo prettig. Un homme et une femme van Claude Lelouch is er in 1966 opgenomen. Het kilometers lange, goudgele strand - gezien uit de Liz Taylor-suite van het buurhotel Royal (ook vier sterren) - lijkt een fata morgana. Zelfs bij hoog water is het vele tientallen meters breed. Op mooie julidagen kunnen de bezoekers nog een eigen werelddeel inrichten. Wie een stoel en een parasol wil huren moet dat voor een hele dag doen, en kan dan de lunch in de eigen kuil laten serveren - ideaal voor Deauville-oma's met kleinkinderen.

“Deauville is de eerste badplaats in de ogen van Fransen én veel buitenlanders”, zegt Guillaume Henry, directeur van de VVV. Hij vermijdt te zeggen dat het stadje met zijn 4.300 vaste inwoners (en tien keer zoveel in het zomerseizoen) de deftigste bestemming van het land is. De directeur hoeft nauwelijks reclame te maken voor zijn station zonder MacDonalds en zonder camping. Hij is mild over de streek: “Deauville is de locomotief, maar Honfleur is alleraardigst, Trouville meer een familie-oord en Cabourg heeft ook een casino, al mist men daar de uitstraling van Deauville.” Maar hier draait het casino voor 90 procent op de niet al te stijlvolle speelkasten; het casino op zijn beurt is goed voor eenderde van de stadsbegroting.

Op Les Planches flaneren ze naast elkaar: de vaste gasten en de dagjesmensen die zorgen dat ze wegkomen voor ze onkosten maken. Het echte Deauville-publiek is overwegend oud, ook de kinderen. Populaire muziekfiguren als Johnny Halliday en Eddie Barclay, een zakenman en paardenman als Jean-Luc Lagardère (van het uitgeversimperium Hachette en het defensie-elektronicaconcern Matra) komen er graag. Wie het nog niet gemaakt heeft, kijkt alsof dat een kwestie van tijd is.

Hôtel Royal is het “hôtel des stars”, zoals directeur Jean-Claude Messant, behulpzaam uitlegt. Hij heeft gisteren Cathérine Deneuve uitgezwaaid en vandaag een boeking ingeschreven van Lord Webber, de man die als Andrew Lloyd Webber een fortuin verdiende met Cats, The Phantom of the Opera en nog een paar musicals. Dezer dagen wordt het jaarlijkse internationaal bridgetoernooi gehouden, georganiseerd door prinses Nadine van Liechtenstein, met Omar Sharif als vaste hoofdrolspeler. Voor de deur staat een ernstig verlengde, witte Cadillac waarmee James Brown is afgehaald van het vliegveld van Deauville; hij treedt op in het jazz-festival Swingin' Deauville.

Directeur Marc Zuccolin omarmt in zijn Normandy particulieren, zelfs gezinnen (tegen 'droom-weekend'-tarieven van 275 gulden per kamer, met zelfs een echt kinderrestaurant) en bezoekers van congressen. In Hôtel Royal (van dezelfde Lucien Barrière-groep die het casino, de drie grote hotels en 13 restaurants in de stad exploiteert) is deze nederigheid minder in trek. “We accepteren kinderen overigens wel.” In augustus zitten alle grote jockeys, trainers en paardeneigenaars in de 250 kamers en suites. Begin september strijken Paramount Pictures, Universal en een handvol Hollywood-sterren neer aan het helgroene buitenzwembad. Het Amerikaanse Filmfestival is al vijftien jaar één van de hoogtepunten in het Deauville-seizoen.

Dan wordt het weer touwtrekken om de Suite Royal, een split level genoegen voor 18.000 francs per nacht: drie slaapkamers op de eerste verdieping, op de begane grond een eetkamer, een zitkamer, een slaapkamer met badkamer gestut door marmeren pilaren en een privé tuin met uitzicht op zee. Of het matras hard of zacht moet zijn, welke sigaren men rookt, de favoriete bloemen of champagne, het wordt onthouden voor de volgende keer. Directeur Messant: “Dat rechtvaardigt het prijsverschil. Als u 's nachts een paard nodig heeft of een piano vóór het ontbijt, we regelen het.” Het hotel is vier wintermaanden dicht. Maar voor de eeuwwisseling is een verzoek binnengekomen voor 100 Russische paren die met een privé vliegtuig van Moskou naar Deauville willen komen. Misschien blijft het Royal daar wel een weekje extra voor open. Van het strand heb je er nauwelijks last.