Een nieuw Arcadië voor arbeiders

'Een nieuw Arcadië', noemde de historicus W.L. George het Britse dorp Port Sunlight. 'De enige behoorlijke arbeidersbuurt in Groot-Brittannië', aldus Theo Crosby, een befaamde Britse architect. Een bezoek aan het modeldorp voor arbeiders, gebouwd door een verlichte Victoriaanse ondernemer.

De naam Port Sunlight roept associaties op met een exotische kustplaats op Jamaica of Bermuda. Maar het dorp ligt aan de eeuwig grijze rivier de Mersey, halverwege de spoorlijn van Liverpool naar Chester.

Het is 1887. William Hesketh Lever (1851-1925), medegrondlegger van het Brits-Nederlandse Unilever-concern, bezit al een zeepfabriek in Warrington, aan de andere kant van de Mersey. Daar kan hij echter niet meer uitbreiden. Expansie is nodig, want zijn vondst om zeep verpakt te verkopen en zelfs van een merk te voorzien blijkt verrassend succesvol. Om de goede water- en spoorverbindingen kiest hij een stuk moerasland in Cheshire waar naast de nieuwe fabriek ook een dorp voor de arbeiders moet verrijzen. Port Sunlight moest de naam zijn, naar zijn best verkochte huishoudzeep.

Meer bedrijven bouwden hele buurten voor hun werkers. Ook Nederland kent zijn Philips-, Bata- en Hevea-dorp. Wat Port Sunlight uniek maakt, is de landschappelijke en architectonische opzet. Was het destijds gebruikelijk om per hectare meer dan honderd huizen op elkaar te persen, in Port Sunlight verrezen op eenzelfde oppervlak niet meer dan vijfentwintig panden. Lever wilde in zijn dorp alleen maar half vrijstaande huizen. Ze moesten ten minste vijf meter van de weg staan en bij elke woning hoorde een royale tuin, “zoals de kop hoort bij de schotel”. Een overdaad aan groen, bloemen en bomen completeerde het pastoraal geheel.

Lever liet zien dat arbeidershuizen meer konden zijn dan uniforme minimumvoorzieningen. Voor de bouw van de ruim 900 huizen schakelde hij dertig van 's lands beste architecten in, onder wie Edwin Luytens, de latere bouwer van Westminster Cathedral. Geen twee woningblokken in Port Sunlight zijn hetzelfde. En op uitvoering en materialen hoefde niet te worden bezuinigd. De huizen bieden een overzicht van het beste dat de Engelse bouwkunst rond de eeuwwisseling had te bieden, van neo-gotiek tot art nouveau, van Tudor tot 'Vlaams vakwerk'. Met veel aandacht voor vakmanschap en het esthetische detail: gedraaide schoorstenen, glas-in-loodramen, rijk geornamenteerde gevels in pleisterwerk en hout.

In Port Sunlight balden de passies van Lever zich samen: zijn liefde voor bouwkunst, zijn sterk religieus geïnspireerde medemenselijkheid die hem ingaf om zijn voorspoed te delen, maar ook zijn ijdelheid en ondernemingslust. Hij ging ervan uit dat gezondheid en geluk productiviteit bevorderen, aldus de voorlichtster van Unilever, Elaine Hazlehurst, in het informatiecentrum van Port Sunlight. “Zijn zorg voor het personeel kwam voort uit paternalisme en verlicht eigenbelang.”

Lever tuigde zijn modeldorp op met een monumentale kerk, scholen, een ziekenhuis, twee gemeenschapshuizen, een bibliotheek en een openluchtzwembad. Stuk voor stuk architectonische juwelen. Maar het buitenissigste pronkstuk van Port Sunlight blijft een kolossaal pand dat doet denken aan een Griekse tempel: de Lady Lever Art Gallery.

Lever raakte voor het eerst geïnteresseerd in kunst toen hij op een zomertentoonstelling van de Londense Royal Academy zijn eerste schilderijen kocht die hij zonder enige gêne voor zeep-reclames gebruikte. Vanaf dat moment ontwikkelde hij zich tot een megalomaan verzamelaar, niet alleen van Victoriaanse schilderijen, maar ook van achttiende-eeuwse Engelse meubels, Wedgwood aardewerk, Chinees porselein, wandtapijten, archeologische vondsten, Afrikaanse volkskunst, vrijmetselaarsattributen en schelpen. De fraaiste schilderijen, de zeldzaamste meubels en het meest verfijnde porselein bracht hij in Port Sunlight samen. Zo groot was zijn collectie dat het na zijn dood 45 dagen vergde om in Londen en New York alle voorwerpen te veilen die zijn persoonlijke museum niet hadden gehaald.

De Lady Lever Art Gallery is vol verrassingen en vondsten. Het is het meest exquise rariteitenkabinet van Groot-Brittannië, midden in het mooiste openluchtmuseum van het land, Port Sunlight. Waar nog steeds de grootste zeepfabriek van heel Europa staat.