Duitsers weten nog weinig over schade watersnood

Hoe groot de schade van de watersnood in Duitsland is, weet nog niemand. Er komen in elk geval vele honderden miljoenen beschikbaar. Het gaat erom hoe ze te besteden: “Geld wordt weggesmeten”, vinden sommigen.

EISENHÜTTENSTADT/ REITWEIN, 7 AUG. Een hevig noodweer met hagelstenen richtte dertien jaar geleden in München een ravage aan. Duizenden auto's en tweehonderd huizen werden zwaar beschadigd, waarna de gezamenlijke verzekeraars een bedrag van 400 miljoen mark op tafel moesten leggen. Het was een record in de Duitse geschiedenis, zei een woordvoerder van een assurantiemaatschappij gisteren.

Voor de watersnoodramp langs de Oder zullen de verzekeraars minder diep in de buidel hoeven te tasten, schatte hij, “maar we rekenen toch op ten minste 100 miljoen. Behalve in München is nog nooit zoveel uitbetaald.”

Het speculeren over de omvang van de schade-uitkeringen van het 'hoogwater van de eeuw' is populair in oostelijk Duitsland. “Maar het is ook heel gewaagd”, zegt dr. G. Ziebarth in het gemeentehuis van Eisenhüttenstadt. Hij is de leider van de Katastrophen-Schutzstab, de overheidsdienst die zich in de Landkreis Oder-Spree (LOS) met de hulpverlening bezighoudt.

“Hoe kun je nu met allerlei bedragen gooien, als zoveel huizen nog onder water staan”, vraagt Ziebarth zich af. “Je weet niet in welke conditie de woningen en de inboedels zullen zijn.”

De regio Oder-Spree, ten zuiden van de grensplaats Frankfurt an der Oder, is zwaar getroffen. Er braken twee dijken door. De dorpen Ernst-Thälmann-Siedlung, Aurith en Kuniker-Loose liepen onder water. Vijfhonderd mensen kwamen op straat te staan. “Deze week kon een aantal van hen hun huis weer even in”, zegt Ziebarth. “Ze wisten niet wat ze zagen. Met tranen in de ogen riepen ze dat dit hun faillissement was.” De dienst van Ziebarth geeft de slachtoffers voorlopig alleen eerste hulp. Dat houdt in dat ze in het LOS-pand in Eisenhüttenstadt gratis voedsel en kleding kunnen ophalen en dat ze per gezin een eenmalige uitkering van maximaal 2.000 Mark ontvangen.

Als hun ondergelopen woning voorlopig onbewoonwaar is, krijgen ze een appartement aangeboden in Eisenhüttenstadt, waar de leegstand groot is. “Sinds het Belgische staalbedrijf Cockerill-Sambre hier tienduizend van de twaalfduizend arbeiders ontsloeg, zijn veel inwoners weggetrokken. Dat komt ons goed van pas”, vertelt hij. Veel meer heeft de Katastrophen-Schutzstab de getroffenen niet te bieden.

Desondanks is Ziebarth optimistisch. Hij wijst op een affiche in de hal van het gemeentehuis. Het is een vergrote chèque, waarop een gulle gever het bedrag van 80.000 mark heeft overgemaakt aan de landelijke Hochwasserhilfe. Ziebarth weet dat er in Duitsland wel negentig hulporganisaties geld inzamelen voor de ramp. “Een actie van de televisiezender ARD voor de wateroverlast in Tsjechië, Polen en Duitsland samen leverde meer dan vijf miljoen mark op. Van de meeste andere acties zijn de bedragen nog niet openbaar. Maar wie weet zijn er straks tientallen miljoenen beschikbaar.” Bondskanselier Helmut Kohl stak de slachtoffers eergisteren een riem onder het hart met zijn oproep aan verzekeringsmaatschappijen de uitkeringen 'snel en onbureaucratisch' te laten verlopen. “Ze moeten niet de hand op de knip houden, maar met een zo groot mogelijke soepelheid beslissen”, zei hij in de Bondsdag. Kohl beloofde voorts een rijksbijdrage van 500 miljoen mark. Ziebarth prijst Kohl de hemel in: “De bondskanselier behoort niet tot mijn favoriete politieke partij, maar ik heb alle vertrouwen in hem. Kohl zal ervoor zorgen dat dat enorme bedrag goed wordt besteed.”

Niet iedereen is het daarmee eens. In Reitwein, ten noorden van Frankfurt, is dezer dagen herhaaldelijk het woord verspilling gevallen. Aanleiding was de bouw van een 3,2 kilometer lange wal, die het dorp en de regio Oderbruch bij een dijkdoorbraak tegen het water moet beschermen. Op een bijeenkomst in het plaatselijke café Zum Heiratsmarkt riepen de Reitweiners dat de aanleg “waanzinnig” was. “Het geld wordt zinloos weggesmeten”, klonk het. “Waarom gebruik je het niet om de oude dijken op te hogen”, schreeuwden ze naar de ministers Platzeck en Ziel van de deelstaat Brandenburg.

Over de bouw van de nieuwe wal, die wordt weggehaald als de Oder weer onder controle is, waren de inwoners van Reitwein niet gehoord. “We zijn kanonnenvoer, we tellen niet mee als het erom gaat”, joelden ze.

Ziel verdedigde zich met de woorden dat “we de dijk lieten bouwen om eventuele mensenlevens te redden”. “Het is unfair ons voor de voeten te gooien dat de communisten het allemaal beter hadden gedaan.”