De uitschakeling van de wil

Hoe ver kan een mens gaan in het uitschakelen van zijn wil en het zich ondergeschikt maken aan andermans eisen? Heel ver. Te ver. Twee interessante documentaires illustreerden dat gisteravond ondubbelzinnig.

Netwerk liet een Engelse documentaire zien over drie Westduitse vrouwen die gespioneerd hadden voor de DDR. Ze waren slachtoffers van 'Operatie-Romeo', een door Markus Wolf, hoofd van de Oostduitse geheime dienst, bedachte infiltratiemethode. “Een goede secretaresse op een belangrijke positie kan je meer informatie opleveren dan haar baas”, aldus Wolf. Dat klopte. De geheime informatie lag vaak eerder op zijn bureau dan op dat van de bondskanselier.

Het patroon was steeds hetzelfde: de verleiding, de verhouding en dan, na enkele maanden, de 'bekentenis' van de man: “Ik ben spion, als je me wilt houden, moet je meedoen.”

Het vooruitzicht van verlating en eenzaamheid werkte als een dodelijk gif. De vrouwen gaven hun baan op, soms zelfs hun kind, en begonnen hun spionage-arbeid. Na de val van de Muur hoorden ze nooit meer iets van hun minnaars. “Is er nog een deel van je dat van hem houdt?” vroeg de journaliste aan Dagmar Schröter. “Moet ik deze vraag echt beantwoorden?” huilde ze. Ja dus.

De makers zochten haar 'man' op (ze was zelfs met hem getrouwd): een buikige, veel oudere man - de Oostduitse Romeo's waren kennelijk al even onooglijk als de Oostduitse auto's. Of hij misschien tóch ooit, al was het maar een héél klein beetje, van die vrouw gehouden had? Hij liet de reactie over aan een (zijn?) vrouw die in de deuropening snibde dat 'het allemaal verleden tijd was'.

Markus Wolf, die nooit voor zijn daden heeft hoeven boeten, blikte er met een soort cynisch superioriteitsgevoel op terug. “Het was bedrog, maar alle inlichtingendiensten gebruikten zulke methoden (...) Het was geen morele kwestie. Mijn collega's in het westen zouden er alleen maar om lachen.”

Wat een mens al niet vermag bij het ontlasten van zijn geweten: wat immoreel is, verklaart hij tot amoreel.

Het opgeven van zelfs je kinderen omwille van je eigen belang (het maakt niet uit of dat nu een minnaar is of een of ander ideaal) was een aspect dat in al zijn gruwelijkheid terugkeerde in een huiveringwekkende BBC-documentaire over de recente groepszelfmoord van de 39 leden van de 'Heaven's Gate', een sekte in de Verenigde Staten. Het verhaal wekte sterke herinnneringen op aan het drama van Jonestown, waar in 1979 ruim 900 Amerikaanse sekteleden zelfmoord pleegden.

Ook hier een geschifte goeroe, ene Applewhite ('Do'), die zijn waanzin achter zijn verbale kwaliteiten kon verbergen. 'Return to the level beyond human' - daar kwam zijn streven op neer. Dat 'level' kon alleen maar met lichamelijke en geestelijke versterving worden bereikt - tot de dood erop volgde. Seks was verboden, acht leden - onder wie de leider - lieten zich zelfs castreren. “Do was eigenlijk homoseksueel”, zei een ex-volgeling, “hij vond zijn eigen lichaam afstotelijk.”

Ouders vochten wanhopig om hun labiele, maar volwassen kinderen uit de sekte te krijgen. Een ouderpaar kreeg zijn zoon David zelfs voor een logeerpartijtje van een paar dagen terug. Er werd pittig met hem gepraat, maar David volhardde in zijn mening (en die van de goeroe, mogen we aannemen) dat 'hechte familiebanden ons te veel afhouden van de essentie'.

Later zagen die ouders hun kinderen terug op de 'afscheidsvideo's' die kort voor de collectieve zelfmoord (met alcohol en barbituraten) waren gemaakt. Daarop doen ze uitspraken als: “We gaan naar huis” en “We gaan als klas” en “We gaan naar iets beters, jullie zullen het eens begrijpen.”

Het laatste levensteken van je kind. Hoe kom je daar nog overheen? Een moeder vluchtte in begrip: “Hij is gestorven met mensen van wie hij hield. Wie zal zeggen dat hij een slecht leven had?” Een vader zei woedend: “Het waren één zelfmoord en 38 moorden.”

Een man was samen met zijn vrouw sektelid geworden met achterlating van hun twee kinderen. De vrouw was gebleven, hij was nog net op tijd tot inkeer gekomen. “Ik kan het nog steeds niet geloven”, zei hij, “maar het is waar. Ik heb nog een heel leven om dit te verwerken.”

    • Frits Abrahams