De flats staan er nog steeds, maar de neuroses zijn weg

Het wonen in een flat werd in 1972 gezien als de mogelijke oorzaak van anderszins moeilijk te verklaren neurosen. Inmiddels is de flatneurose, samen met de 'groene weduwe', uit beeld verdwenen.

DEN HAAG, 7 AUG. Na die dag in oktober 1992 wisten de bewoners van de flats in de Bijlmermeer ineens wat het was, de angst om in hoogbouw te wonen. “Ik moet wel wat wegslikken als ik op het balkon zit en een vliegtuig laag zie overvliegen”, zegt een bewoner van de flat Gooioord terwijl hij zijn hond uitlaat op een nabijgelegen groenstrook. Daar staat een monument ter nagedachtenis van de 43 mensen die om het leven kwamen toen een vrachtvliegtuig neerstortte op een flatgebouw in de Bijlmermeer. “Ik ga dan maar snel naar binnen en denk: het is geen echte angst.”

Zou ook deze concrete angst vijfentwintig jaar geleden 'flatneurose' zijn genoemd? De term betrof alle nerveuze aandoeningen die het gevolg waren van wonen in hoogbouw. Een onderzoek in die tijd door een Britse legerarts was alarmerend. De arts onderzocht vrouwen en kinderen van in Duitsland gelegerde militairen. De lichamelijke en geestelijke gezondheid van de flatbewoners onder hen bleek minder goed dan die van bewoners van eengezinswoningen. Flatbewoners vertoonden meer ademhalingsstoornissen en klachten van neurotische aard dan mensen in laagbouwwoningen.

“Maar de flatneurose heeft nooit bestaan. Een algehele onvrede met hoogbouw werd gekanaliseerd in dat begrip”, zegt nu de psycholoog dr. Menno Danz. Hij deed in 1972 samen met twee andere onderzoekers van het psychologisch laboratorium van de Universiteit van Amsterdam onderzoek onder flatbewoners in de Utrechtse wijk Overvecht. Hun conclusies weerlegden die van de Britse legerarts.

Danz: “In die periode werden klachten over de hoogbouw zeer frequent gehoord. Dat had natuurlijk ook alles te maken met de kwaliteit van de hoogbouw. In de naoorlogse nieuwbouw ging het toch vooral om kwantiteit en was bijvoorbeeld het probleem van geluidshinder aan de orde van de dag. Vooral het feit dat je de buren wel hoort, maar ze niet kent.” Daarnaast speelden de monotonie en de anonimiteit van dergelijke wijken een rol in het welbevinden van de mensen, zegt Danz. Dat de term 'flatneurose' toch ingeburgerd raakte - in 1966 kreeg het een vermelding in het Winkler Prins Jaarboek - verbaast hem niet. “Het was een modebegrip, een term waarbij men zich iets kon voorstellen.” Dat de flatneurose inmiddels zo goed als vergeten lijkt, verwondert de psycholoog evenmin: “Er is nooit wetenschappelijk aangetoond dat de flatneurose bestond. En ik denk niet dat je voor dergelijke onderzoeken nu gemakkelijk geld zou krijgen.”

Danz, thans werkzaam als directeur van de Stichting Haagse Gezondheidscentra, werkte in de tussentijd aan een onderzoek over de invloed van bevolkingssamenstelling op het woongeluk van de wijkbewoners. “Het idee dat de ruimte bepalend is, het zogenoemde ruimtelijk determinisme, stond destijds zwaar ter discussie. Toen hoorde je dus dat de sociale context veel bepalender is voor de woonbeleving en het woongeluk dan de feitelijke vormgeving van de omgeving.” Maar ook hiervoor werden nooit harde bewijzen gevonden, zegt Danz. “Ik heb in die tijd duidelijk meegewerkt aan het verdwijnen van een onderzoeksdomein.”

Halverwege de jaren zeventig kwamen uit onverwachte hoek signalen dat je van wonen wel degelijk neurotisch kon worden. Danz: “Je kreeg rond 1975 de episode van de 'groene weduwen'. Vrouwen die in nieuwe bouwkernen ergens op het platteland te weinig om handen hadden en aan de sherry gingen. De kinderen waren naar school, ze voelden de leegte van het bestaan. Het begrip 'de groene weduwen' is, net als dat van de flatneurotici, een eigen leven gaan leiden. Maar ook de groene weduwen lijken nu niet meer te bestaan, althans ik hoor nooit meer over ze.”

Een decennium later dook het begrip flatneurose weer op, zij het in een andere betekenis. Het ging toen om de nervositeit van woningbouwcorporaties die hun flats aan de straatstenen niet kwijt konden raken. “Het leegstandspook veroorzaakt nieuwe vorm van flatneurose”, schreef het blad Indruk in januari 1986. Door de leegstand in hoogbouwcomplexen kampten veel corporaties op dat moment met exploitatieverliezen, extra onderhouds- en beheerskosten. “Sloop is in veel gevallen de enige oplossing”, aldus Indruk. Het was de laatste stuiptrekking van de flatneurose.

“Het onderzoek naar de invloed van de omgeving op woonbeleving richt zich nu veel meer op concrete zaken”, zegt Danz. “Denk aan de invloed van bouwmaterialen, zoals asbest. Men is veel alerter op de gevolgen van het gebruik hiervan. De hele milieuproblematiek heeft wat dat betreft veel zichtbaar gemaakt.”