Corruptie houdt elite Kenia bijeen

Corruptie is in Kenia uitgegroeid tot een miljoenen-business. De economie raakt er echter door ontregeld. Het Internationale Monetaire Fonds heeft een lening voor het land bevroren.

NAIROBI, 7 AUG. Een moreel bevlogen parlementslid in Kenia klaagde eens over corruptie. Het was eind jaren zestig, de euforie van de onafhankelijkheid leefde nog een beetje en president Jomo Kenyatta was de onbetwiste leider. De president liet hem naar zijn paleis komen. Het parlementslid verwachtte een verongelijkte Kenyatta te ontmoeten die de beschuldigingen heftig zou tegenspreken. Inderdaad was Kenyatta kwaad. Maar ontkennen deed hij niets. “Je zegt dat alleen maar omdat je zelf niet hebt kunnen meeprofiteren. Ga je gang!” Het parlementslid stond met zijn mond vol tanden en droop af.

Corruptie was toen nog geen schandaal. Het ging om relatief kleine bedragen en schaadde klaarblijkelijk de economie niet. De sinds de onafhankelijkheid niet alleen gedoogde maar ook gestimuleerde corruptie is inmiddels in Kenia uitgegroeid tot een miljoenen-business. Corruptie oliet het politieke patronagesysteem, het houdt de kliek machthebbers bijeen. Het “ondoorzichtige financiële beleid”, zoals corruptie in het officiële jargon heet, is de economie echter in ernstige mate gaan ontregelen. Het Internationale Monetaire Fonds bevroor vorige week een lening van ruim 200 miljoen dollar aan Kenia wegens corruptie.

Kenia is na Nigeria en Pakistan het meest corrupte land ter wereld, aldus statistieken van de Verenigde Naties in 1996. Bij de beruchtste affaire, het 'Goldenbergschandaal', verdween ruim 400 miljoen dollar aan overheidsgeld in privé-zakken. Dit bedrag is naar schatting 12,5 procent van het Bruto Nationaal Product en de helft van wat het land jaarlijks aan Westerse donorhulp ontvangt. Verdachten worden zelden veroordeeld. “Je kunt in Kenia niet tegen corrupte mensen vechten. Daar bestaat een eenvoudige reden voor, namelijk dat zij aan de macht zijn”, meent Paul Muite, een parlementslid van de oppositie.

Een jeugdige Keniaan van Indiase afkomst, Kamlesh Pattni, speelt de hoofdrol in het Goldenbergschandaal. De doeltreffendheid van zijn fraude lag in de eenvoud van zijn plannen. Tussen 1990 en 1993 deed zijn bedrijf Goldenberg International het voorkomen alsof het goud en diamanten naar bedrijven in ondermeer Dubai en Zwitserland exporteerde. De regering had een speciale regeling geïntroduceerd om de uitvoer te bevorderen: exporteurs ontvingen van de overheid een percentage van de waarde van hun uitgevoerde goederen. Doorgaans was dit 20 procent. Er zijn nauwelijks goudaders en al helemaal geen diamanten in Kenia's bodem en er viel dus ook weinig te exporteren voor Goldenberg International. De adressanten waren fictieve bedrijven in Zwitserland en Dubai.

Pattni wist een web van contacten te leggen in de Centrale Bank, ministeries en bij de douane. Op papier exporteerde hij ter waarde van miljoenen dollars aan goud en diamanten en ving daarvoor een speciaal 'tarief' van 35 procent wegens exportbevordering.

Pagina 'Er is waanzin ontstaan binnen de elite in Kenia'

Hooggeplaatste politici en ambtenaren profiteerden mee van de oplichterij. “Vice-president Saitoti was toen minister van Financiën”, stelt een Keniaanse onderzoeker die zich al jaren met het schandaal bezighoudt. “Saitoti was er vrijwel zeker bij betrokken en ook president Moi moet op de hoogte zijn geweest.” De vice-president ontkent iedere betrokkenheid bij het schandaal.

Kenia's energiesector is berucht om zijn corruptie. In 1986 begon het Turkwell Gorge hydro-elektrische project, geïnitieerd door de toenmalige minister van Energiezaken, Nicholas Biwott. Miljoenen dollars gingen volgens verschillende bronnen, waaronder een rapport van de Wereldbank en verslagen van de Europese Unie, verloren.

Het contract voor het project werd afgesloten op basis van niet-competitieve, veel te hoge offertes, waarna de betrokken internationale bedrijven smeergeld betaalden aan enkele Kenianen. Zo woedend waren Westerse donoren over de vermeende diefstal van overheidsgelden bij het Turkwell-project dat er bijna tien jaar lang geen enkele Westerse investering plaatshad in de energiesector.

Bij frauderen met offertes valt veel te verdienen. In 1987 ontstond een groot schandaal rond de bouw van de stadions en andere faciliteiten voor de All African Games. Een jaar later bleek het ministerie van Gezondheid betrokken bij grootschalige fraude bij de aankoop van medicijnen. Groot geld is ook gemakkelijk te verdienen bij de import van maïs en suiker, twee producten die overal in Kenia worden verbouwd.

Via samenwerking met douane-ambtenaren hoeven sommige handelaren geen invoerbelasting te betalen onder het voorwendsel dat zij de goederen weer exporteren. “Vervolgens verkopen zij hun spullen toch in Kenia”, vertelt een zakenman. “De Keniaanse suikerindustrie kon deze concurrentie van goedkoop geïmporteerde suiker niet aan en verkeert als gevolg van deze import in grote moeilijkheden.”

Volgens het weekblad Economic Review is zakenman en politicus Rashid Sajjad de spil in het onlangs onthulde schandaal over suikerimport. Het door president Moi benoemde parlementslid zou 8,6 miljoen dollar hebben opgestreken met illegale suikerinvoer. Samuel Chebii, een hoge ambtenaar van de in naam autonome Kenya Revenue Authority, ging de zaak onderzoeken. Hij werd eind vorige maand ontslagen door het kabinet van de president.

Voor het IMF was dit het sein het vertrouwen in Moi's regering op te zeggen. Het regime weigert op serieuze wijze corruptie te bestrijden, concludeerde het Fonds. Een parlementslid stelt vast: “Óf de kanker die corruptie heet wordt gedood, of de corruptie doodt de staat. In Kenia gebeurt het laatste.”

Door de privatisering van logge staatsbedrijven en de invoering van het meer-partijenstelsel kwam aan het begin van de jaren negentig het patronagesysteem onder druk te staan. Dit systeem diende jarenlang om aanhankelijkheid jegens het regime van de president te kopen. Maar na de verkoop van grote delen van het staatsapparaat viel er voor Moi weinig meer aan zijn aanhangers weg te geven.

Landroof was het antwoord. Aanhankelijke politici en zakenlui kregen grond als compensatie voor hun steun aan de president. Er bevindt zich in het overbevolkte Kenia nog weinig maagdelijke, vruchtbare grond, dus het werd dringen geblazen.

Een parlementslid dat van de oppositie overliep naar de regeringspartij KANU kreeg als beloning een begraafplaats toebedeeld. Anderen werden verblijd met openbare toiletten of grond bestemd voor de bouw van scholen of ziekenhuizen. Corruptie in Kenia kent geen moraal.

De havens van Mombasa vormen eveneens een lucratief werkterrein voor fraudeurs. Mombasa heeft de drukste havens aan de Oost-Afrikaanse kust en moet regelmatig door middel van grote projecten uitbreiden en vernieuwen. “Er opereren in de haven syndicaten die miljoenen verdienen door opgeschroefde offertes in te dienen”, vertelt een bestuurder die anoniem wil blijven. “We probeerden de syndicaten te elimineren, tot we erachter kwamen dat veel van die syndicaten lijntjes onderhouden naar het presidentiële paleis.”

Harde bewijzen voor rechtstreekse betrokkenheid bij corruptie van president Moi ontbreken, de namen van enkele van zijn zonen vallen daarentegen regelmatig. “De president vertelde ons: 'Bestrijd de corruptie, pak alle haaien in de haven aan'. We lieten hem de lijst zien met de bedrijven betrokken bij de corruptie. De onderneming van één van zijn zonen stond er bij vermeld.”

Politici, zakenlui, ambtenaren en vermoedelijk ook regeringspartij KANU behoren tot de voornaamste profiteurs. De jaarlijkse rapporten van de auditeur-generaal getuigen van een toenemende corruptie, maar ze zijn zelden aanleiding tot actie. De privé-organisatie Claricon concludeert in haar rapport getiteld 'Autonomie van Corruptie': “Sinds 1975 gaat het om steeds meer geld bij de schandalen en steeds hoger geplaatste personen zijn er bij betrokken.”

Wat kan er aan worden gedaan? Het IMF heeft er geen vertrouwen meer in dat de overheid schoon schip kan of wil maken na de vele loze beloftes. Het Fonds wil veroordelingen zien in de zaak Goldenberg en wil ten minste een deel van het kolossale gestolen bedrag terug zien in de staatskas.

De laatste poging om verdachten in de zaak Goldenberg te berechten werd gestopt omdat er volgens de rechter “te veel aanklachten waren”. Westerse diplomaten noemen dit drogredenen.

Enkele rechters erkennen in privé-gesprekken dat corruptie ook hun werkterrein bereikte. “Sommige politierechters maken mee dat zij een veroordeling uitspreken, waarop de verdachten alsnog worden vrijgelaten na wijziging van het vonnis”, vertelt een rechter. “Of een goed onderzochte zaak wordt vlak voor de rechtszitting plotsklaps geseponeerd door de aanklagers, waarna de magistraat de zaak wel móet beëindigen.”

Sceptische zakenlui en leden van oppositiepartijen geloven niet in een hervorming van Moi's regime. Columnist John Githongo schreef deze week in het gerespecteerde weekblad East African: “Het IMF vraagt aan het regime van Moi zijn eigen patronage uit te schakelen. Dat zou bijna politieke zelfmoord betekenen.”

Een econoom concludeert: “Een politiek systeem loopt op zijn einde, de politieke loopbaan van de 73-jarige president kan niet erg lang meer duren. Daarom is er een soort waanzin ontstaan binnen de elite. Je ziet dat met vele regimes die op hun einde lopen. De hoofdrolspelers worden met de dag hebzuchtiger.”