Behoud collecties staat voorop

In diverse media is gesuggereerd dat de Rijksuniversiteit Leiden van plan zou zijn haar handen af te trekken van de collecties van het Prentenkabinet. Zo ook door E. Marsman in NRC Handelsblad van 1 juli. Deze suggestie is ongegrond, wij beogen nu juist het voortbestaan van de verzamelingen te verzekeren.

In 1995 hebben de vier 'klassieke' universiteiten (Leiden, Groningen, Utrecht, Amsterdam) aandacht gevraagd voor het omvangrijke culturele erfgoed dat door de Nederlandse universiteiten beheerd wordt. Door de ingrijpende bezuinigingen die de universiteiten in het recente verleden getroffen hebben, dreigt het universitaire cultuurbezit in gevaar te komen.

Op advies van de Rijksdienst Beeldende Kunst (RBK) heeft staatssecretaris Nuis de analyse van de universiteiten goeddeels overgenomen. Op grond daarvan heeft hij 12 miljoen gulden beschikbaar gesteld om de conditie van de universitaire collecties te verbeteren. Om het behoud van de collecties te verzekeren acht hij het verder nodig dat het beheer ervan doelmatiger wordt georganiseerd, onder meer door 'selectie, samenvoeging en overdracht van (onderdelen van) collecties'. Het initiatief daarvoor legt hij echter nadrukkelijk bij de universiteiten.

Die handschoen is door ons opgepakt. Wij staan daarbij niet afwijzend tegenover de suggestie van de staatssecretaris om (delen van) onze collecties samen te voegen met andere of over te dragen aan musea, wanneer dat het behoud van die collecties ten goede komt. In dat kader hebben wij het Instituut Collectie Nederland (ICN, sinds 1 april de opvolger van de RBK) om advies gevraagd, onder meer ten aanzien van de collecties van het Prentenkabinet.

In het Leidse Prentenkabinet is een belangrijke collectie tekeningen, prenten en foto's bijeengebrach. Daarnaast beheert het een niet onaanzienlijke verzameling munten en penningen. De verzameling van het Leidse Prentenkabinet is één van de vier grote collecties op dit gebied in Nederland. De andere drie zijn gevestigd in Amsterdam (Rijksprentenkabinet), Rotterdam (Museum Boijmans-van Beuningen) en Haarlem (Teylers Museum). Het is de bedoeling om de verzameling munten en penningen van het Prentenkabinet onder te brengen bij het Koninklijk Penningenkabinet. We bekijken nu of het mogelijk en wenselijk is om ook andere delen van de collectie over te dragen aan instellingen die betere voorwaarden kunnen scheppen voor het behoud ervan, dan de universiteit.

De collecties van het Prentenkabinet zijn niet de enige waarvoor de Leidse universiteit de zorg heeft. Als oudste Nederlandse universiteit kent zij een groot aantal bijzondere verzamelingen, waaronder de unieke collecties van de Universiteitsbibliotheek (historische kaarten en atlassen, gedrukte werken en handschriften) en de plantkundige collecties van het Rijksherbarium. Deze verzamelingen vormen een kostbaar bezit. Kostbaar in twee opzichten: de verzamelingen zijn uit cultuurhistorisch en wetenschappelijk oogpunt van grote waarde, en het bewaren, conserveren en ontsluiten ervan kost veel geld. De universiteit besteedt daar jaarlijks omstreeks 20 miljoen gulden aan, en eigenlijk is dat nog onvoldoende om de collecties in optimale staat te houden.

De Leidse universiteit aanvaardt ten volle de verantwoordelijkheid voor de cultuurschatten die zij onder haar hoede heeft. Zij wordt echter tegelijkertijd geconfronteerd met teruglopende middelen en stijgende kosten. Er moeten dus keuzes gemaakt worden, daar kunnen we niet omheen. De Leidse universiteit heeft helder en duidelijk gekozen voor behoud en versterking van de kwaliteit van onderwijs en onderzoek. Dat is de essentie van Koersen op Kwaliteit. Voor het universitaire cultuurbezit geldt dan ook, dat we prioriteit zullen geven aan collecties die onmisbaar zijn voor het onderwijs en het onderzoek.

Dat kan betekenen dat de zorg voor collecties waarvoor dat in mindere mate geldt, wordt overgedragen aan instellingen die daarvoor betere mogelijkheden hebben dan de universiteit zelf. Dit is overigens bepaald geen nieuwe ontwikkeling: een groot deel van de verzamelingen van de vele Leidse musea heeft zijn oorsprong bij de universiteit. Zo is in het recente verleden een collectie medische instrumenten toevertrouwd aan de zorgen van het Museum Boerhaave in Leiden. En er zijn concrete plannen om te komen tot een Nationaal Herbarium, waarin het Leidse Rijksherbarium, één van de grootste herbaria ter wereld, zal samengaan met collecties uit Utrecht en Wageningen. Dergelijke vormen van overdracht en samenvoeging zijn ook denkbaar voor andere delen van de universitaire collecties, zoals die van het Prentenkabinet, mits de toegankelijkheid voor onderwijs en onderzoek gewaarborgd blijft.

    • L.E.H. Vredevoogd