'Aankoop van huizen door Russen moet onderzocht'

ROTTERDAM, 7 AUG. Het opkopen van onroerend goed door Russische zakenlieden in het zuiden van Nederland verdient zeker de nodige aandacht.

Dat is één van de conclusies in het rapport 'Post-sovjetcriminaliteit' van het Interregionaal Rechercheteam Noord en Oost Nederland. Volgens de onderzoekers wordt via deze transacties “veelal crimineel verdiend geld” geïnvesteerd. “Het is vaak niet mogelijk om de herkomst van de gebruikte betaalmiddelen te achterhalen”, aldus het rapport.

De wijze waarop de vorige week vermoorde Russische zakenman V. Rozenbaoum de aankoop van zijn kapitale villa in Oirschot realiseerde, doet eveneens de vraag rijzen of hierbij 'verdacht' geld werd wit gewassen. Rozenbaoum kocht het huis in het voorjaar van 1994 voor 800.000 gulden. Dat was ruim een half jaar vóór hij met zijn vrouw Moskou ontvluchtte. Uit de stukken die werden opgemaakt door notaris J.P.A.M. Lombarts te Eindhoven blijkt niet dat het geld per bank of cheque werd voldaan, zoals gebruikelijk is. Gelet op het Moskouse verleden van de zakenman, in het bijzonder zijn nauwe banden met criminele organisaties, kan niet worden uitgesloten dat het hierbij om acht ton aan zwart geld ging.

In 1993 was het notariaat gehouden aan interne richtlijnen van de Notariële Broederschap. Daarin werd bepaald, in navolging van de Wet melding ongebruikelijke transacties zoals die voor de banken gold, dat notarissen geen contante bedragen boven de 25.000 gulden meer mochten aannemen. “De clïenten zouden dus eerst naar een bank moeten om hun contanten daar te deponeren”, aldus de woordvoerder van de Broederschap.

Zo ging het - afgaande op de stukken - niet bij Rozenbaoum. “Het bedrag is door koper voldaan aan mij”, legde notaris Lombarts in de akte vast. Een tekst die op z'n minst onduidelijkheid laat bestaan over de wijze van betalen. “Er zou dan ook bij moeten worden vermeld op welke wijze dat bedrag is voldaan”, zegt de woordvoerder van de Broederschap, maar de akte geeft hierover geen uitsluitsel. Sinds de richtlijn voor notarissen werd ingevoerd is er volgens hem twee keer melding gemaakt van contante betaling van de koopsom. “En deze zaak was daar niet bij”, aldus de woordvoerder.

Notaris Lombarts is wegens ziekte niet bereikbaar voor commentaar. Een medewerkster van zijn kantoor meldt dat er geen informatie kan worden verstrekt over de transatie inzake Rozenbaoums villa. “In het algemeen houden we ons strikt aan de code van de Broederschap”. De vraag of de transactie met Rozenbaoum derhalve volgens de regels is aangemeld, wordt niet beantwoord.

In mei 1995, ruim een jaar na de koop, werd het inmiddels voor enkele tonnen verbouwde landhuis onder het toeziend oog van notaris Lombarts weer verkocht. Koper was toen Rozenbaoums bedrijf Stebac Holding in Venlo, dat volgens de stukken handelt onder de naam Lorit Trade en een 'volle' dochter heeft op het eiland Man. De Nederlandse directeur van de handelsonderneming, G. Vestering, tekende voor die koop. Geld kwam er niet aan te pas, op naam van de onderneming werd een schuldbekentenis voor het bedrag van de koopsom afgegeven en de notaris legde dat op die manier in de akte vast.

Ruim een maand later, op 23 juni, bezocht Rozenbaoums zakenpartner Vestering de ABN AMRO-bank in Venlo en kort daarop tekende hij op het kantoor van notaris Lombarts de stukken voor een hypothecaire lening op het woonhuis in Oirschot voor een bedrag van 800.000 gulden. Met rente en kosten meegerekend is de schuld van Rozenbaoums onderneming aan ABN AMRO voor deze transactie 1,1 miljoen gulden. Zou Rozenbaoum zelf naar de ABN AMRO-bank zijn gegaan, dan zouden zijn referenties alsmede zijn status van 'vluchteling' de verstrekking van een dergelijk krediet hebben verhinderd. Overigens hoeft de bank geen weet te hebben gehad van de voorafgaande gang van zaken. Opvallend is wel dat uit de stukken nergens blijkt op welke termijn de acht ton moet worden terugbetaald.

De vermoorde 'zakenman' was niet de enige die op deze wijze te werk ging. In dezelfde periode, en ook al daarvoor, doken berichten op dat vooral in het zuiden Oost-Europeanen, in het bijzonder handelaren uit het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS), op grote schaal onroerend goed aankochten en allemaal met contant geld betaalden, vaak rechtstreeks aan de verkoper. Volgens het IRT-rapport ging het daarbij om veertig panden met een waarde tussen de 300.000 en één miljoen gulden. Veel van deze aankopen kwamen tot stand via een makelaar die in het verleden elektronische apparatuur naar de Sovjet-Unie had geëxporteerd, stelden de onderzoekers vast. De Russische eigenaren beschikken meestal over veel kapitaal van onbekende herkomst.