Weigeryuppen

Het hoofdartikel van 31 juli gaat in op de reactie van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak op het optreden van minister Sorgdrager tegenover de 'weigeryuppen'. De NVvR heeft haar reactie neergelegd in een brief aan de minister. Het hoofdartikel doet aan de inhoud van die brief geen recht.

Het belangrijkste bezwaar van de NVvR tegen het optreden van de minister is dat zij zich niet aan de wet houdt. De Gratiewet geeft aan wanneer gratie kan worden verleend. Het argument van de minister is dat het uitzitten van de opgelegde/op te leggen gevangenisstraf van 7 maanden “maatschappelijk onaanvaardbaar” is. Dat is heel iets anders dan dat met de tenuitvoerlegging van die straf “geen met de strafrechtspleging na te streven doel in redelijkheid wordt gediend” (art. 2 Gratiewet). De minister heeft de kwalificatie “maatschappelijk onaanvaardbaar” inhoud gegeven door - in de pers - te verwijzen naar de schaarse celruimte. Gegeven die schaarste valt nog te volgen dat bij het gebruiken van celruimte voor weigeryuppen vanuit de maatschappij vraagtekens worden gezet (al zullen leeftijdgenoten van die yuppen die wel in militaire dienst zijn geweest daarover misschien anders denken dan de commentator). Maar een grond voor gratie is die schaarste natuurlijk niet. Wat de magistraten echt dwars zou zitten - stelt NRC Handelsblad - is dat Sorgdrager niet, zoals zij, tot de laatste snik wenst te blijven vasthouden aan onvoorwaardelijke celstraf voor weigeryuppen. Wat moet je tegen zoiets nou inbrengen? Signaleren dat een minister zich niet aan de wet houdt en zelfs suggereren dat zij haar doel - als het parlement daarmee instemt - kan bereiken langs de koninklijke weg van de amnestie. Over de (on)juistheid van dat doel heeft de NVvR zich nergens uitgelaten. Waar komt dan die onzin over die laatste snik vandaan?

    • Mr. L.R. van der Weij
    • Voorzitter Nvvr