Sterk gecomponeerde film van Poirier in Normandische provincie; Elliptisch spel met de realiteit

Marion. Regie: Manuel Poirier. Met: Marie-France Pisier, Jean-Luc Bideau, Coralie Tétard, Elisabeth Commelin, Pierre Berriau, Laure Fernandez, Clément Tétard, Vianney Castel. In: Cinecenter, Amsterdam, Haags Filmhuis, Den Haag, Lantaren/Venster, Rotterdam en Cinemariënburg, Nijmegen.

Ieder kind fantaseert wel eens hoe het zou zijn om rijke ouders te hebben, of juist een verwaarloosd weeskind te zijn. Er zijn sprookjes over geschreven en films over gemaakt en ze hebben allemaal een happy end. Meestal gaan ze dan ook over straatschoffies die eigenlijk prinsjes zijn, maar hoe zou het zijn om zomaar een gewoon meisje te zijn dat erachter moet komen dat ze zomaar een gewoon meisje is? Dat is ongeveer het uitgangspunt van Marion, de liefdevolle derde speelfilm van de Peruaans-Franse regisseur Manuel Poirier (hij maakte eerder La petite amie d'Antonio en A la campagne). Zijn vierde film, de roadmovie Western, ging dit jaar in premère tijdens het filmfestival van Cannes en wordt volgend jaar in de Nederlandse bioscopen verwacht.

Marion (de debuterende Coralie Tétard) is zojuist met haar ouders verhuisd naar een kleine plattelandsgemeenschap in Normandië. Ze is tien jaar, heeft een vervelend puberzusje en twee ukken van broertjes. Haar vader, een bouwvakker, probeert de hele dag geld te verdienen en haar moeder heeft het druk met dingen waar moeders het druk mee hebben. “Oma had altijd tijd om pannenkoeken te bakken”, klaagt Marion en het is dan ook mieters als er zomaar een mevrouw uit de lucht komt vallen die óók altijd tijd heeft om pannenkoeken te bakken.

Poirier portretteert Marion voornamelijk op grond van wat ánderen over haar denken. De juf op de nieuwe school bijvoorbeeld, die zegt dat haar klasgenootjes ervoor moeten zorgen dat Marion zich op haar gemak voelt. Maar uit de enorme schaterlach die we even later op het gezicht van Marion zien, blijkt dat ze zich al lang op haar gemak voelt. Of haar moeder, die haar zo behulpzaam vindt, terwijl we aan Marion kunnen zien dat ze liever iemand anders gaat helpen, namelijk de groentenvrouw op de markt. En die mevrouw, die met haar echtgenoot elk weekend uit Parijs komt en een piano heeft die vanzelf kan spelen, die hoopt dat Marion een goede dochter voor haarzelf zou kunnen zijn. Want ze heeft toch alleen maar het beste met haar voor?

Voordat we erachter komen hoe Marion daarover denkt, ontvouwt zich eerst een fenomenaal spel van toevalligheden en manipulaties. De vrouw (charmant, lijzig, meelijwekkend en dweepziek neergezet door Marie-France Pisier) heeft haar zinnen gezet op Marion, ze jut haar echtgenoot op en probeert het meisje voor zich te winnen. Poirier springt van de ene gebeurtenis naar de volgende en van het ene perspectief naar het andere, waardoor alle personages beurtelings protagonist en antagonist zijn. Door zijn elliptische vertelstijl worden ogenschijnlijk logische gebeurtenissen uit hun verband gerukt. En voor je het weet mag Marion een weekendje met het echtpaar mee naar zee en weet je niet eens zeker of haar ouders dat echt goed vonden, of net zo overvallen worden door de gebeurtenissen als de toeschouwer. Het maakt de film spannend, omdat je steeds op zoek bent naar wat er werkelijk aan de hand is. Zijn die Parijzenaars - zoals ze bij Marion thuis worden genoemd, alsof ze van een andere sóórt zijn - doortrapt en geslepen of zijn ze slechts naïef en wanhopig kinderloos? Wil die aardige dame Marion alleen maar barmhartig laten delen in haar tijd en weelde of is ze een valsaardige indringster?

Het scenario van Marion is sterk gecomponeerd. Tegelijkertijd loopt de film door die strenge structuur hier en daar het risico te vervallen tot formalisme. Temeer daar de tegenstelling tussen het eenvoudige gezin en het gefortuneerde echtpaar wordt doorgetrokken naar tegenstellingen tussen arm en rijk, milieu en opvoeding, natuur en cultuur, platteland en stad en uiteindelijk arbeid en kapitaal. Als Marions vader een boete oploopt wegens fraude met de elektriciteitsmeter scheldt hij dan ook lustig op alle bazen ter wereld.

Maar gelukkig heeft Poirier ook een geduldig oog voor het absurde. De 'avondjes' die de Parijzenaars organiseren om Marions ouders in te palmen, hangen aan elkaar van Pinteriaanse non-dialogen en communicatieve misverstanden. De camera is dienstbaar opgesteld en observeert langdurig de gezichten van de echtparen, zonder netjes tussen de ene en de andere spreker heen en weer te bewegen. Net zo subtiel en humoristisch schildert Poirier het plattelandsleven. Hij bewijst met eenvoudige middelen een brutale, vertederende en schokkende film te kunnen maken.

In de een-na-laatste scène van de film zien we hoe Marion samen met een vriendinnetje in de tuin van het weekendhuis van de Parijzenaars thee-visitetje speelt. Twee meisjes in een geheime tuin. Het is een beeld dat eerder in de film al is voorbereid en nu opeens betekenis krijgt. Wat mij betreft had de film daar afgelopen mogen zijn. Het is een van de weinige momenten dat we Marion echt leren kennen. Mevrouwtje spelen is voor haar een fantasie, een spel.