Secret Agent

Het Nederlands Filmmuseum vertoont deze zomer bijna alle films van Alfred Hitchcock. In Secret Agent voert hij de kijker mee naar Zwitserland.

'Secret Agent' is a.s. vrijdagavond om 19u te zien in het Filmmuseum Amsterdam, en wordt ook gedraaid op zo. 31 aug. om 19u.

Anders dan de titel doet vermoeden, is Secret Agent uit 1936 niet de Hitchcock-versie van het gelijknamige boek van Joseph Conrad. Die beroemde verfilming heette Sabotage en werd uitgebracht in hetzelfde jaar - misschien toevallig, misschien omdat Alfred Hitchcock nu eenmaal dol was op het zaaien van verwarring; per slot van rekening bestond hij het om zes jaar later ook nog een (oorlogs)film te maken met de titel Saboteur.

Verwarring is in elk geval het voornaamste thema in Secret Agent, dat werd gebaseerd op twee spionageverhalen van de veel te snel in vergetelheid geraakte William Somerset Maugham. Een onervaren Engelse schrijver-militair (de jonge John Gielgud, alleen herkenbaar aan zijn strenge mond) krijgt de opdracht om in het Zwitserland van 1916 af te rekenen met een Duitse spion, en wordt daarbij geholpen door een verleidelijke vrouw (de Hitchcock-blondine Madeleine Carroll) en een professionele moordenaar, die door de geheime dienst wordt aangeduid als de Kale Mexicaan, 'omdat hij kaal noch Mexicaans is'. In de Alpen wordt eerst bij vergissing een onschuldige toerist vermoord - een originele omdraaiing van Hitchcocks favoriete motief van 'the wrong man' - waarna een serie achtervolgingen, in onder meer een chocoladefabriek (hoe Zwitsers!), eindigt in een shootout die alleen de held en zijn geliefde in leven laat. Terecht, moet de kijker denken, want zij waren de enigen die morele scrupules toonden bij het liegen en moorden.

“Hitch zei dat hij me Hamlet in een modern jasje aanbood,” herinnerde de hoofdrolspeler zich later in een interview; “maar toen we de film eenmaal gingen maken, verwaterde de psychologische diepgang gauw.” Gielgud had gelijk: wat plot en psychologie betreft behoort Secret Agent niet tot de hoogtepunten van Hitchcocks oeuvre, terwijl de karikaturale rol van Peter Lorre als de Kale Mexicaan zelfs gênant en xenofoob genoemd kan worden. En hoewel het campy gebruik van Zwitserse couleur locale af en toe goed is voor een glimlach, zijn de besneeuwde bergtoppen en vrolijke volksdansjes allesbehalve bevorderlijk voor de suspense.

Dat neemt niet weg dat Secret Agent een Fundgrube is voor de Hitchcock-fan. De moord op de nietsvermoedende toerist is een prachtige illustratie van Hitchcocks stelling dat 'de kijker moet lijden' - al helemaal omdat we het fatale duwtje in de bergen niet te zien krijgen, maar alleen het hartverscheurende gejank van 's mans thuisgebleven hondje (dat niet toevallig lijkt op de schreeuw van een vallend persoon). Het is maar één van de vele goed getroffen morbide details. Wie geen kippevel krijgt bij de scène waarin een dode man doorspeelt op het kerkorgel, is rijp voor een douche bij Norman Bates.

    • Pieter Steinz