Rivieren moeten weer ruimte krijgen

De overstromingen in Polen en Duitsland bewijzen dat het slecht gesteld is met de rivieren in Europa, aldus P.H. Nienhuis. Wat leert het hoogwater in de Oder voor het beheer van de Rijn?

Watersnood in Tsjechië, Polen en Duitsland. Natuurlijk is de ongekend hevige regenval de hoofdoorzaak. Twee zware depressies brachten een hoeveelheid regen die onder normale omstandigheden in een half jaar valt. Maar naarmate de vloed langer duurt, worden er meer kritische kanttekeningen gezet bij de hoofdoorzaak. Een duizendjarig water? Een klassieke Sudetenramp? Volgens experts is een dergelijke neerslaghoeveelheid iedere 15 tot 20 jaar te verwachten, en het rampgebied beperkt zich niet meer tot enkele kleinere rivieren zoals vroeger, het water stroomde nu in enkele dagen over een groot oppervlak in Noordoost-Tsjechie en Zuidwest-Polen. Dat wijst op een versterkende oorzaak in het hele rampgebied. Er is door autoriteiten al gevraagd om een grondig onderzoek naar het verband tussen het Waldsterben, het doodgaan van de bossen door zure neerslag, en de massale vloed na heftige regenval.

Er is een duidelijk verschil tussen de ramptoestanden langs de kleinere bergrivieren en die langs de grote laaglandrivieren zoals de Oder. In de bergen krijgen dorpen in nauwe dalen wel vaker te maken met vloedgolven die modder- en steenlawines veroorzaken. De hoogste delen van het dorp blijven droog, maar de recent gebouwde huizen, op de mooiste plekjes dicht bij de rivier, houden geen stand. Naast regenval worden veranderingen in het grondgebruik als oorzaak genoemd. De vroegere sponzige weiden zijn omgezet in goed gedraineerde landbouwgrond. Soms moeten de te volle bovenstroomse stuwmeren in paniek worden opengezet.

Dan de laaglandrivier, de Oder. Een onstuitbare vloedgolf die ergens in de bergen begon, heeft in de laatste week van juli de Oostzee bereikt. Het waterbeheer in Polen ondervindt veel kritiek. Sinds enkele jaren is het beheer van het stroomgebied in handen van sub-nationale overheden. Maar er liggen ook nog veel verantwoordelijkheden bij de lagere overheed. Het ontbreekt aan coördinatie. Het ontbreekt ook aan financiële middelen om het water het hoofd te bieden. Bij Wroclaw werden de retentiebekkens van de Odra te laat opengezet. Boeren gewapend met hooivorken stonden op de sluizen en probeerden te voorkomen dat hun oogst door het water zou worden vernield. Een voorbeeld van tegengestelde belangen en mislukte coördinatie.

In Polen is de toestand werkelijk rampzalig: meer dan zestig doden, honderdduizenden hectares land met giftig rioolwater overspoeld, dreiging van epidemieën. Een cocktail van pesticiden, gechloreerde koolwaterstoffen en zware metalen is in het water gekomen. Dit is Sandoz in het kwadraat, al ontkennen de autoriteiten een vervuilingsramp. Overzicht ontbreekt.

Hoe anders gaat dat in Duitsland. Van minuut tot minuut worden we op de hoogte gehouden van de omvang van de ramp aan de westkant van de Oder. Oorzaken? Natuurlijk primair de zware regenval bovenstrooms. Maar ook wordt gebrek aan onderhoud van de rivier genoemd .

De Polen en de Duitsers zijn wat het beheer van de Oder betreft tot elkaar veroordeeld: er wordt onvoldoende gebaggerd in de vaargeul, de dijken hebben achterstallig onderhoud. Aller aandacht concentreert zich al wekenlang op de Oderbruch, een langgerekte 'badkuip', een gebied zo groot als onze Betuwe, ten noorden van Frankfurt an der Oder.

Dit gebied werd 250 jaar geleden drooggelegd; het was daarvoor een 'woeste, wilde vlakte' (in de terminologie van onze tijd een groots, oorspronkelijk natuurgebied), met grote loofbossen en moerassen en doorsneden door talrijke zijtakjes van de Oder. De droogmakerij Oderbruch heeft al menig keer weer onder water gestaan. In 1947 braken de dijken van de Oderbruch voor het laatst. Nu in 1997 is het bijzondere, dat het hoge water zo lang aanhoudt. De dijken raken verzadigd en de stabiliteit en de kwelgevoeligheid van de waterkeringen zijn in het geding.

Het verhaal van de Oder staat niet op zich. Het is slecht gesteld met de meest rivieren in Europa. Tachtig procent van de afvoer van de grote rivieren is gekanaliseerd en wordt voor een deel door grote dammen vastgehouden in spaarbekkens. Bij piekbelasting spoedt het water zich in sneltreinvaart naar zee, zeker twee maal zo snel als vroeger. Had de regenval vroeger de tijd om zich te verspreiden, en in de bodem te dringen, nu gutst het water direct en snel naar beneden.

Miljarden guldens zijn wereldwijd uitgegeven aan het bouwen van stuwdammen en het kanaliseren van rivieren. Recent gaat men bij verschillende projecten inzien dat de kosten om de rampspoed te keren veel hoger zijn dan de winsten die men bij de bouw van de dammen voorzag. De visserij is vernietigd, de natuurwaarden zijn versnipperd en verpauperd, en boven alles is de veiligheid van mensen in gevaar. In Amerika is men al bezig enkele grote dammen op te ruimen, om daardoor de natuurlijke situatie waar mogelijk te herstellen.

De Oder is relatief gezien nog een tamelijk natuurlijke rivier met uitgestrekte uiterwaarden, ooibossen en moerassen. Landschappelijk gezien is de Oder een lichtend voorbeeld voor zijn grote broer de Rijn, die vrijwel volledig gekanaliseerd is. Voor de scheepvaart is de Rijn, en vooral de Waal, een langgerekte bak gevuld met water, met een diepte van 2,8 meter en een breedte van 170 meter.

In de Waal vindt door uitschuring van de in een keurslijf gedwongen vaargeul een voortdurende bodemdaling plaats van 1 cm per jaar. Als dat zo door zou gaan, zou dit leiden tot onbeheersbare toestanden voor de scheepvaart. Vandaar dat geen sediment meer onttrokken wordt aan de Waal. Het baggermateriaal wordt benedenstrooms van de weggebaggerde drempels teruggestort.

Na de bijna-ramp van 1995 ziet Rijkswaterstaat zich in Nederland voor een dilemma geplaatst: of een volgende ronde dijkverhoging en -verzwaring in de volgende eeuw, of verlaging van het winterbed van de rivier. Het is echter een schijndilemma. Het heeft geen zin om de oude, dichtgeslibde Rijn over de volle breedte uit te baggeren. Zo'n verjongingskuur staat haaks op alle ecologische principes.

De Rijn zit gewoon in een te strakke jas, daar helpt geen uiterwaardverlaging tegen. Zodra een uiterwaard wordt weggebaggerd zal bij een volgend extreem hoogwater onmiddellijk dat gat worden gevuld met zand en slib van elders. Het sedimentatiepatroon wordt onbeheersbaar, en dat is nu precies wat de scheepvaart niet kan gebruiken, want dan ontstaat er nog een dilemma: de Waal als beheersbare hoofdverbinding voor de scheepvaart of als onbeheersbaar sedimentatiebekken.

De enige weg om het wassende water het hoofd te bieden is verruiming van het stroomgebied van de rivier, niet door hier en daar wat uit het winterbed weg te baggeren, maar door werkelijke ruimte te geven in de breedte. Dat wil zeggen het opnieuw aanleggen van overlaten en retentiebekkens zoals die vroeger bestonden.

Het is de vraag of de blauwdruk die Nederland voor de Oder in portefeuille heeft, het Deltaplan Grote Rivieren, wel de juiste oplossing biedt voor de Poolse en Duitse waterbeheerders. De Duitsers gaan in de discussie publiekelijk al een stap verder. 'Ruimte voor de rivier' wordt daar zeer letterlijk opgevat. Er wordt al voorzichtig gesuggereerd om van de Oderbruch een grote overlaat te maken. Het gebied zou dan nog dunner bevolkt moeten worden dan nu al het geval is, en de bevolking moet doordrongen worden van het bewust gekozen risico. Terug naar de boerderijen op woonheuvels.

Er moet bestudeerd of deze mogelijkheid ook voor het Nederlandse rivierengebied haalbaar is. Het neerkomen op: over grote lengtes een rivierbegeleidende slaperdijk aanleggen op waakhoogte en in de gebieden tussen winterdijk en slaperdijk landbouw en natuurgebieden toestaan met een hogere kans op een overstroming, bijvoorbeeld eens in de 1250 jaar.