Rechters in opspraak

De laatste maanden is de rechtspraak een terugkomend thema in krantenartikelen. Het gaat daarbij doorgaans om belangenverstrengeling bij (plaatsvervangend) rechters. In de belastingsfeer vormt dat nauwelijks een gespreksonderwerp. Maar al jaren bestaat er op fiscaal terrein een wrijfpunt tussen de politiek en de rechterlijke macht: de beslotenheid die de belastingrechters rondom hun werk handhaven, benadeelt de burger ten opzichte van de fiscus.

Ter verduidelijking van dat ernstige verwijt verdient de bijzondere wettelijke positie van fiscale rechtszittingen de aandacht. Die vinden anders dan bijna alle andere rechtszittingen achter gesloten deuren plaats. Dat is algemeen geaccepteerd want het geheim van de eigen portemonnee is heilig. Om de buitenwereld toch op de hoogte te stellen van ontwikkelingen in de belastingrechtspraak, kiezen de rechters zelf de zaken uit die ze uit juridisch oogpunt het meest interessant vinden. Die sturen ze zonder namen te noemen naar de vakpers. Door de toegepaste selectie onttrekt het dagelijkse, juridisch weinig spectaculaire werk van de belastingrechters zich aan elk toezicht. Wetenschappelijk onderzoek is niet mogelijk en hoewel in de belastingpraktijk wordt gesproken over een enkele falende rechter, valt er op dat punt weinig hard te maken.

Bij belastingadviseurs en inspecteurs heeft elke rechter zo zijn reputatie, want juist buiten de sfeer van de juridische hoogstandjes komen de individuele verschillen tussen rechters naar voren. De voor het leven benoemde rechters hebben geen chef die hun functioneren als enkeling of als groep in de gaten houdt. Er bestaat geen ministeriële verantwoordelijkheid; democratische legitimatie van hun werk ontbreekt. De verantwoording van de rechter naar de samenleving die hij dient, bestaat alleen uit volstrekte openheid van zijn beslissingen. Die ontbreekt bij belastingrechters.

Een verder nadeel van de beslotenheid is dat politiek en maatschappij een belangrijke informatiebron missen over het optreden van de Belastingdienst. Welke geschillen lopen zo hoog op dat er een rechter aan te pas moet komen? Met welke standpunten slaat een inspecteur in het algemeen belang een individuele belastingbetaler om de oren? Het valt niet na te gaan. Juridische trivialiteiten kunnen een politiek belang hebben. Het ligt voor de hand dat een rechter kan beoordelen welke van zijn uitspraken juridisch interessant zijn; het is verkeerd dat de rechter zich ook een oordeel aanmeet over het politieke of journalistieke belang van zijn zaken.

Overigens staat in de strijd tussen politiek en rechters een ander belang van de openbaarheid voorop. Dat is de voorsprong die de rechters in de huidige praktijk gunnen aan de Belastingdienst. Die beschikt als procespartij over alle uitspraken. Dat geeft een voorsprong op de burger en diens adviseur die maar moet afwachten wat volgens de rechter belangrijk genoeg is om ook de tegenspeler van de Belastingdienst onder ogen te komen. De voorsprong van de fiscus is eensdeels een tijdsvoorsprong. Sommige principiële rechterlijke uitspraken komen met een vertraging van enkele maanden tot veel meer dan een half jaar ter beschikking van de fiscale vakpers en daarmee van het publiek. De goed georganiseerde Belastingdienst verspreidt ze evenwel meteen via zijn interne kanalen. Een andere voorsprong bestaat uit het reservoir van juridisch oninteressante uitspraken waarover de fiscus beschikt, al is het maar op lokaal niveau. Weliswaar zijn het simpele zaken, maar elke burger kan er mee zitten: de aftrek van ziektekosten, van uitgaven voor vakliteratuur of van reiskosten. Als de inspecteur een belastingbetaler van zijn gelijk wil overtuigen, onderbouwt hij zijn standpunt met rechterlijke uitspraken uit zijn verzameling: 'Het heeft geen zin om naar de rechter te gaan want die heeft al eerder bijna zo'n geval beslist, kijk maar.' Maar al te vaak zijn de zo gepresenteerde zaken door de rechter bij gebrek aan juridisch belang nooit voor publicatie vrijgegeven. Idealiter kiest de inspecteur uit zijn verzameling ook zaken die vóór het standpunt van de belastingbetaler pleiten, maar niemand kan nagaan of dat werkelijk gebeurt. De burger kan al evenmin zelf in de collectie uitspraken op het belastingkantoor grasduinen om verwante zaken te zoeken waar hij wat aan heeft. Dat plaats de burger in zijn contacten met de fiscus in een achterstandspositie.

Die ongewenste ongelijkheid bestaat zolang de rechter vanaf zijn troon blijft bepalen welke belastingzaken openbaar mogen worden en welke niet. De politieke weerstand daartegen werd ooit aangevoerd door het toenmalige Tweede Kamerlid Willem Vermeend (PvdA) maar sinds die politiek verantwoordelijk is voor de Belastingdienst heeft hij niet zo'n moeite meer met de informatieachterstand van de burger. Later maakten ook de D66 Kamerleden Wolffensperger en Ybema zich druk over deze zaak. Sinds partijgenoot Sorgdrager op Justitie niet warm blijkt te lopen voor meer openheid in de belastingrechtspraak is van hen op dit punt niets meer vernomen. De laatste jaren hebben met name VVD-politica Bibi de Vries en de PvdA-er Rick van der Ploeg het vaandel overgenomen. Zij beijveren zich in de Tweede Kamer voor meer openheid, al hebben ook zij nog niet het kleinste barstje in het hechte bastion van rechterlijke geslotenheid weten te bewerkstelligen.