Open snelweg

STAATSSECRETARIS Kohnstamm (Binnenlandse Zaken) wilde onlangs, daartoe uitgedaagd door een VVD-Kamerlid, wel toegeven dat zijn post niet als eerste in aanmerking komt terug te keren bij een volgende kabinetsformatie.

Hij doelde daarbij vooral op het grote-stedenbeleid. Toch heeft hij politiek belangrijke, zelfs opwindende thema's in zijn portefeuille, zoals de overheidsautomatisering. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om toegang tot overheidsinformatie voor de burgers. Daaraan schort het nodige, hoewel de Grondwet nu al bijna vijftien jaar “openbaarheid van bestuur” tot beginsel heeft verheven.

De elektronische snelweg - speerpunt van het kabinet-Kok en van de Europese Unie - belooft hierin verandering te brengen. Iedereen die beschikt over een computer, een modem en een telefoonlijn kan naar hartelust surfen over de moderne Infobahn. De overheid heeft volgens het kabinet-Kok in zijn Nationaal actieprogramma elektronische snelwegen “een voorbeeldfunctie” bij het inrichten van een “publiek domein”. Dit moet het burgers makkelijker maken informatie uit verschillende bronnen te betrekken en te bewerken zodat zij actiever invloed kunnen uitoefenen op de beleidsvorming. Daardoor worden zij ook veel onafhankelijker van degenen die de informatie leveren.

BEHALVE DEMOCRATISCHE participatie heeft de nieuwe elektronische openheid nog een tweede, niet minder belangrijke betekenis: marktwerking. Ook al een speerpunt van het kabinet-Kok. De overheid zit op een schat aan informatie die slechts gebrekkig wordt benut. Hier liggen behalve sociale ook commercieel aantrekkelijke mogelijkheden, maar er doet zich tegelijk een botsing van belangen voor, zo blijkt uit de langverwachte nota over toegankelijkheid van overheidsinformatie, die Kohnstamm begin juni naar de Tweede Kamer stuurde.

Het stuk is een discussienota geworden. Deze kwalificatie vormt een indicatie voor zwaar weer. De overheid is inmiddels zelf verslaafd geraakt aan neveninkomsten uit het beheer van haar gegevens. De Topografische Dienst verkoopt fietskaarten in zeskleurendruk, het ministerie van Onderwijs verkoopt adressen van scholen en VROM heeft een bloeiende handel in geografische gegevens. Het kabinet noemt het in beginsel ongewenst dat bestuursorganen zelf informatieproducten maken voor andere dan bestuurlijke doeleinden of daarover contracteren met particulieren. “Marktactiviteiten moeten in beginsel worden afgestoten”, vindt Kohnstamm, zodat “bestuursorganen zich weer beperken tot het maken van informatie die zij voor hun publieke taken nodig hebben. Productie en exploitatie voor andere doeleinden kan dan plaatshebben in de particuliere sector.”

DIT IS EEN helder en perspectiefrijk uitgangspunt. Maar Kohnstamm maakt het toch weer ingewikkeld door een belangrijk voorbehoud te maken op de openbaarheidsregels. Alleen informatie die wordt gemaakt ter voorbereiding of uitvoering van concreet overheidsbeleid kan worden opgevraagd. Dit geldt niet voor de basisgegevens die (nog) niet concreet worden gebruikt. Door dit onderscheid ontstaat wat Kohnstamm noemt “het dilemma van de publieke taak”. Om beter aan hun openbare kerntaken te voldoen zouden bestuursorganen juist allerlei informatie ten behoeve van particuliere gebruikers gaan aanmaken terwijl dat eigenlijk niet tot hun werk behoort.

Het dilemma valt terug te voeren tot de stelling “dat het bestuur de exclusieve beschikking heeft over grondstoffen van informatie”. Dat is een petitio principii van formaat. Uit democratisch oogpunt ligt veeleer voor de hand dat de burgers de beschikking hebben over - publiek bekostigde - basisgegevens tenzij het bestuur klemmende redenen (staatsgeheim, privacy, auteursrecht) heeft hun die te onthouden.

Het probleem van Kohnstamm is niet zozeer het democratische gehalte van de Wet openbaarheid van bestuur dat hij zegt te dienen, maar de bewindslieden in het kabinet die geen afstand willen doen van departementale bijverdiensten. Het dilemma waarvan het beleidsdocument zoveel ophef maakt, is gezocht. Het dient slechts om vol te kunnen houden dat “bestuursorganen alleen bereid zijn de gewenste gegevens te verstrekken wanneer zij daarbij financieel belang hebben”. Quod erat demonstrandum.

UIT EEN INVENTARISEREND onderzoek van het bureau Coopers en Lybrandt blijkt dat vrijwel alle ministeries inkomsten genereren met hun informatie. In absolute getallen vallen de risico's voor de overheidsinkomsten op dit moment overigens nog alleszins mee. Veel meer dan honderd miljoen gulden is het niet - voor de hele overheid. Maar dit bedrag is bedriegelijk. De echte pijn zit hem in de plannen voor veel verdergaande commercialisering bij diverse bestuursorganen. En dan gaat het lang niet meer alleen om de fietskaarten van de Topografische Dienst.