Mimi aan drugs in Engelse 'Bohème'

Voorstelling: La bohème van G. Puccini door Music Theatre Londen o.l.v. Jonathan Gill. Bewerking, vertaling en regie: Tony Britten. Gezien: 5/8 Stadsschouwburg Amsterdam. Herhalingen t/m 10/8.

Het Music Theatre Londen, dat met komische en geactualiseerde uitvoeringen van repertoire-opera's ook in ons land enige faam heeft, komt nu met een Engelstalige versie van Puccini's La bohème. De voorstelling beleefde gisteravond in de Amsterdamse Stadsschouwburg zijn 'wereldpremière' en wordt daar nog doorgespeeld tot en met zondag.

Het probleem bij zo'n bewerking van La bohème is dat de opera zelf al komisch én ironisch is en dat het zielige einde geen echt humoristische toets verdraagt. Het enige dat men kan doen is het verhaal over loze liefdes van mislukte kunstenaars en het gesnotter opwekkende sterven van de zieke Mimi nog leuker én nog zwartgalliger te maken. Bewerker en regisseur Tony Britten heeft niets daarvan gedaan.

Deze Engelstalige La bohème lijkt dan ook op bijna alle andere voorstellingen van La bohème. Vrijwel elk cliché is in deze hedendaagse bewerking aanwezig. Het wrakke toneelbeeld met de uitgewoonde zolder. Het aan het slot van de eerste acte naar linksachter afgaan van het liefdespaar Rodolfo en Mimi. De derde acte in de sneeuw, hier een podium vol toneelrook.

Kleine afwijkingen van Puccini's origineel zijn er wel. De anders altijd zo leuk-krengige Musetta heeft hier nauwelijks wat in te brengen. En het enige andere cliché dat ontbreekt is dat Mimi, die wél haar koude handjes heeft, hier niet hoestend doodgaat aan de tering, maar zonder keelproblemen sterft aan de drugs. De bohémiens gaan om haar te troosten nog naar een dealer en de ultieme tragiek is dan dat haar laatste shot te laat komt.

Dat er in de eerste twee scènes wat licht-cabareteske tekstveranderingen zijn, doet weinig terzake - ingevoegde eigentijdse woorden als 'ozon', 'spaghetti', 'penis' en 'fuck' betekenen nog geen humor. Deze nogal puberale bohémiens zijn vooral heel brave bohémiens. De één moet volgens de ander naar de kapper omdat hij er uitziet als een gorilla. Rodolfo steekt zich niet in de grunge-rafels maar draagt gestreken spijkerbroeken.

Het treurigste is dat er zo slecht en sloom wordt geacteerd, vooral vóór de pauze, wanneer er nog het meest sprake is van bewerking. Mijn indruk is dat de voorstelling niet af is. Allerlei kansen worden gemist, het verhaal wordt en détail slordig verteld. De derde en vierde acte volgen Puccini vrijwel geheel. Dat kan men ook maar het beste doen, want het stuk bewijst zich zelfs in deze vorm nog steeds, al lijkt deze La bo`heme door de Engelse tekst op iets tussen Britten en Bernstein.

Ook jammer is dat er niet beter wordt gezongen, vooral de heren doen dat uiterst matig. De begeleiding bestaat uit een zevenmans orkest, dat aanvankelijk veel extra riedeltjes speelt die het verstaan van de tekst niet bevorderen.

Waarom toch zo'n voorstelling? Actualiseren gebeurt al zo vaak en Puccini's La bohème is juist heel gemakkelijk te begrijpen. En het populariseren van het verschijnsel opera en van een van de allerpopulairste stukken is overbodig.