Lutken ziet 'niets abnormaals' in Rotterdam

ROTTERDAM, 6 AUG. “Ik vertrouw erop dat ik met de korpsbeheerder, de hoofdofficier van justitie en het regionaal college goede afspraken kan maken en dat ik de ruimte krijg om ze uit te voeren.” Dat zei hoofdcommissaris B.A. Lutken gisteren op een persconferentie naar aanleiding van zijn benoeming, per 1 oktober, tot korpschef van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond. Tot die datum treedt hij op als waarnemend korpschef.

De 57-jarige Lutken, die nu korpschef is van het politiekorps Midden en West-Brabant, volgt hoofdcommissaris Brinkman op, die begin juli door minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) per 1 oktober werd ontslagen wegens 'onverenigbaarheid van karakters'.

De nieuwe korpschef, die dit weekeinde formeel werd benoemd, voerde de afgelopen weken verkennende gesprekken in Rotterdam en Den Haag. “Ik treed met volle overtuiging aan. In mijn gesprekken ben ik niets abnormaals tegengekomen en er is evenmin sprake van onbestuurbaarheid.” Lutken is niet van plan naar Rotterdam te verhuizen. Op 1 september wordt hij voorzitter van de raad van hoofdcommissarissen, zoals al eerder was voorzien.

De nieuwe korpschef wil het Rotterdamse korps meer als bedrijf laten functioneren om te kunnen profiteren van schaalvoordelen. Dat is nodig omdat extra geld gevonden moeten worden om de stijgende uitgaven, als gevolg van de hogere personeelskosten en steeds meer investeringen in technische middelen, te kunnen opbrengen. In de fijnmazige politiezorg moeten agenten breed en flexibel inzetbaar zijn, aldus Lutken, die ook wil bezien in hoeverre nieuwe specialisaties nodig zijn. “Maar er komt absoluut geen nieuwe reorganisatie.”

Lutken gaat zelf het overleg met de ondernemingsraad leiden - 'zonder opdracht vooraf' van de korpsbeheerder. Zijn voorganger Brinkman kwam in conflict met de OR nadat hij naar zijn zeggen van Peper de opdracht had gekregen de OR 'met een ramkoers' een kopje kleiner te maken.

Lutken wilde niet ingaan op de gebeurtenissen die tot het ontslag van zijn voorganger hebben geleid. Het rapport Beleid in balans dat Peper opstelde nadat de OR eind april het aftreden van Brinkman had geëist, zal ik met de korpsbeheerder bespreken, zei Lutken. Maar hij erkende dat enkele daarin gesignaleerde problemen zoals handhaving van de integriteit in het korps en mogelijke vermindering van het aantal districten prioriteit hebben. Lutken: “Op deze punten moet helderheid worden geschapen.”