Kosovo zou niet veilig zijn; Nieuwe kans voor Albanese asielzoekers

ROTTERDAM, 6 AUG. De rechtbank voor asielzaken in Haarlem, de vreemdelingenkamer, wil enkele zaken heropenen van Albanezen afkomstig uit Kosovo die in Nederland om asiel hebben gevraagd en wier verzoek is afgewezen.

De rechtbank heeft hiertoe besloten naar aanleiding van een rapport van de Zwitserse organisatie voor vluchtelingenhulp ZFR/OSAR. In dat rapport wordt gesteld dat Albanezen, afkomstig uit Kosovo, bij uitzetting uit Nederland het risico lopen het slachtoffer te worden van marteling door de Servische autoriteiten.

De Zwitserse organisatie laat zien dat de Amnestiewet die garandeert dat dienstweigeraars niet zullen worden lastiggevallen bij terugkeer, niet wordt nageleefd wanneer het etnische Albanezen uit Kosovo betreft, aldus A. The-Kouwenhoven, rechter van de vreemdelingenkamer in Den Bosch.

Die Amnestiewet was voor staatssecretaris Schmitz (Justitie) onder andere aanleiding om Kosovo voor grote groepen asielzoekers, onder wie dienstweigeraars, 'veilig' te verklaren. In navolging van Duitsland besloot de staatssecretaris vorig jaar april dat een begin kon worden gemaakt met de uitzetting van etnische Albanezen.

Volgens de Zwitserse organisatie zijn zestig asielzoekers uit Duitsland na hun aankomst in Kosovo verhoord, bedreigd, gemarteld, gevangengezet of teruggestuurd. De verhoren door de Servische autoriteiten zouden meestal zijn gegaan over het verblijf in Duitsland en over vermeende politieke activiteiten.

De rechter van de vreemdelingenkamer in Haarlem wil vóór 1 oktober uitleg van de landsadvocaat, die staatssecretaris Schmitz vertegenwoordigt. De advocaat moet dan antwoord geven op de vraag hoe de inhoud van de Zwitserse rapportage zich verhoudt tot eerdere verklaringen van Justitie dat alleen bepaalde groepen een verhoogd risico lopen bij terugkeer. Daarbij zou het gaan om “politieke opposanten, voormalige agenten van etnisch Albanese afkomst en leden van humanitaire organisaties”.

Begin mei verklaarde Schmitz dat afgewezen asielzoekers uit deze groepen niet werden teruggestuurd. Voor andere asielzoekers, onder wie dienstweigeraars, zou er bij terugkeer wel een risico bestaan, maar de situatie in Kosovo zou niet zo ernstig zijn dat zij niet konden worden teruggestuurd. Nederland heeft sindsdien één Albanees daadwerkelijk uitgezet. Duitsland heeft ruim duizend Albanezen afkomstig uit Kosovo uitgewezen.

Het ministerie van Justitie in Den Haag laat weten de nieuwe informatie te onderzoeken. Ook wacht het departement op een ambtsbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat eind deze maand zal verschijnen.

Kosovo is een provincie in het zuiden van de Federale Republiek Joegoslavië, die bestaat uit Servië en Montenegro. Sinds Kosovo in 1989 haar rechten als autonome provincie van Joegoslavië verloor aan Slobodan Miloševic, president van Joegoslavië, wordt de Albanese meerderheid (negentig procent) van de bevolking onderdrukt.

Hoeveel etnische Albanezen in Nederland asiel hebben aangevraagd, is onduidelijk. Vermoedelijk gaat het om enkele duizenden.

    • Renske Schriemer