Kinderspelletjes in vier hotelkamers

Four Rooms. Regie: Allison Anders, Alexandre Rockwell, Robert Rodriguez, Quentin Tarantino. Met: Tim Roth, Madonna, Antonio Banderas, Bruce Willis, Marisa Tomei. In: Alfa 2, Amsterdam.

Wat doen mensen in hotelkamers? Ze lezen, ze kijken tv, ze neuken, en ja, ze slapen. Meer is het waarschijnlijk meestal niet, en daarom kan een film over een hotel zo bevredigend zijn: dan gebeurt er achter elke deur iets raars. In hotel Mon Signor in Los Angeles, waar de film Four Rooms zich afspeelt, gebeurt op 31 december 1995 het raarste in het penthouse. Ook Chester Rush (Quentin Tarantino), een komiek die net zijn eerste hit gescoord heeft in Hollywood, kan op oudejaarsavond in zijn hotelkamer niets beters verzinnen dan met zijn vrienden dronken naar de televisie kijken, en wel naar naar een oude aflevering van de serie 'The Alfred Hitchcock Show'. Daarin bepaalt een weddenschap het lot van de pink van Steve McQueen: als hij tien keer achter elkaar zijn aansteker kan laten werken, krijgt hij een auto, als het niet lukt, verliest hij een pink. Tarantino is in dit verhaal opnieuw modern en melig: hij maakt van het stelen van een plot geen zwaktebod maar een verdienste, en stelt de televisie voor als de leverancier van al onze dromen, die in een film weer werkelijkheid kunnen worden. Zijn Chester krijgt een vriend zover dezelfde weddenschap aan te gaan als in de serie.

Four Rooms is een episodenfilm, een genre dat in de jaren zestig en zeventig vooral in Frankrijk en Italië populair was. In 1989 maakten Coppola, Scorsese en Woody Allen er nog een over New York. Four Rooms is het werk van vier jonge, onafhankelijke Amerikaanse regisseurs, die elkaar kenden van het festivalcircuit. Elk kreeg een hotelkamer tot zijn beschikking in het Mon Signor, een hotel waarvan de glorie in de jaren vijftig verging. Allison Anders (Grace of My Heart) laat in haar kamer een stel heksen vergaderen, Alexandre Rockwell (In the Soup) toont een sm-relatie in volle werking en Roberto Rodriguez (El Mariachi) laat de kinderen van een gangster lastig zijn. Verbinding tussen de vier variaties op het beproefde trio seks, drugs en geweld legt de roomservice van de bellhop, de piccolo die door Tim Roth als een stripfiguur gespeeld wordt. Helaas is alleen de episode van Tarantino, die de film ook produceerde, het vrolijke, toonvaste tussendoortje dat alle regisseurs en acteurs waarschijnlijk voor ogen stond. Anders' heksenketel is een flauw feministisch fantasietje dat nergens pikant wordt, ook al puilen de borsten van Madonna uit haar rubberen jurk, en Rockwells sm-flirt bewijst eens te meer dat ook een vastgebonden vrouw en pistoolzwaaiende man slaapverwekkend kunnen zijn. Op de kamer van Rodriguez is het grappiger: Tim Roth kan als oppas het kroost van gangster Antonio Banderas niet onder de duim houden: als papa terugkomt hebben ze gerookt, gedronken, porno gekeken, met een heroïnespuit darts gespeeld, en een lijk gevonden. Rodriguez onthult in zijn verhaal perfect de kinderachtigheid van de hotelkamerfantasieën waar Four Rooms het van wil hebben. Zijn protagonisten zijn zes en negen.