Kamerlid Rijpstra: 'Vreemdelingenbeleid nu te veel over departementen versnipperd'; VVD bepleit staatssecretaris voor immigratiezaken

ZWOLLE, 6 AUG. “Ik ben niet gevoelig voor maatschappelijke commotie. Ik wil dat er helder beleid wordt gevoerd. Als ik in Groningen of Doetinchem niet kan uitleggen waarom een illegaal mag blijven, gaan we schuiven. Aan emotie heeft de burger niets.”

De woordvoerder van de VVD-Tweede-Kamerfractie voor vreemdelingenzaken, J. Rijpstra, heeft dezer dagen veel tegenstanders. In de Tweede Kamer is een meerderheid die coulance bepleit voor het in Amsterdam wonende gezin van de Turkse kleermaker Gümüs. Het gezin verblijft al een aantal jaren illegaal in Nederland en mist de benodigde papieren om als 'witte illegaal' te kunnen worden gelegaliseerd. Uitzetting dreigt nu.

In eigen kring weet Rijpstra een brede coalitie tegenover zich: van de liberale jongerenorganisatie JOVD tot de VVD-fractie in de Amsterdamse gemeenteraad. Allemaal vragen ze compassie voor een individueel geval. “Ik krijg reacties van VVD'ers die zeggen 'je kunt die familie toch niet wegsturen'. Dat zijn soms dezelfde mensen die enkele jaren geleden nog zeiden: 'we moeten vreemdelingen bij de grens tegenhouden'. Ik constateer dat mensen anders gaan reageren als een asielzoeker een gezicht krijgt. Maar ik ben als Kamerlid verantwoordelijk voor een consistent beleid. Als je gaat schuiven met de criteria blijf je nergens. Elke nieuwe grens die je opstelt, zal weer nieuwe randgevallen geven.”

Zijn collega-Kamerlid Sipkes van GroenLinks en het Amsterdamse comité dat zich inspant voor het gezin Gümüs hebben het volgens Rijpstra slim aangepakt. “De zaak was eigenlijk vorig jaar al afgedaan, maar er is een gigantische publiciteit ontwikkeld. Als deze zaak niet in Amsterdam speelde, had niemand ervan gehoord.”

Rijpstra citeert het eerder door staatssecretaris Schmitz (Justitie) gepubliceerde cijfer, dat van de 63 illegalen die zich in 1995 op de witte-illegalenregeling beriepen, er uiteindelijk slechts twaalf mochten blijven. “Je moet je goed realiseren dat onder die afgewezen mensen ook schrijnende gevallen zitten. Die doen niet onder voor de situatie van de familie Gümüs.”

Zelf leek Rijpstra vorige week een opening te bieden met zijn idee dat de Turkse kleermaker wellicht via de zelfstandigenregeling kan worden gelegaliseerd. Zo krijgen soms ook buitenlandse profvoetballers werkpapieren wegens hun veronderstelde 'unieke' belang voor de club die ze contracteert. Maar het is niet meer dan een idee; Rijpstra is de eerste om dat te erkennen. “Ik ben niet degene die over de criteria gaat. Als de staatssecretaris geen mogelijkheden ziet, houdt het op.”

Hij is de man van de harde lijn, zo bleek vorige week nog. Als kerken uitgeprocedeerde Iraanse asielzoekers onderdak blijven bieden, moet de politie ingrijpen, zei hij bij de televisierubriek 'Netwerk'. Als jong Tweede-Kamerlid (lichting '94) en als nieuwe woordvoerder voor vreemdelingenzaken van de VVD-fractie wekte hij eerder commotie met ideeën om allochtonen te spreiden. Hij wilde ook speciale dorpen inrichten voor moeilijk uitzetbare vluchtelingen die worden gedoogd en bepleitte een strenge limitering van het aantal asielzoekers dat in Nederland mag worden toegelaten.

De zaak-Gümüs is voor hem een incident. Hij praat liever over de vraag hoe het beleid vorm moet krijgen. Bij de kabinetsformatie van volgend jaar moeten volgens Rijpstra verdergaande afspraken worden gemaakt dan mogelijk bleek bij de vorming van het zittende kabinet. De VVD is voorstander van een nieuwe vreemdelingenwet met minder artikelen, kortere procedures en beperking van het aantal verblijfstitels waarop asielzoekers zich in Nederland kunnen vestigen.

Deze regeerperiode botsten de coalitiepartners regelmatig over het vreemdelingenbeleid. Rijpstra verwcht dat bij de formatie van een eventueel tweede paars kabinet het bereiken van overeenstemming over het vreemdelingenbeleid opnieuw moeilijk zal zijn. “Er liggen enorme ideologische barrières. Je ziet dat met name de PvdA de neiging heeft regelmatig de hand over het hart te strijken en uitzonderingen te maken, terwijl de VVD kiest voor rechtvaardigheid door vast te houden aan regels die je afspreekt.”

Naast een scherper beleid wil Rijpstra ook een duidelijkere verdeling van verantwoordelijheden. Er moet, vindt hij, een aparte staatssecretaris voor immigratiezaken komen. “Het beleid loopt nu via te veel verschillende departementale schijven. Ik vind dat Justitie de zaak moet sturen.” Volgens de VVD'er moeten Binnenlandse Zaken (vreemdelingendienst), Defensie (Koninklijke Marechaussee) en Buitenlandse zaken (beoordeling veilige landen) hun verantwoordelijkheden overdragen. “Je kunt geen helder beleid voeren als de verantwoordelijkheid over zoveel departementen is versnipperd.”

De nieuwe staatssecretaris moet daarnaast de status van vice-minister krijgen. “Ik vind het geen gekke gedachte om staatssecretarissen een zwaardere rol te geven, zoals de laatste tijd wordt bepleit.” Wat de staatssecretaris precies moet doen, laat Rijpstra verder open. Wie het moet zijn, wil hij wel zeggen: in ieder geval een VVD'er. “Als je als partij heldere ideeën hebt, moet je ook de verantwoordelijkheid willen nemen.” Of die VVD'er ook Rijpstra moet heten, laat hij in het midden.