In Subice keren inwoners te vroeg naar hun huizen terug

In Subice, tegenover Frankfurt gelegen aan de Poolse kant van de Oder, beginnen de geëvacueerde bewoners naar hun woningen terug te keren - véél te vroeg, want het gevaar is nog lang niet geweken.

SUBICE, 6 AUG. Wie de bebouwde kom van Subice nadert, stuit op rood-witte hekken en linten. Er staan politie-agenten, die vastberaden hun hand opsteken. Ze sturen elke auto terug. De bewoners van de Poolse stad aan de Oder is vorige maand opgedragen hun wagens buiten de stad te parkeren. Subice is geheel autovrij, op last van burgemeester Ryszard Bodziacki. De burgervader vindt dat de voertuigen in de weg staan en gevaar opleveren nu Subice al weken wordt bedreigd door het gestegen water van de Oder.

“Subice is één groot voetgangersparadijs”, lacht huisvrouw Katja Kowalik. Ze staat met haar zoontje Tomaz bij de (gesloten) brug, die Subice verbindt met het Duitse Frankfurt, waarvan het tot het eind van de Tweede Wereldoorlog een stadsdeel was. De Oder is op deze plek op zijn smalst: twee kerken, enkele flatgebouwen en wat huizen aan de boulevard van Frankfurt liggen op een steenworp afstand. Kowalik kijkt in de kolkende rivier, die de brug lijkt te willen verslinden. “Veel mensen waren ontzettend bang”, zegt ze, “ze wilden weg.” Burgemeester Bodziacki stimuleerde hun dat ook te doen. Bovendien dwong hij een groot aantal stadsgenoten tot evacuatie. Driekwart van de 17.000 inwoners was vorige maand vertrokken. Inmiddels is de helft van hen weer teruggekeerd.

Heel gelukkig is Bodziacki daar niet mee. Hij meent dat zijn gemeente 'nog allerminst veilig' is. Als hier de dijk doorbreekt, zijn de gevolgen nog veel ernstiger dan in het aan de overkant gelegen Frankfurt het geval zal zijn, want Subice ligt drie meter lager dan Frankfurt. Voor hij met het Nederlandse bezoek praat, bestudeert hij een papiertje met daarop de waterstanden. Dinsdag 11 uur: 5.67 meter, 12 uur: 5.66 meter, 13 uur: 5.67 meter. Het schiet niet op. Dat water moet snel een meter omlaag. “Twee meter zou natuurlijk nog beter zijn en uiteindelijk moeten het er drie worden”, zegt hij in het crisiscentrum van Subice, waar een sjieke militaire officier aan de balie zit. Bodziacki draagt een spijkerbroek en een geruite bloes.

“Een maand geleden werd de alarmtoestand hier afgekondigd”, vertelt de veertiger Bodziacki met zachte stem. “Dat was heel logisch, gezien de rampzalige overstromingen elders in ons land.” De burgemeester doelt in het bijzonder op de metershoge vloedgolf van water, modder en stenen, die de historische zuidelijke stad Kodzko op 7 juli overspoelde. “Hoewel de Oder hier enorm tekeer is gegaan zijn al onze huizen droog gebleven. Daarom durf ik te zeggen dat we heel succesvol zijn geweest bij het beschermen van Subice,” vervolgt hij, trekkend aan zijn snorretje.

Het stadsbeeld laat zien dat Bodziacki niets aan het toeval overliet. Hij liet enorme hoeveelheden zandzakken aanrukken, terwijl hij de bevolking maande de woningen met hout, plastic en andere materialen af te dekken. “Subice oogt als een vesting”, meent Olga Paul (76). Ze wandelt bij de dijk, waarachter de daar honderden meters brede Oder spookt. Ze is nog steeds bang, ze heeft nauwelijks geslapen, bekent ze, maar toch is ze al die tijd met haar 80-jarige echtgenoot in het stadje gebleven. “Vroeger heb ik hier ook wel eens hoog water meegemaakt, in 1947 en 1948, maar dat was lang niet zo erg als nu.”

IJzerhandelaar Gregor Schram moet lachen om de zorgen van Olga Paul. “Dat benauwde is typisch iets voor oude mensen”, zegt de dertiger, die met zijn zoontje op stap is. “Het zal allemaal zo'n vaart niet lopen.” Hij maakt zich wel druk om de zakelijke gevolgen. Zijn bedrijf is dicht, net zoals dat geldt voor 95 procent van de bedrijven in Subice. Zandzakken en dik zwart plastic barricaderen zijn voordeur en ramen. Schram spreekt van “een financiële ramp”. Wat het hem precies kost, heeft hij nog niet berekend. “De getroffenen krijgen steun, heb ik gehoord, maar dat geldt voorlopig niet voor de zelfstandigen. Pas als Subice werkelijk onder water komt te staan, kan ik ten minste op 3.000 zoty (1.800 gulden) rekenen.”

Burgemeester Bodziacki neemt nog geen bedragen in de mond. Hij geeft toe dat Subice “economisch een forse klap krijgt”, maar dat is minder erg dan een overstroming. Krijgt hij geld van de Poolse overheid? Hij weet het nog niet zeker. Hij heeft gesproken met de voorzitter van het Poolse parlement, Józef Zych, zegt hij. “Zych komt hier uit de buurt. Hij heeft beloofd dat hij zich bij president Kwasniewski hard voor ons zal maken. Ik hoop dat we steun ontvangen. Hoeveel? We weten het niet. Echt niet.”

In Subice is het rustig, hoewel er zich vrij veel dagjesmensen bevinden. Het zijn in het bijzonder de geëvacueerden die zo nu en dan komen kijken hoe het met hun woning staat. De dakbedekker Otto Winterhoff en zijn vriendin Wonzika, bijvoorbeeld, die 25 kilometer verderop in Osno zijn ondergebracht in een internaat. Of het gezin Nadotmynski, dat 50 kilometer van Subice in een school huist. Ze waren bang voor het water, vader Krzystof, zijn vrouw en de kleine David.

De Nadotmynski's wandelen langs de boomgaarden van Subice met hun appels, peren en zonnebloemen die alle de kant van de zon opkijken. Hun stadje is mooi, zeggen ze, wanneer zullen ze veilig kunnen terugkeren? Wie weet het, niemand weet het. De zandzakken, het plastic, de militaire voertuigen en de ambulances trekken vooralsnog de aandacht in Subice. Burgemeester Bodziacki stelt voor te bidden voor een rustiger Oder. Vanuit het crisiscentrum kan hij de kerken van Frankfurt zien.