In ledigheid op de trap

Afgekloven kippenpootjes, glasscherven, peuken, ingedeukte blikjes en een leeg flesje Gin Seng. Op stille ochtenden, als de vaste bevolking van de trap voor de Albert Heijn in het centrum van Amsterdam er nog niet was, verraadden de sporen van de 'day before' al hun gewoonten.

Tegen openingstijd zochten ze hun stekkie weer op: de zwervers, de verslaafden en de toeristen. Een idealer plek om de dag in ledigheid door te brengen is nauwelijks denkbaar: op de treden kun je zitten, voedsel en drank is binnen handbereik, tegen de verveling passeren trams, fietsers, auto's en voetgangers. Dat, tegen een decor van de koks van Food Plaza die kippen staan te braden.

In korte tijd had de trap voor de enkele maanden geleden geopende Albert Heijn Food Plaza bij de Dam zich opgewerkt tot meest populaire hangplek van de hoofdstad. Tot ongenoegen van de Ahold-directie, die het gehang voor een van haar meest ambitieuze vestigingen in dit land niet uitnodigend vond.

“Het is gezellig hier”, zei Ernst (24) die zich na te zijn geconfronteerd met een huurschuld van zesduizend gulden aansloot bij een club van tien daklozen. Eerst zaten ze enkele honderden meters verder op de Dam, vertelde hij, maar hier is het beter toeven want je loopt zo de winkel binnen en hebt een biertje. Hun vaste plek was niet op, maar voor de trap, onder een boom. Een maat van Ernst met een zwarte hoed op en een baard die uiteenviel in lange repen, schreeuwde dat hij veertig keer was bestolen, spuugde en rijmde iets met 'pis' en 'Adriaan van Dis'.

Op de trap zaten Mario (21) Gianpiero (22), Alessandro (18) en Piero (22) uit Pescara, vlakbij Rome. Tijdens hun weekje Amsterdam bezoeken ze vooral gokhallen en coffeeshops, vertelden ze. Eten deden ze hier op de trap. Je zal toch wel gek zijn om in een café drie gulden neer te tellen voor een drankje als je hier in het zonnetje een 7 Up kunt drinken voor 89 cent, vond Karim, die elke middag op de trappen kwam zitten. “Albert Heijn profiteert er ook van”, zei hij terwijl hij zijn blikje frisdrank voor de voorbijgangers omhooghield, “het is gratis reclame.”

Op de rechterflank van de trap zat een vrouw met een bruine muts op, een aantal gehaakte truien over elkaar, een gele broek en dikke gymschoenen aan, naast een plastic tas met uitgelepelde meloenschillen en lege bakjes yoghurt. Ze was bezig Albert Heijn-reinigingsmelk te vermengen met vruchtenyoghurt. Vragen kon ze niet beantwoorden. “You have to write to my sister in Zimbabwe who is in the publishing business”, zei ze in onberispelijk Oxford-Engels. Daarna smeerde ze zich in met het lichtroze mengsel. Naast haar zat Kim (20) uit Chicago. Zij reisde met een evangelische groep door Europa en peilde her en der de belangstelling voor God. Een jongen op krukken wilde weten wat de nieuweling met het notitieblok kwam doen. Hij is ex-drugsverslaafde, ex-kraker, ex-zwerver Mark - zijn ouders noemden hem eigenlijk Mark-Robert, vertelde hij -, thans werkloos. In een paar zinnen schetste de vaste trapzitter Mark het tableau de la troupe: beneden onder de boom zitten 'de zwarte schapen van de Nieuwmarkt', de zwervende alcoholisten. Links boven aan de trap zitten de alcoholisten 'die zich wassen', slimmer en hebberiger zijn dan de 'zwarte schapen' en over meer bier beschikken. Rechts op de trap de Polen en de Tsjechen die bedelen om sigaretten en daartussenin de andere toeristen.

“Men zoekt hier contact, bier, geld en plezier”, legde hij uit. “De mensen zijn eenzaam. Je kunt niet de hele dag alleen thuis voor de tv zitten.” Hij onderhandelde met een Pool over het kopen van bier, zelf kon hij de winkel niet in omdat hij eerder was betrapt op stelen. Met die uitkering van 350 gulden kan hij niet zo veel. Maar respect heeft hij niet voor de meeste winkeldieven. “Als je nou voor 500 gulden zalmsalade steelt, dan zeg ik: 'tsjonge, jonge'. Maar ze komen hier met drie pakken koek naar buiten en dan is het al van 'kijk mij eens even'. ” Mark heeft het VWO afgemaakt, maar is toen “een ander leven gaan leiden”, vertelde hij. “Een beetje een negatief verhaal.”

Naast Mark zat Vasco, een bevriende Joegoslaaf. Ze wachtten samen op nog weer een andere vriend, die eten zou komen brengen. Tegen een Pool die een sigaret wilde, zei Vasco: “Go and ask rich people” en dan: “Die Polen komen naar Amsterdam en denken dat iedereen hier rijk is.” De vriendschap tussen Mark en Vasco heeft zijn wortels in het samen delen, zei Mark. “De ene dag heb ik geld, de andere dag heeft hij geld. Daardoor groeit de vriendschap want je krijgt vertrouwen naar elkaar toe. Ik heb nu geld en dan help ik hem, straks heeft hij geld en dan helpt hij mij. Zo komen wij de dag door.”

Het is de lezer misschien opgevallen dat dit verhaal in de verleden tijd is geschreven. De ergernis van Ahold over het nomadenvolk op haar trappen kon nooit lang zonder gevolgen blijven. De laatste dagen wordt de trap om de twee uur schoongespoten. De politie, die op grond van artikel 2.1 in de algemene plaatselijke verordening het recht heeft om personen die zich 'hinderlijk ophouden' te verwijderen, ziet erop toe dat de trappen leeg blijven.