Houtsneden tegen het onrecht

Tentoonstelling: Frans Masereel 1889-1972. Houtsneden. Museum Kempenland, Steentjeskerk, St. Antoniusstraat 5-7, Eindhoven, t/m 7 september.

Louis Paul Boon schreef in 1973, vlak na de dood van de Belgische kunstenaar Frans Masereel, dat hij als jonge man in zijn kleine kale kamertje slechts één afbeelding had hangen. Het betrof een afdruk van een houtsnede van Masereel, waarop een man tegen een muur staat, vlak voordat hij door een vuurpeleton wordt neergeschoten. Met rode inkt had Boon op de houtsnede een bloedspat gemaakt, die van het papier naar beneden over de kale muur liep. Met alleen dat beeld voor ogen trachtte Louis Paul Boon zijn eerste verhalen te schrijven.

Frans Masereel, geboren in Blankenberge in 1889, werkte zijn hele leven vrijwel dagelijks aan zijn houtsnedes, waarin hij de dingen die hij om zich heen zag gebeuren vastlegde. Duizenden prenten zijn er op deze manier ontstaan, waarvan vele zijn gebundeld in beeldromans, gepubliceerd in kranten of als illustratie hebben gediend bij de verhalen van anderen. Miljoenen mensen over de hele wereld hebben, bewust of onbewust, wel eens een houtsnede van Masereel gezien.

Op een tentoonstelling in Museum Kempenland is een mooie selectie te zien uit het omvangrijke oeuvre van Masereel. Vrijwel alle periodes uit zijn leven zijn er vertegenwoordigd, met uitzondering van de vroege politieke spotprenten die hij tijdens de Eerste Wereldoorlog in Genève maakte. Er zijn veel impressies van het stadsleven, uit de tijd dat Masereel in Parijs verbleef.

Het zijn rake typeringen van het leven van alledag: van passagiers in de metro, vrouwen die in nachtclubs en bordelen de mannen vermaken en van verliefde stelletjes aan de oever van de Seine. Maar er is ook veel werk te zien uit de periode dat Masereel aan de Franse zuidkust in een klein vissersdorp woonde. Het leven van de mensen aan zee fascineerde hem enorm en dus gutste hij de hardwerkende havenarbeiders en de eenzame vissersvrouwen uit in hout. Zijn laatste werken worden vooral gedomineerd door de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog.

De houtsnede was voor Masereel een manier om de kunst naar het volk te brengen. Schilderijen belandden volgens hem toch alleen maar in de collecties van deftige mijnheren en rijke kapitalisten. Kunstenaars, zo zei hij, hadden de rol van aanklagers, zij waren de critici van de maatschappij en zij moesten de mensheid leiden naar een rechtvaardiger wereld.

Masereel was een man van idealen. Hij heeft zijn kunst gebruikt om het onrecht in de maatschappij aan te kaarten. Zijn werken vormen tezamen een prachtig tijdsdocument van deze eeuw. Zo zie je in de loop der jaren het verkeer in zijn stadsgezichten steeds drukker worden. En in de jaren vijftig doorkruisen de eerste lijnvliegtuigen het luchtruim. De werken getuigen van een vooruitziende blik en ogen af en toe nog actueel. Neem bijvoorbeeld de houtsnede van een magere demonstrant die door een heel elftal politiemannen in de kraag wordt gegrepen. Deze zou nu in een krant niet misstaan als spotprent.

Al in de vroege jaren twintig tekende Masereel steden waar wolkenkrabbers het uitzicht vormden, waar het verkeer via hoge viaducten over de stad werd geleid en waar neonreclame vanaf elke hoek van de straat de voorbijgangers toeschreeuwde. Het is hetzelfde beeld van de moderne stad dat Fritz Lang enkele jaren later in zijn beroemde film Metropolis (1927) zou schetsen. Lang verbeeldde de stad als een plaats waar massa's naamloze arbeiders ondergronds als menselijke machines aan het werk zijn, terwijl bovengronds de mensen in rijkdom leven. De scènes uit die film doen qua sfeer, thematiek en licht-donker-contrast sterk denken aan de houtsnedes van Masereel, bijvoorbeeld uit het boek La révolte des machines (1921).

De meeste werken van Masereel hebben een zwaarmoedig, onheilspellend karakter. Zeker in de jaren vlak voor de Tweede Wereldoorlog pikte Masereel het dreigende geweld op en tekende hij bijvoorbeeld vrouwen op een slagveld van gesneuvelde soldaten. Maar ook in de jaren daarna keerden bommenwerpers, brandende flatgebouwen, doodskoppen en gasmaskers met grote regelmaat in zijn houtsnedes terug. Het enige dat Masereel niet somber stemde was de liefde. Tussen alle beelden van onrecht en geweld zijn het de houtsnedes waarop verliefde paartjes spiernaakt de zee in rennen, of innig omstrengeld in een bloemenwei liggen, die de tentoonstelling ook een optimistische wending geven.

Frans Masereel mag beschouwd worden als een van de grootste houtsnijders van deze eeuw. Hij heeft de techniek van het houtsnijden tot ongekende hoogten ontwikkeld. Was zijn stijl in zijn beginjaren nog heel lineair, later werd zijn handschrift steeds schetsmatiger en verfijnder. Soms is het haast onvoorstelbaar dat alle minuscule details daadwerkelijk uit hout gesneden zijn.

Masereel heeft de directheid van het medium optimaal benut om ons zo te overtuigen van zijn ideeën. Of zoals Louis Paul Boon in de inleiding van de catalogus schrijft: “Masereel was als een seismograaf die alles wat ons aanbelangde registreerde. En meer nog, die als een profeet de vinger uitstrekte naar wat ons te wachten stond. Zijn oeuvre mag als een onvergankelijk meesterwerk van gisteren, van vandaag en van morgen beschouwd worden. Zijn werk is niet het werk van een overleden kunstenaar, het is het werk van een man die onze tijd begrepen heeft.”