Een weekje leuren met Amsterdam 2002

De Nederlandse bestuurders bewegen zich tijdens de WK atletiek in het lobby-circuit. Ze proberen stemmen te winnen voor de kandidatuur van Amsterdam voor de EK van 2002.

ATHENE, 6 AUG. De voorzitter van de atletiekunie KNAU zegt de afgelopen dagen in Athene somber te zijn geworden over de kansen van Amsterdam 2002. “Ik heb het idee”, zegt Piet van der Molen, “dat Lausanne stevig wordt ondersteund door Samaranch en Nebiolo. Op de receptie van de Zwitsers leek het net of zij de gastheren waren.”

De almachtige Samaranch heeft een sterke band met Lausanne omdat het hoofdkantoor van het Internationaal Olympisch Comité daar is gevestigd. En Nebiolo, de voorzitter van de wereld-atletiekfederatie IAAF, is weer een vriend van Samaranch. Van der Molen: “Ik heb het Nebiolo op de man af gevraagd. 'Is het waar dat u Lausanne ondersteunt?' Natuurlijk ontkende hij het in alle toonaarden. Maar ik ben te lang bij de politie geweest dat zo maar te geloven”.

Op 11 oktober kiezen de 48 voorzitters van de bij de Europese atletiekunie (EAA) aangesloten bonden de stad voor 2002. De kracht van de Nederlandse EK-kandidatuur is volgens Van der Molen de locatie. Amsterdam spreekt erg aan, weet hij. Bovendien hoopt de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie (KNAU) de deelnemende landen een heel aantrekkelijk aanbod te kunnen doen. Ze wil voor alle deelnemers aan de EK de reis- en verblijfkosten betalen.

Zoals gebruikelijk neemt de EAA de kosten van 450 atleten voor haar rekening, die van de andere, naar schatting 650 deelnemers, wil de organisatie betalen. Dat gaat zo'n 1.650.000 gulden kosten. Van der Molen wil daarvoor een plan gebruiken waarmee hij in zijn periode als voorzitter van Olympia's wielerronde ervaring heeft. Het is de bedoeling dat bedrijven elk een deelnemend land 'adopteren'.

Het kost tijd om dat voor elkaar te krijgen en al voor 10 september moet het plan officieel worden ingediend. Daarom heeft Van der Molen “Erica” - staatssecretaris Terpstra - gevraagd of de overheid voor het bedrag garant wil staan. De eerste reactie was positief, maar na het zomerreces volgt het officiële antwoord. “Ik weet niet wat de andere kandidaten nog gaan doen, maar ik heb begrepen dat, als we het financieel voor elkaar krijgen, ons aanbod uniek is”, zegt Van der Molen.

Hij heeft de afgelopen dagen in Athene geprobeerd zo veel mogelijk collega-voorzitters persoonlijk aan te spreken. Van der Molen: “Dan ga je niet over onze bid praten, maar je probeert vriendschap te sluiten en vertrouwen te kweken. Vergeet niet dat elk land, hoe klein ook, één stem heeft. Je hebt van die blokken. Zo is Luxemburg de aanvoerder van de kleine landen en toevallig spreekt de voorzitter, Janszen, Nederlands. Prettig.”

Van der Molen zegt niet van leuren te houden. “Dat ligt gewoon niet in mijn aard. Maar lobbyen hoort er in zulke gevallen bij. Sommige mensen vinden het wel leuk. Dat zijn koopmannen. En dat ben ik niet. In mijn hart ben ik nog altijd een politieman.”

Vrijdagmiddag zal Nederland als laatste van de drie EK-kandidaten zijn ontvangst voor de bondsvoorzitters en andere topbestuurders hebben. Er is voor een stijlvolle plek gekozen, vlakbij het antieke Panathinaikon-stadion in een park in het centrum van Athene. Van der Molen en zijn mensen rekenen er op dat meer voorzitters zullen komen dan bij Lausanne. Daar waren er maar acht. En op de uitnodiging voor de receptie van München stond per abuis dat het om de WK van 2002 ging in plaats van de EK. De Nederlanders hebben er even om moeten gniffelen.

Samaranch is er op de Nederlandse receptie niet bij. Hij is dan alweer naar huis. Maar Nebiolo kan eigenlijk niet wegblijven. De Italiaan vertoeft graag in de aanwezigheid van ministers en vrijdag heeft hij de kans de vice-premier van Nederland te ontmoeten. De KNAU had eerst premier Wim Kok uitgenodigd, maar die kon niet. Toen heeft Van der Molen de tweede man van de regering benaderd. Hij en Dijkstal kennen elkaar. “We zijn geen vrienden, maar we noemen elkaar bij de voornaam en zoenen elkaars vrouwen op beide wangen.”

Afgezien van Dijkstal zullen vrijdag op het Nederlandse feestje ook oude coryfeeën uit de Nederlandse atletiek rondlopen, zoals Fanny Blankers-Koen, Nelli Cooman en Gerard Nijboer, voor wie Athene vertrouwde omgeving is omdat hij er in 1982 Europees kampioen op de marathon werd. De olympisch kampioene van 1992, Ellen van Langen, is er niet. Vreemd is dat niet na haar recente problemen met de KNAU. Officeel is de atlete verhinderd omdat ze moet trainen. Wel staat de beeltenis van Van Langen en die van de andere genoemde veteranen op de ansichtkaarten ('Groeten uit Amsterdam') die de voorzitters van de nationale bonden regelmatig uit Nederland krijgen toegestuurd.

Als voorzitter van de wielrenunie (KNAU) heeft Van der Molen al eens eerder een WK binnengehaald. Dat was in 1979. “We hadden toen als voordeel de successen bij de WK van '75. Nederland won toen zes wereldtitels, hoewel het er zeven hadden moeten zijn - Cees Stam verkocht bij het stayeren voor 15.000 gulden zijn eerste plaats aan de Duitser Wilfried Peffgen. Dergelijke aansprekende prestaties hebben we in de atletiek niet.”

Ook op bestuurlijk vlak telt Nederland niet mee, in tegenstelling tot de Duitsers en de Zwitsers. Dat kan een groot nadeel zijn. Van der Molen heeft echter niet het idee dat het vaak als 'eigenwijs' afgeschilderde Nederland slecht ligt in de Europese atletiek. “De voorzitter van de EAA, de Zweed Homèn, vindt het leuk dat wij als klein land meedingen naar de organisatie. Dat straalde hij uit toen ik hem vorige maand ons bidbook overhandigde.”

Van der Molen was net drie weken voorzitter van de KNAU toen werd besloten om een groot evenement binnen te halen, ter ondersteuning van de plannen om het Olympisch Stadion tot atletiekarena om te bouwen. De voormalige politiecommissaris dacht eerst aan de WK, maar werd toen uitgelachen. Dat was te hoog gegrepen, vond men. Van der Molen vindt nog steeds van niet. “Ik ben ervan overtuigd dat wij ook best een WK kunnen organiseren”, zegt hij in Athene.

Van der Molen acht de kansen om de EK toegewezen te krijgen op slechts twintig procent, maar de doorgewinterde bestuurder is gewend niet snel op te geven. “Besturen is een kwestie van sterk je doelen zien en blijven doorgaan. Het is vaak een ondankbare taak. Het is ook niet leuk. Ja, ik vind het wel leuk.”