Centrale banken roeren zich

AMSTERDAM, 6 AUG. “Tè is nooit goed”, moeten ook de bestuursleden van de Bundesbank (Buba), de Duitse centrale bank, gedacht hebben. Gedurende lange tijd is de verzwakking van de Duitse mark ten opzichte van de dollar welwillend gadegeslagen. De positieve invloed hiervan op de Duitse export was immers meer dan welkom.

Het tempo waarin de D-mark sinds begin juli in waarde daalt ten opzichte van de dollar, lijkt bij de Buba echter 'unheimliche' gevoelens op te roepen. De vrees is dat een nog forsere daling van de D-mark-koers zal leiden tot verder oplopende importprijsstijgingen. Van dit laatste kan weer een opwaartse invloed uitgaan op de inflatie (de stijging van de consumentenprijzen).

Vandaar dat enkele Buba bestuursleden onlangs hebben gesuggereerd dat mogelijk de rente verhoogd moet worden om zodoende de D-mark te ondersteunen. Op de Duitse geldmarkt hebben de hierdoor ontstane rentespeculaties de afgelopen week geresulteerd in een stijging van de 3-maands rente met 6 basispunten (honderdste procentpunten). Omdat de Nederlandsche Bank een Duitse renteverhoging vrijwel zeker zou volgen, lagen ook de Nederlandse geldmarkttarieven onder opwaartse druk. Zowel de 1-maands als de 3-maands interbancaire rente stegen met 6 basispunten tot 3,33 respectievelijk 3,38 procent.

Ook de weekstaat, de verkorte balans van DNB, werd gekleurd door acties van centrale banken. Maar liefst twee centrale banken hebben de afgelopen week guldens aangeboden aan DNB in ruil voor vreemde valuta. In de weekstaat komt dit tot uiting in een afname van de post Vorderingen en waardepapieren in buitenlandse geldsoorten met ruim 1,1 miljard gulden.

Circa 850 miljoen gulden vloeit voort uit een transactie met de Oostenrijkse centrale bank, die een deel van de opbrengst van een gulden obligatie emissie door de Oostenrijkse overheid aan DNB aanbood.

Bron: ING Economisch Bureau