Bernie Ecclestone brengt autoraces naar de effectenbeurs; Meneer Formule I

Niemand is eigenaar van een sport, maar de Brit Bernie Ecclestone is dat in feite wel van de Formule I. Hij wil de geheimen van deze 'koningsformule van de autorensport' niet meenemen in het graf. Een gang naar de beurs moet dat verhinderen. Dat kan het racebedrijf en de miljarden die er in omgaan een stuk transparanter maken. Maar sommigen vinden een beursgenoteerd bedrijf dat als voornaamste activa alleen televisierechten bezit een nogal wankele basis.

Niet Michael Schumacher (jaarsalaris bij Ferrari ruim 40 miljoen) of Benneton-coureur Gerhard Berger (24 miljoen) zijn de werkelijke grootverdieners in de eredivisie van de autorensport de Formule I, maar Bernie Ecclestone. De coureurs die zondag meedoen aan de Grand Prix van Hongarije zijn voor hun licentie om aan de wedstrijd te mogen deelnemen eerst langs geweest bij Ecclestone. In Boedapest heeft men de Brit miljoenen dollars moeten betalen voor de organisatie van het evenement. En verder komen de astronomische inkomsten uit merchandising en televisierechten van deze en nog zestien andere Grand Prix's die dit jaar worden gehouden terecht bij, u raadt het al, een van de talloze werkmaatschappijen van Bernie Ecclestone.

“In iedere sport heb je managers of bureaus zoals McCormack die grof verdienen aan bemiddeling”, zegt de Amsterdamse jurist Paul Foortse, als voormalig juridisch manager van de Duitse tennisvedette Boris Becker een expert op het gebied van sportbemiddeling. “Maar niemand is eigenaar van een sport. Dat is Ecclestone van de Formule I in feite wel. Zonder zijn toestemming zou er domweg geen Formule I bestaan. Dat is toch wel een heel bijzonder fenomeen, vind ik.” Via Formula One Holdings beheert Ecclestone een netwerk van bedrijven, die veelal zijn ondergebracht op de fiscaal vriendelijke Kanaal-eilanden. Ze hebben hem inmiddels een geschat privé-vermogen van 250 miljoen pond opgeleverd. Daarmee is hij weliswaar nog niet toegetreden tot de categorie van die andere Engelse zakenman-avonturier, miljardair Richard Branson, maar dat kan in één klap veranderen wanneer Ecclestone zijn plannen ten uitvoer brengt om Formula One Holdings naar de beurs te brengen.

Op 9 maart van dit jaar barstte de bom toen in de publiciteit kwam dat Ecclestone de Amerikaanse investeringsbank Salomon Brothers de opdracht had gegeven een beursgang van zijn zakenimperium te onderzoeken. Een beursgang zou Ecclestone op slag dollar-miljardair maken. Zelfs indien hij zou besluiten een groot belang in Formula One Holdings aan te houden.

De anders zo solidaire Formule I, die tot dan en niet ten onrechte een grenzeloos vertrouwen had gesteld in Bernies zakeninstict, stond op zijn kop. Boos dreigde een aantal topteams als Ferrari, Williams, McLaren en Benetton het zogeheten Concorde-agreement te verbreken. Dat akkoord is genoemd naar de Parijse avenue waar het hoofdkwartier van de internationale autosportfederatie FIA is gevestigd en waar sinds begin jaren tachtig alle inkomsten van de teams uit de televisierechten, sponsorinkomsten en andere emolumenten zijn vastgelegd. De teams willen bij een beursgang een groter aandeel van de buit.

Maar Ecclestone is nooit inhalig gebleken. Alleen via een uitgekiende verdeel en heers politiek waarbij de miljarden grotendeels weer terugstroomden naar diegenen (teams en rijders) die het vooral op de televisie populaire racecircus mogelijk maken, slaagde hij er in een zakelijk imperium op te bouwen dat z'n weerga in de sport nauwelijks kent.

Voor het eerst werd de Godfather van de Formule I zelfverrijking verweten als zijn beursgang in de Britse pers of onder de teameigenaren ter sprake kwam. “Wat moet je met een miljard dollar als je zoals Ecclestone jaarlijks al een inkomen van 100 miljoen dollar uit de Formule I hebt?”, stelde FIA-voorzitter Max Mosley twee weken geleden een retorische vraag in het Duitse weekblad Der Spiegel aan de vooravond van de Duitse Grand Prix op Hockenheim. Ecclestone zegt het roerend met hem eens te zijn en dreigde het naar de beurs brengen van Formula One Holdings in Frankfurt en Londen (de twee Europese landen waar de sport het meest populair is) zelfs af te blazen. Een eventuele beursgang heeft door de onderlinge onenigheid ook op zijn vroegst pas dit najaar plaats. Maar een medewerker van Salomon Brothers in Londen vertelt dat de beursgang van Formula One Holdings beslist doorgaat. “De deal staat centraal, niet de datum. Nòch de heer Ecclestone nòch wij hebben een tijdslimiet aan de beursgang verbonden.”

In een interview aan de vooravond van de Britse Grand Prix op Silverstone vertelde Ecclestone dat de wens van een beursgang is voortgekomen uit de racewereld zelf en niet in eerste instantie zijn eigen idee is. Op 66-jarige leeftijd is Ecclestone in de herfst van zijn leven aangeland. Mocht hem iets overkomen dan neemt hij alle Formule I-geheimen mee in zijn graf en vervalt Formula One Holdings aan zijn 39-jarige Kroatische vrouw en zijn twee dochters. “Dat zou pas echt een ramp voor deze sport betekenen”, vindt Ecclestone.

Een beursgang van de Formule I zou het racebedrijf en de miljarden die er in omgaan een stuk transparanter maken. Er moeten jaarcijfers worden gepubliceerd, er moeten managers komen die het bedrijf runnen en commissarissen die daar toezicht op houden. Flavio Briatore, de flamboyante teambaas van Benetton, is al genoemd als mogelijk opvolger van Ecclestone. Nadat hij voor Benetton een keten van kledingzaken had opgezet in de Verenigde Staten kwam hij met nauwelijks enige racekennis de Formule I binnen. Maar door zijn feilloze neus voor het posteren van de juiste man op de juiste plaats kwam, zag en overwon Briatore met zijn vedette Michael Schumacher alles en iedereen in de Formule I. Eigenlijk zoals Ecclestone zelf dat vijfentwintig jaar eerder heeft gedaan.

Bernie Ecclestone werd geboren als zoon van een trawler-schipper. Hij haalde een diploma in de chemie, maar verdiende op twintigjarige leeftijd al zijn geld als handelaar in tweedehands auto's en motoren. Na een korte carrière als coureur koos hij na een dodelijk ongeval van zijn racevriend Lewis-Evans voor een zakelijke loopbaan. In 1971 richtte hij met succes een bedrijf op dat racewagens produceerde. Hij kocht de jaren daarna het Formule I-team van Brabham, behaalde daarmee verschillende constructeurstitels en beschikte in de persoon van de Braziliaan Nelson Piquet over zijn eigen wereldkampioen.

De Formule I - door Ecclestone zelf in zijn begintijd omschreven als een “stelletje Engelse garagehouders” - was zakelijk in die jaren een ongestructureerde organisatie. Via het voorzitterschap van de Formula One Constructors Association (FOCA) begon Ecclestone daar verandering in aan te brengen en zich de macht toe te eigenen. Het begon simpel met collectieve verzekeringen voor de oversteek van het dure racemateriaal voor wedstrijden op andere continenten. Circuit-directeuren die qua accomodatie hun zaakjes niet op orde hadden - zoals Jim Vermeulen en Johan Beerepoot op Zandvoort - ondervonden de toorn van Ecclestone die het Grand Prix-circus op grote schaal begon te reorganiseren en exploiteren en de verdiende gelden rijkelijk liet terugvloeien naar de raceteams. Met zijn juridische vriend en rechterhand Max Mosley vloog Ecclestone onvermoeibaar de wereld over om conflicten te beslechten voor de Formule I. Ecclestone gaf teams met kleinere budgetten en mogelijkheden het gevoel dat zij even belangrijk waren als Ferrari of Williams. “Hij stopt dezelfde energie in een deal van een dollar als in een overeenkomst van een miljoen dollar”, herinnert de Argentijnse coureur Carlos Reutemann zich Ecclestone. En volgens de memoires van Niki Lauda is de Brit in een zakelijke deal “volstrekt onvoorspelbaar. Als je met hem wilt onderhandelen moet je in topvorm zijn. Anders kun je het vergeten. Een half woord kan al fataal zijn”.

Ecclestone gaat er prat op dat hij zijn vermogen heeft opgebouwd zonder malversaties of schandalen. Hoewel hij de Formule I-wereld in een compromitterende situatie bracht door in de tijd van de apartheid regelmatig Grand Prix's in Zuid-Afrika te organiseren. Uit plotseling opgedoken correspondentie tussen Ecclestone en de toenmalige directie van het circuit Kyalami bij Johannesburg bleek dat Ecclestone voor de Formule I enorme bedragen heeft ontvangen op Zwitserse bankrekeningen om in Zuid-Afrika te komen racen. De Engelse tabloids - die tot dan toe Ecclestone alleen maar in verband hadden kunnen brengen met de Saoedische wapenhandelaar Kashoggi van wie hij in Kent een huis had gekocht - stortten zich gretig op het onderwerp. Ecclestone ontkent de 'Zuidafrikaanse affaire' in alle toonaarden, dreigde zelfs met een proces tegen de directie van Kyalami, maar weigert ondanks de smeekbeden van de lokale organisatie tot op de dag van vandaag nog een Grand Prix in dat land te organiseren.

Verder is het publicitair altijd betrekkelijk rustig geweest rond Ecclestone, die zijn grote zakelijke klapper maakte met het verwerven van de televisierechten van de Formule I. Die kreeg hij in 1981 in handen gespeeld van de FIA, een organisatie waar hijzelf vice-voorzitter is en zijn vriend Max Mosley president. Vorig jaar bekeken volgens de FIA meer dan veertig miljard mensen de zestien Grand Prixraces. Kijkcijfers die alleen vergelijkbaar zijn met evenementen op televisie als de Olympische Spelen of het wereldkampioenschap voetbal. Vooruitlopend op een nieuw televisietijdperk plaatste Ecclestone camera's tijdens de race op de auto's en werd het spektakel met benzine- en bandenstops voor de liefhebber een waar kijkgenot op de televisie.

Een van de redenen van de beursgang (opbrengst door Salomon Brothers geschat op ruim zeven miljard gulden) van Formula One Holdings is dat Ecclestone geld wil genereren voor een nieuw televisietijdperk. Volgens Mosley heeft Ecclestone al 100 miljoen geïnvesteerd in speciale televisieapparatuur die hij in de toekomst naar iedere Grand Prix wil laten vervoeren. Geschikt voor interactieve televisie waarbij de kijker in de toekomst vanuit zijn stoel - uiteraard tegen betaling - zelf kan kiezen uit verschillende beelden. Meerijden met Schumacher? Meelezen en luisteren hoe men vanuit de pit-lane de rijders informeert? Ieder deel van de baan in beeld brengen dat mogelijk mooie racebeelden oplevert? Het moet met één druk op de knop allemaal mogelijk worden in de toekomst. De waarde van Formula One Holdings zou enorm kunnen stijgen wanneer deze nog betrekkelijke toekomstmuziek werkelijkheid wordt. Hoewel een analist in de City sceptisch opmerkt: “Een bedrijf dat als voornaamste bezit alleen maar televisierechten inbrengt, vormt op zichzelf een nogal wankele basis om naar de beurs te brengen.”

Bovendien doemen er ook andere problemen op voor de Formule I. De steeds stringentere beperkingen voor tabaksreclame in Europa en de Verenigde Staten hebben een tijdbom gelegd onder het bedrijf. Van oudsher zijn tabaksproducenten de grootste en belangrijkste sponsors in de Formule I. Grote teams werken met jaarbudgetten van honderd miljoen gulden of meer, veelal dankzij de financiële inbreng van sigarettenfabrikanten. Wordt tabaksreclame verder aan banden gelegd dan heeft de Formule I een wezenlijk probleem.

Een alternatieve mogelijkheid is uit te wijken naar Azië. Daar wonen zeventig procent van de televisiekijkers die naar de Formule I kijken en is er met reclame voor tabaksprodukten geen enkel probleem. Bovendien ligt het accent met twaalf van de zeventien races die dit jaar in Europa worden verreden wel erg op dit werelddeel. Tevens bestaan er plannen om Grand-Prixwedstrijden te gaan organiseren buiten de officiële kalender om. Ieder land dat goed voor een race wil betalen en een geschikte accomodatie heeft kan dan een Grand Prix organiseren. Hoewel de drie, vier topteams die de dienst uitmaken - ook vanwege de logistieke problemen en kosten die aan deze races verbonden zijn - sterk gekant zijn tegen deze overkill aan wedstrijden. Zij beweren dat races waar niets op het spel staat oninteressant zijn.

Een ander probleem voor Formula One Holdings is dat Ecclestone sinds jaar en dag al geen vaste voet meer heeft in het financieel en qua sponsoring belangrijkste land, de Verenigde Staten. De Amerikanen hebben hun CART-series (de voegere IndyCar), die zij interessanter vinden dan Formule I. Maar Ecclestone wuift dit argument weg alsof hij een lastige vlieg van zich afslaat. “De CART is heel iets anders.” Formule I blijft volgens hem de koningsformule van de autorensport. Of zoals Ecclestone het onlangs in de Herald Tribune formuleerde: “Formule I is hetzelfde als een podium voor een popconcert. Door de jaren heen komen de teams en gaan, zoals sterren komen en gaan. Elvis ging dood, maar de muziek ging door. Als ik vertrokken ben zal hetzelfde gebeuren met de Formule I, die gewoon verder zal gaan.”