Zes kratten pils voor een record

Marcel Dost stond vanmorgen om vier uur op voor de eerste dag van de tienkamp. Klagen doet hij niet: bij thuiskomst krijgt hij een ijsje van twintig gulden.

ATHENE, 5 AUG. Wie wil nog beweren dat de tienkamp niet het zwaarste onderdeel van de atletiek is? De tienkampers bij de WK werken vandaag vijf onderdelen af, kunnen daarna niet meer dan een uur of drie, vier slapen en moeten er dan morgenochtend weer staan voor de volgende vijf nummers. Het zijn loodzware, bijna onmenselijke toestanden in Athene.

Maar tienkampers zijn geen klagers. Marcel Dost is dan ook met frisse moed aan de tienkamp begonnen. Thuis hebben bekenden hem een beloning in het vooruitzicht gesteld als hij op bepaalde onderdelen zijn persoonlijke records weet te verbeteren. Dat deed hij vanochtend bij het verspringen met een sprong van 7,45 meter. Het betekent dat zijn vriendin hem bij terugkeer in Nederland trakteert op een super-coupe van twintig gulden bij ijssalon Kalamini in Winterswijk. “Daar kan je het beste ijs van de Achterhoek krijgen”, zegt de tienkamper.

Dost kan morgen bij het polsstokhoogspringen ook nog zes kratten bier verdienen, maar dan moet hij wel 5,30 meter springen. De 27-jarige atleet heeft dergelijke sub-doelen nodig om zich voor een nieuw nummer op te laden. “Zo'n stimulans heb ik nodig.”

Op de tienkamp is het niet alleen een kwestie van presteren op de baan, het gaat er ook om de pauzes tussen de onderdelen goed door te komen. Soms is dat moeilijk omdat vermoeidheid en verveling toeslaan. Dost: “Je probeert afleiding te zoeken. Slapen doe ik nooit. Daar raakt je hele systeem van in de war.” Meestal praat hij met tegenstanders. “Waarover? Over van alles en nog wat.” Als er toch verveling dreigt, is altijd Jack er nog. Dost wijst op Jack Rosendaal, de tweede Nederlandse WK-deelnemer op de tienkamp. Ze zijn kamergenoten in Athene en maken samen veel lol, ook op wedstrijddagen. “Anders kom je er niet door.”

De tienkampers maken lange dagen in Athene. Dost en collega Rosendaal stonden vanochtend voor dag en dauw naast hun bed. Fysiologisch gezien heeft het lichaam vier uur nodig om wakker te worden en om acht uur lokale tijd was de start van het eerste nummer, de 100 meter. En het vijfde en laatste onderdeel van de eerste dag, de 400 meter, is vanavond pas om tien over half negen.

Dost en Rosendaal verwachten pas na middernacht op bed te liggen. Voor een zeer korte nachtrust, want om vier uur gaat de wekker weer. Ook de tweede dag begint om acht uur. Normaal zijn de dagen van de tienkampers korter, maar bij grote kampioenschappen wordt hun programma uitgerekt. Dat maakte Dost voor het eerst mee bij de Olympische Spelen in Atlanta. “Het was slopend”, vertelt de student. “We waren op de tweede dag helemaal kapot.” Dost verwacht nu beter te zijn voorbereid op de zware strijd. Hij sliep de afgelopen nacht veertien uur.

Dost wil dat de lange dagen voor tienkampers worden afgeschaft. Het liefst zou hij zelfs alle onderdelen binnen een uur afwerken. Hij weet dat er eens zo'n wedstrijd in Zwitserland is gehouden en dat ook wereldrecordhouder Dan O'Brien de tienkamp ooit binnen een uur deed. Dost: “Voor het publiek wordt het dan boeiender. Dat kan het nu moeilijk volgen met al die onderbrekingen.”

Een tienkamp-binnen-een-uur lijkt een loodzware opgave. “Dat is het nu ook”, zegt Dost. “Van al dat wachten word je ook niet fitter.”