Versterven

Soms krijgt een oud woord door een actuele gebeurtenis plotseling een nieuwe betekenis. Of de betekenis bestond al, maar zij was vergeten en door de actualiteit begint zij aan een nieuw leven. Nog niet zo lang geleden hebben we dat gezien met kroongetuige. In het algemene spraakgebruik werd dit tot voor kort alleen gebruikt voor de belangrijkste getuige in een proces.

Maar door de geruchtmakende zaak tegen De Hakkelaar is een kroongetuige opeens iemand geworden die een onfris ruikende deal met het openbaar ministerie heeft gesloten. De gevolgen van dergelijke betekenisverschuivingen kunnen groot zijn: reken maar dat de media - en die zijn in dit soort dingen nu eenmaal bepalend - het woord kroongetuige de komende jaren omzichtig zullen gebruiken. Daardoor heb je kans dat de gangbare betekenis in het verdomhoekje terechtkomt.

Iets vergelijkbaars is nu aan de hand met het woord versterven. Tot een week geleden zullen weinigen dit woord hebben gekend. Maar ook als je het niet kende, had je wel een idee wat ermee kon worden bedoeld. Het oogt als een aanstellerig woord voor 'doodgaan, afsterven', iets voor zondagsdichters en andere liefhebbers van verheven taalgebruik.

Nieuwe betekenis: het om zeep helpen van demente bejaarden door ze geen eten en drinken meer te geven. Decennialang is versterven niet of nauwelijks gebruikt, maar plotseling staat het dagelijks in de krant. Als we niet oppassen wordt het straks nog tot neologisme gepromoveerd.

Versterven is natuurlijk veel ouder en het betekent oorspronkelijk iets heel anders dan 'oudjes al dan niet vrijwillig aan hun eind helpen'. Dat wil zeggen: versterven heeft heel veel betekenissen. Van Dale kent er vier, maar het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), het wetenschappelijke mammoetwoordenboek van onze taal, onderscheidt maar liefst 21 verschillende betekenissen. Het heeft geen zin die hier allemaal op te sommen, maar weet dat het woord in 1553 voor het eerst is aangetroffen en dat het toen 'Mortificeren, dooden oft dootachtich maken' betekende.

Maar ook: 'doodsbleek worden', '(in aantal) verminderen', 'geestelijk oud, dor worden' en 'langzamerhand slapper, zwakker wordend doodgaan, afsterven, wegkwijnen'. Gezegd van lichaamsdelen kan het betekenen: '(door koude) afsterven'; van alcoholische drank 'verschalen'; van timmerwerk 'in slechte staat verkeren'; van lijfrenten of rechten 'vervallen'; van vuur 'doven, uitgaan'; van kleur of geluid 'al zwakker wordend, langzamerhand onhoorbaar, onzichtbaar worden'; van kleuren 'flauwer, bleeker worden, met andere kleuren samensmelten'; van vlees 'zijn eerste versheid verliezen en daardoor voor consumptie geschikt worden'.

Waaruit we kunnen opmaken dat het WNT een uitstekend en buitengewoon genuanceerd woordenboek is en dat er allerlei betekenissen van versterven bestaan die preludeerden op deze nieuwe, lugubere betekenis.

Mocht de nieuwe betekenis van kroongetuige de oude verdringen dan heeft dat bijvoorbeeld nare gevolgen voor Maarten 't Hart. De eerste druk van zijn boek De Kroongetuige verscheen in 1983, inmiddels is het aan de 26ste druk toe. Nog een paar jaar en jonge lezertjes zullen er iets heel anders in verwachten aan te treffen dan de titel lijkt te beloven.

Als de nieuwe betekenis van versterven beklijft, dan heeft dat onverwachte gevolgen voor het imago van de 19de-eeuwse landschapsschilder Gerard Bilders (1838-1865). In 1974 maakte Wim Zaal een keuze uit zijn dagboek en brieven. Dat boek kreeg de titel Vrolijk versterven. 'Vrolijk ouden van dagen uithongeren en laten uitdrogen.' Wie niet de moeite neemt het boek open te slaan, zal wellicht denken dat Gerard Bilders daar ooit mee is begonnen.